Ervaring met relaties, liefde en seksualiteit, eigen voorkeuren kennen, risico’s zien en grenzen stellen: dit alles is nog volop in ontwikkeling bij 16- en 17-jarigen. Kunnen zij dan wel een gelijkwaardige keuze maken als het gaat om seks met volwassenen?
Er was een tijd waarin kinderen die seksueel misbruikt waren niet als slachtoffer werden gezien, maar als medeplichtigen. In de 18de eeuw werd vaak aangenomen dat pubers seksuele toenadering door volwassenen konden doorzien, begeren of zelfs uitlokken. In historische documenten werd gesproken over child-adult sex, niet over seksueel misbruik van kinderen. Het besef dat een volwassene een kind kon manipuleren of beschadigen, was nog nauwelijks ontwikkeld.
Ook toen eind 19de eeuw verschillende landen 16 jaar als wettelijke ondergrens voor seksuele instemming vaststelden, veranderde dat maatschappelijke perspectief niet meteen. Lange tijd stonden niet de handelingen van de volwassene centraal, maar het gedrag van het kind. Kinderen die over misbruik vertelden, werden gewantrouwd. Zij zouden fantaseren, liegen of iemand bewust willen beschadigen.
Over de auteurs
Iva Bicanic is hoogleraar seksueel misbruik van kinderen: gevolgen en behandeling, Universitair Medisch Centrum Utrecht. Daphne van de Bongardt is hoogleraar relationele en seksuele ontwikkeling, educatie en
gezondheid, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Pas vanaf de jaren zeventig, onder invloed van de vrouwenbeweging en de groeiende aandacht voor kinderrechten, vond een fundamentele verschuiving plaats: niet het gedrag van het kind, maar het machtsmisbruik van de volwassene kwam centraal te staan.
Inmiddels lijkt ons bewustzijn van machtsverschillen en volwassen verantwoordelijkheid vanzelfsprekend. Toch laaide recent een maatschappelijke discussie op na de vrijspraak in een zaak waarin een 17-jarig meisje stelde door twee volwassen mannen te zijn verkracht. Over de juridische beoordeling van deze specifieke zaak doen wij geen uitspraak; daarvoor kennen wij de feiten onvoldoende.
De discussie die erop volgde, raakt echter aan een fundamentelere vraag: sluit onze wetgeving nog wel aan bij wat we inmiddels weten over de seksuele ontwikkeling van jongeren? Volgens cijfers van Rutgers, expertisecentrum seksualiteit, heeft de helft van de Nederlandse jongeren pas op 16,4-jarige leeftijd weleens getongzoend. Rond het 18de levensjaar heeft de helft ervaring met het vingeren of aftrekken van de ander.
Op respectievelijk 18,6- en 18,7-jarige leeftijd heeft de helft ervaring met orale seks en geslachtsgemeenschap (penis-vaginacontact). Met andere woorden: daar waar de wet veronderstelt dat een 16-jarige een gelijkwaardige seksuele keuze kan maken ten opzichte van een volwassene, heeft de meerderheid van de jongeren op deze leeftijd nog weinig seksuele ervaring.
Tegenwoordig weten we dat de neurobiologische en sociaal-emotionele ontwikkeling na de puberteit nog jarenlang doorgaat. Een 16-jarige kan intelligent, mondig en digitaal vaardig zijn, maar bevindt zich tegelijkertijd midden in een ontwikkelingsfase die nog tot halverwege de twintig duurt.
Niet voor niets wordt in de wetenschap een aparte term gebruikt voor deze fase tussen de adolescentie en de volwassenheid: de jongvolwassenheid. Ervaring met interpersoonlijke relaties, liefde en seksualiteit, eigen voorkeuren kennen, risico’s zien en grenzen stellen; dit alles is in deze fase nog volop in ontwikkeling.
De vraag is daarom niet of een 16-jarige kan instemmen met (online) seks, maar of van een 16-jarige mag worden verwacht dat die dezelfde verantwoordelijkheid draagt voor die instemming als een volwassene, en de gevolgen van die keuze even goed kan overzien.
In diverse andere maatschappelijke domeinen beantwoorden we die vraag ontkennend. We hanteren 18 jaar als wettelijke leeftijdsgrens voor stemmen, alcoholgebruik, gokken, het aangaan van veel financiële verplichtingen en tal van andere volwassen verantwoordelijkheden.
Kennelijk erkennen we dat er een ontwikkelingsfase bestaat waarin jongeren extra bescherming nodig hebben tegen keuzes waarvan de consequenties moeilijk te overzien zijn. Waarom zouden we voor seksualiteit, waar machtsverschillen en sociale beïnvloeding ook een rol kunnen spelen, een uitzondering maken?
Uiteraard pleiten wij er niet voor om veilige, gezonde en positieve seksuele relaties tussen jonge leeftijdsgenoten te problematiseren of criminaliseren. Dat is ook niet nodig, want de Wet seksuele misdrijven kent bepalingen die voorkomen dat minderjarige leeftijdsgenoten die vrijwillig seks met elkaar hebben, strafbaar worden gesteld.
Maar de vraag is niet alleen waar de wet de grens trekt, maar vooral welke
verantwoordelijkheid volwassenen dragen. Dat seksueel contact met een 16- of 17-jarige onder omstandigheden niet strafbaar is, betekent niet dat volwassenen zonder meer mogen aannemen dat er sprake is van vrije en gelijkwaardige instemming. Zij moeten zich afvragen of een 16- of 17-jarige daadwerkelijk vrij en met plezier kan instemmen met seks.
Juist daarom verdient ook het mentaliseren van consent meer aandacht: het vermogen om stil te staan bij de gevoelens, intenties, verwachtingen en kwetsbaarheden van jezelf en de ander.
De geschiedenis van seksueel misbruik laat zien dat samenlevingen vaak pas achteraf erkennen hoe kwetsbaar jongeren in sommige situaties kunnen zijn. Wat ooit werd beschouwd als instemming, herkennen we nu als machtsmisbruik. Daarom moeten we blijven evalueren wat jongeren nodig hebben om veilige, gezonde en positieve seksuele keuzes te kunnen maken.
De wettelijke leeftijdsgrens van 16 jaar is een juridische ondergrens, geen maatschappelijke of morele norm. Zestien is geen vrijbrief.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant