Stikstof De provincie Noord-Brabant is van plan de vergunning in te trekken van vijf legaal werkende agrarische bedrijven. Dat gebeurde niet eerder in Nederland. Het zorgt voor nieuw wantrouwen bij boeren richting de overheid, juist op het moment dat het kabinet uit de stikstofcrisis wil komen. „Het is een nachtmerrie.”
Het bedrijf van pluimveehouder Frank Rooijakkers met daarachter een beschermd natuurgebied.
Een Brabantse kwestie rond vijf kippenboeren zorgt voor een nieuwe barst in het vertrouwen van boeren in de stikstofplannen van het kabinet. Dat wordt duidelijk in een snel escalerende zaak waarin de provincie Noord-Brabant heeft besloten om de natuurvergunningen van vijf legaal opererende kippenbedrijven in te trekken. Zoiets gebeurde niet eerder in Nederland. Het besluit roept veel woede en verzet op onder agrariërs, waardoor het momentum lijkt te groeien voor nieuwe boerenprotesten tegen overheidsbeleid.
Rond verschillende Brabantse natuurgebieden trekken boeren zich bovendien terug uit overleggen om (stikstof)uitstoot te verminderen en waterkwaliteit te verbeteren, terwijl zulke samenwerkingen cruciaal zijn om de landelijke stikstofplannen van het kabinet te laten slagen. Minister Jaimi van Essen (Landbouw, D66) noemt die gebiedsprocessen in een brief deze dinsdag „van groot belang” voor de landelijke stikstofaanpak die eind juni werd gepresenteerd. Hij probeert de gemoederen rond de Brabantse kwestie in de brief tot bedaren te brengen en wil dat provincies „alles op alles zetten om intrekkingsbesluiten te voorkomen”.
De zaak in Noord-Brabant speelt sinds maart 2023, toen milieuvereniging Mobilisation for the Environment (MOB) de provincie verzocht om de vergunningen in te trekken van verschillende veehouderijen met een hoge stikstofuitstoot die neerdaalt op beschermde natuurgebieden zoals de Kampina, de Deurnsche- en Mariapeel en de Groote Peel. Eerst weigerde de provincie, waarna een rechtszaak volgde.
Vorig jaar bepaalde de rechtbank dat binnen één jaar substantiële daling van de stikstofneerslag op de natuurgebieden in Brabant moest plaatsvinden. „Op dit moment is daarvan geen sprake”, schreef de provincie vorige week in een verklaring, en er bestaat „geen concreet zicht op een maatregelenpakket dat tijdig tot het vereiste resultaat leidt”. Het intrekken van de vergunningen van vijf boerenbedrijven is volgens de provincie daarom noodzakelijk. De betrokken boeren zijn eind vorige week in een gesprek op het provinciehuis geïnformeerd.
„Het is een nachtmerrie”, zegt pluimveehouder Frank Rooijakkers uit Helenaveen. Op zijn bedrijf in Helenaveen, op 350 meter van een beschermd natuurgebied, houdt hij 35.000 kippen (hij heeft meer bedrijven, maar die liggen op locaties verder van de natuur).
Rooijakkers heeft na de uitspraak van de rechter een plan gemaakt om de uitstoot van zijn bedrijf te verminderen. Luchtwassers achter de stallen zouden volgens zijn berekeningen voor 72 procent minder ammoniakuitstoot zorgen. Op dat plan heeft de provincie „nooit inhoudelijk gereageerd”, zegt hij. Terwijl de rechter ook had bepaald dat provincie, MOB en de betrokken agrariërs met elkaar om tafel moesten om een plan voor uitstootreductie te maken. „Nu willen ze onze vergunning intrekken zonder serieus naar ons plan gekeken te hebben”, zegt Rooijakkers.
