Comedyserie In ‘The Hawk’ speelt de komiek een gevallen golflegende die zichzelf terug naar de top probeert te vechten.
Jimmy Tatro en Will Ferrell in de comedy ‘The Hawk’.
Lonnie ‘The Hawk’ Hawkins (Will Ferrell) was ooit een ware golflegende. Een excentrieke verschijning op de baan, die zichzelf met zijn golfclubs altijd uit de meest onmogelijke posities wist te wurmen. Tot hij op het hoogtepunt van zijn carrière een alles beslissende slag op de US Open verprutste, waarna de winst naar zijn grootste rivaal (Luke Wilson) ging en hij en plein public en op de green een inzinking kreeg.
Als we Lonnie twintig jaar later ontmoeten in Netflix-serie The Hawk, gecreëerd door komiek Ferrell en zijn vertrouwde creatieve partners Harper Steele (Saturday Night Live) en Chris Henchy (The Campaign), is hij een tragisch figuur binnen die golfwereld geworden. Iemand die al twintig jaar met zijn tourbus alle kleine golftoernooien van Amerika afschuimt, in de hoop zich ooit weer te kwalificeren voor de top.
Hij is vervreemd van zijn vrouw Stacy (Molly Shannon), en heeft een stroeve relatie met zijn zoon Lance (Jimmy Tatro) die inmiddels zelf een succesvolle golfcarrière heeft opgebouwd. Toch blijft The Hawk, immer de optimistische egoïst, schaamteloos in zichzelf geloven.
Wie weleens eerder een sportfilm of -serie heeft gezien, kan nu wel ongeveer invullen wat er hierna komt. Want inderdaad, Lonnie weet zich op bijna miraculeuze wijze te plaatsen voor een toptoernooi en komt hierdoor opnieuw tegenover zijn rivaal maar ook tegenover zijn eigen zoon te staan. Wie weleens een Will Ferrell-(sport)comedy heeft gezien, kan zich ook indenken dat dit niet zonder de nodige absurde en gênante voorvallen gaat.
Lonnie is een typisch Ferrell-creatie. Hij draagt drukgekleurde kleren die flink afsteken bij de ‘smaakvolle’ outfits van zijn concurrenten op de baan, zijn hoogblonde krullen pieken boven zijn zonneklep uit en zijn gezicht is permanent roodverbrand. Wanneer hij in de eerste aflevering na een succesvol gemaakte putt op de green een uitgebreide dans doet op ‘Thong Song’ van Sisqo en er een rode string onder zijn geruite golfbroek vandaan piept, ligt dat geheel in de lijn der verwachting.
Opvallender is het dat die scène niet de toon zet voor de rest van de serie. Want waar Lonnie in de eerste aflevering, net als alle andere personages eigenlijk, voelt als een moddervet aangezet typetje, wordt hij daarna iets ‘normaler’. Nu is dat ook wel weer prettig, gezien het feit dat The Hawk geen film van anderhalf uur is, maar een serie van tien afleveringen. Hoeveel dansjes in string op de green kun je aan als kijker?
Alleen stijgt het geheel hierdoor ook nooit boven het cliché sportverhaal uit: Lonnie is een ‘held’ die uiteindelijk doet wat we van hem verwachten, zelfs al is het niet logisch of goed onderbouwd.
Desondanks is de comedyserie geen heel vervelende zit. Daarvoor is Ferrell, zelfs ingetogen en voorspelbaar, te leuk. Zeker in zijn scènes met zijn nieuwe caddie Sam (Fortune Feister) die hij op een parkeerterrein van winkelketen Walmart oppikt. En wanneer The Hawk dan uiteindelijk precies landt waar je al dacht, ben je toch wel vermaakt.