In het smartphonetijdperk wordt bijna elk politieoptreden gefilmd. Zo leidden beelden van een agent die geweld gebruikte tegen een zwangere vrouw in een azc tot veel verontwaardiging. Yvonne Hondema, eenheidsleider van de politie, reageert.
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
Het filmpje ging de wereld over: een hondengeleider van de politie trok in het asielzoekerscentrum in Zeist een vrouw omver die hoogzwanger bleek te zijn. De beelden riepen zowel nationaal als internationaal veel verontwaardiging op. Was dat geweld echt nodig?
Ja, zegt Yvonne Hondema, politiechef van Midden-Nederland, op het hoofdbureau in Utrecht. De 54-jarige eenheidsleider ‘wil graag verantwoording afleggen’ voor wat er is gebeurd en hoe het geweldsincident is afgehandeld. ‘Ik begrijp dat daar vragen over zijn, terecht ook, en ik licht het graag toe. Maar ik roep ook iedereen op: stel je oordeel over politiegeweld uit totdat je alles weet. Ga niet af op drie seconden in een filmpje.’
De vrouw om wie het gaat heeft aangifte gedaan. Volgens haar advocaat, Willem Jebbink, kreeg ze vroegtijdig weeën, moest ze voortijdig bevallen en heeft ze een hoofdtrauma zonder dat de nodige zorg werd geboden.
‘Ik weet niet waar dat laatste op is gebaseerd, want ze heeft meteen de nodige medische hulp gekregen. En de politiecollega trok haar niet om, hij probeerde haar uit een onveilige situatie weg te trekken. Het is nooit zijn bedoeling geweest dat ze ten val kwam. Hij is daar erg reflectief over; hij heeft meteen aangegeven dat hij niet wist dat ze zwanger was en dat hij anders zou hebben gehandeld als hij dat wel had geweten.’
Als er een mogelijkheid was om anders te handelen, roept dat de vraag op of dat wegtrekken op die manier wel echt nodig was.
‘Die vrouw is meerdere keren gevorderd om weg te gaan. Als daar niet naar wordt geluisterd, mogen politiemensen desnoods met geweld hun taak vervullen. Daarnaast bepaalt ook de context van een melding hoe wij optreden. Vergeet niet: het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, red.) belde ons, de politie. Dat doen zij niet lichtzinnig, dan is er iets ernstigs aan de hand. De melding waarvoor we kwamen was dat een man de boel kort en klein had geslagen en er zou sprake zijn van bedreiging met een mes.’
Volgens de advocaat ging het om een aardappelschiller.
‘Een mes is een mes. Ook met een klein mes kun je iemand lelijk verwonden.’
Met de wijsheid achteraf is het makkelijk oordelen, zegt Hondema. ‘Politiemensen moeten altijd in een split second, vaak in gespannen en soms ook voor henzelf onveilige situaties, beslissen wat ze doen, zonder op voorhand alles te weten. Mijn collega’s moeten iedere dag de balans vinden tussen het beschermen van grondrechten, het handhaven van de openbare orde en het waarborgen van ieders veiligheid. Ga er maar aan staan.’
De eenheidschef legt uit dat agenten het gebruik van geweld altijd moeten melden. Bij bijvoorbeeld ‘meer dan gering letsel’ laat de leidinggevende de situatie toetsen door zowel het sectorhoofd als door de Commissie Geweldsaanwending, waarin geweldsdeskundigen zitten van binnen en buiten de politie. Zij bekijken alle beelden, processen-verbaal en getuigenverklaringen, en analyseren op basis van de beschikbare feiten en omstandigheden of het geweld binnen de wettelijk omschreven kaders is toegepast.
‘Met dat hele pakket moet de eenheidschef uiteindelijk beoordelen of het geweld proportioneel, noodzakelijk en rechtmatig was’, zegt Hondema. ‘In dit geval heb ik geoordeeld dat ingrijpen in het azc in Zeist noodzakelijk was, en dat deze collega daarbij inderdaad geweld mocht gebruiken.’
De advocaat van de vrouw die aan haar arm werd getrokken, noemt het ‘absurd’ dat de inhoud van dat onderzoek niet openbaar wordt gemaakt.
‘Dat mag hij vinden. Toetsing van geweld is met allerlei waarborgen omgeven. Binnen de huidige wettelijke kaders hoef ik dat rapport niet openbaar te maken. Wie het met mijn conclusie niet eens is, kan een klacht indienen of aangifte doen. In het laatste geval zal het Openbaar Ministerie beoordelen of de zaak aan een rechter moet worden voorgelegd.’
Jurist Daan de Grefte van het ELSC, het European Legal Support Center, spreekt zelfs van ‘een doofpot’. Hij meldt in een persbericht dat dit geweldsincident ‘een van de weinige gevallen is die het daglicht zien, omdat het door omstanders werd gefilmd’. En dat ‘deze strijd gaat over verantwoording voor institutioneel racisme en geweld tegen asielzoekers in het algemeen, en Palestijnen in het bijzonder’.