De provincie Noord-Brabant stelt dat de plannen van de agrariërs wel degelijk gewogen zijn, maar dat die niet tot genoeg uitstootvermindering zouden leiden. „Dat hadden we de boeren wel moeten laten weten voordat we het besluit tot intrekking van de vergunning aankondigden”, zegt een woordvoerder. „Er is heel weinig contact geweest nadat zij hun plan hadden ingediend en dat rekent de provincie zich aan. Tegelijkertijd moeten we deze stap zetten om aan de rechterlijke uitspraak te voldoen.” Op 1 oktober treedt het besluit in werking, daarna kunnen nog zienswijzen worden ingediend en kan de intrekking definitief worden.
„Onacceptabel”, stelde LTO-voorzitter Ger Koopmans vorige week in een verklaring. Hij vindt dat „geen enkele ondernemer in Nederland nog „zeker van zijn bedrijf” is als „rechtsgeldige vergunningen zomaar ingetrokken kunnen worden”. Koopmans vindt dat het „vertrouwen wordt ondergraven waarop het nieuwe stikstofbeleid moet worden opgebouwd”. Oppositiepartijen in de Brabantse Staten zijn eveneens woedend en eisten een spoedvergadering. Die komt er op 14 augustus, het reces wordt ervoor onderbroken.
Het vertrouwen tussen boeren en overheid was, op z’n zachtst gezegd, al broos. Eind juni presenteerde het kabinet een uitgebreid maatregelenpakket om uit de stikstofcrisis te komen. Boeren en bedrijven moeten hun uitstoot fors reduceren. Zeker rond kwetsbare natuurgebieden is de toekomst voor veel agrarische bedrijven onzeker.
Begin deze maand was er een trekkerdemonstratie in Den Haag. Op verschillende plekken in het land zijn daarna nog kleinere demonstraties geweest, waarbij distributiecentra werden afgesloten. Op verschillende plekken rond beschermde natuurgebieden hangen spandoeken met ‘onteigeningszone’ erop. Ondertussen zijn er, soms emotionele, bijeenkomsten geweest van boerenactiegroepen waarbij is gesproken over protestacties, al is nog niet duidelijk hoe massaal die worden gesteund.
Minister Van Essen schrijft aan de Tweede Kamer dat alle landelijke maatregelen er juist voor moeten zorgen dat het intrekken van vergunningen in de toekomst niet meer nodig is, omdat verslechtering van de natuur „aantoonbaar [kan] worden voorkomen”. Om die plannen te laten slagen vraagt de minister veel van boeren: niet alleen minder uitstoot, maar vaak ook het houden van minder dieren en soms verhuizen of zelfs stoppen. Bij zo’n honderd kwetsbare natuurgebieden moeten boeren met lokale overheden, waterschappen en andere partijen gaan samenwerken om de natuur te herstellen.
Vertrouwen en samenwerking zijn dus van belang, maar de voorlopige uitkomst van de Brabantse zaak is het tegenovergestelde. De (Z)LTO-afdeling Hart van Brabant heeft al laten weten uit de gebiedsprocessen voor drie grote, kwetsbare natuurgebieden te stappen als de provincie het besluit niet intrekt. De landelijke LTO steunt de Brabantse afdeling, maar wil niet meteen in het hele land uit samenwerkingen stappen.
De belangenorganisatie schrijft dinsdag in een nieuwe reactie wel dat het kabinet moet „vastleggen dat het intrekken van vergunningen niet aan de orde is”. Zulke „bestuurlijke duidelijkheid” is „van groot belang voor ondernemers die investeren in stikstofreductie en zich inspannen om binnen gebiedsprocessen tot oplossingen te komen”.
Minister Van Essen laat na vragen van NRC weten dat hij „begrijpt dat het besluit in Brabant veel reacties oproept”. Hij heeft er vertrouwen in dat het ‘stikstofpakket’ van het kabinet „voldoende basis” biedt om „in de toekomst” situaties zoals die in Brabant te verhinderen. Van Essen wil er „alles aan doen om het zwaarste middel, intrekken van vergunningen, te voorkomen”. Hij wil tegelijkertijd met boeren „in gesprek blijven”, want hij is ervan overtuigd „dat we elkaar nodig hebben”.