‘Ons optreden heeft niets te maken met iemands etniciteit of waar die vandaan komt. Nogmaals: het COA meldde een situatie die het zelf niet aankon, zij riepen daarbij de hulp in van de politie. En we verantwoorden het wel degelijk, dat hoort ook bij het vertrouwen dat we van de samenleving krijgen om als enige geweld te mogen gebruiken. We hechten aan transparantie. Daarom hebben we er verschillende persberichten over verspreid en zit ik nu hier.’
U zei net dat u het onderzoek niet openbaar hoeft te maken. Als die behoefte er blijkbaar is, zou u dat natuurlijk wel kunnen doen.
‘Dat doen we niet, omdat we te maken hebben met de privacy van alle betrokkenen.’
Een onderzoek kan ook openbaar worden gemaakt zonder persoonsgegevens te vermelden. Dat is bij rechterlijke uitspraken ook altijd het geval.
‘Ik begrijp die wens en toch doen we dat niet. Burgers die met de politie in aanraking komen, moeten erop kunnen vertrouwen dat wij hun privacy bewaken en niks naar buiten brengen over feiten en omstandigheden die over hen gaan.’
Een ander geweldsincident in uw eenheid dat groot in het nieuws kwam, was de agent die eind januari bij het Centraal Station in Utrecht twee vrouwen aanhield en een trap na gaf. Toen oordeelde u dat die laatste trap niet rechtmatig was.
‘Deze collega surveilleerde in de buurt van enkele ruziënde vrouwen die tegenover elkaar stonden te schreeuwen. Dan verwachten mensen, als je dit uniform draagt, dat je ingrijpt en dat heeft hij gedaan. Vervolgens keerden twee vrouwen zich tegen hem. Hij was alleen en besloot een van hen aan te houden die hem bleef beledigen. Die laatste trap was een reactie op wat daar gebeurde, maar dat had inderdaad anders gemoeten.’
Toch volgden ook toen geen sancties.
‘Nee. Niet elke klap te veel is een strafbaar feit en niet alle fouten worden bestraft. Een foutloze organisatie bestaat niet. Politiewerk is mensenwerk, en ik wil dat onze mensen werken in een veilige omgeving, waarin we van fouten leren en we elkaar daarop kunnen aanspreken zonder de angst dat zoiets meteen wordt bestraft.
‘Een geweldsoptreden wordt achteraf altijd gedebrieft. Dan moeten collega’s zich veilig voelen om open met elkaar te bespreken: was dit nou nodig? Had dat ook anders gekund? Elke collega reflecteert op z’n eigen handelen en dat heeft deze collega ook gedaan.’
Tegenwoordig wordt elk politieoptreden gefilmd door omstanders, ‘en dat is prima’, zegt Hondema. ‘Dat hoort bij ons werk. Maar het is best lastig als de hele wereld meekijkt; zulke beelden blijven niet beperkt tot Nederland. Dat levert kritiek op, vaak ook bedreigingen, en dat doet iets met je, ook met je familie. Dat gaat onder je huid zitten. Daarom vind ik het belangrijk om vierkant achter deze collega’s te gaan staan.’
Speelt dit mee in uw beoordeling van politiegeweld?
‘Nee, daar spelen geen gedachten of emoties in mee. Ik beoordeel alleen of geweld rechtmatig, proportioneel en subsidiair (ondersteunend, red.) was, en of het is toegepast zoals het is aangeleerd. Vertrouw erop dat dat zorgvuldig wordt beoordeeld en is omkleed met veel waarborgen.’
U bent wel de slager die haar eigen vlees keurt.
‘Ik begrijp dat mensen dat denken, maar die toetsing is wettelijk zo vastgelegd en daar houd ik me aan. Natuurlijk gaat er weleens wat mis, maar neem nou van mij aan: geen enkele politieman of -vrouw vindt het fijn om geweld te gebruiken, integendeel. Maar we kunnen er ook niet van weglopen. Wij kunnen niet zeggen: ‘Hé, wat een vervelende situatie, hier doe ik even niet aan mee.’’
De eenheidschef benadrukt dat de politie ‘maar heel weinig’ geweld gebruikt. ‘Van de om en nabij 2,7 miljoen meldingen die we per jaar krijgen, wordt door ons in minder dan 1 procent geweld toegepast. Een nog veel kleiner deel daarvan blijkt na onderzoek niet volgens de regels.
‘Wij hebben een van de beste politiekorpsen ter wereld, met goed opgeleide mensen die rechtsstatelijk optreden. Uit onderzoek (van het WODC, red.) blijkt dat het vertrouwen in ons met 78 procent ontzettend groot is. Ook al krijgen we soms zwaar vuurwerk, stenen en scheldwoorden naar ons hoofd, de volgende dag staan we er weer om in gesprek te gaan, de samenleving veilig te houden en mensen te helpen die in de ellende zitten en geen andere oplossing zien dan de politie bellen. Ik vind dat daar best wat meer waardering voor zou mogen zijn.’
Zowel tegen de hondengeleider in het azc in Zeist als tegen de politieman die in Utrecht een trap na gaf, is aangifte gedaan. Hoe gaat u daarmee om?
‘Omdat zij in moeilijke omstandigheden naar voren stapten, zoals de samenleving dat van ons vraagt, verdienen zij alle mentale en juridische support die nodig is. En die geven we ze ook.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant