De nachtelijke dopingcontroles bij Jonas Vingegaard en Tadej Pogacar houden de gemoederen in de Tour de France nog altijd bezig. Pogacar noemde ze onmenselijk, maar volgens de regels zijn ze toegestaan. Vijf vragen en antwoorden over de opvallende controles.
Vingegaard kreeg in de nacht van zaterdag op zondag om 2.00 uur op zijn hotelkamer bezoek van een dopingcontroleur. Drie uur later werd ook geletruidrager Pogacar gewekt voor een test, tussen twee zware bergritten in de Tour in.
Vingegaard en Pogacar reageerden verbolgen én verbaasd. "Ik dacht dat het niet was toegestaan om midden in de nacht te controleren", zei Vingegaard. Pogacar stelde dat hij iedere dag wordt gecontroleerd. "Maar nooit op deze tijdstippen. Ik wist niet dat dat mocht."
Het korte antwoord is ja, vertelt voorzitter Hinkelien Schreuder van de Dopingautoriteit aan NU.nl. "Nachtelijke controles zijn niet gebruikelijk, maar zijn wel toegestaan", zegt de oud-zwemster. "We kennen eerdere voorbeelden uit grote rondes in het wielrennen. Dit instrument wordt niet breed ingezet, maar het zit in de gereedschapskist."
De meeste dopingtests vinden plaats tussen 17.00 en 23.00 uur. "Voor een controle in de nacht moet er echt een gemotiveerde reden zijn", zegt Schreuder. "In de antidopingcode worden dat 'valid grounds' genoemd."
Maandag kwam via de Franse sportkrant L'Équipe naar buiten dat er in het geval van Vingegaard en Pogacar inderdaad zwaarwegende redenen waren. Het is nog niet duidelijk wat die redenen zijn, maar de Franse justitie bevestigde tegenover persbureau AFP dat een rechter in Parijs toestemming heeft gegeven voor de nachtelijke controles.
Het International Testing Agency (ITA), dat de dopingtests in het wielrennen uitvoert, had samen met de internationale wielerbond UCI toestemming gevraagd aan de rechter. Volgens de Franse wet mogen renners 's nachts alleen worden getest als er "ernstige en consistente vermoedens" zijn dat een renner de dopingregels overtreedt of op het punt staat die te overtreden.
Een vergelijkbare zin staat in de reglementen van de UCI. Artikel 5.2.2 stelt dat een renner "niet getest wordt tussen 23.00 en 6.00 uur, behalve als er een serieuze en specifieke verdenking is dat de renner zich inlaat met doping".
Schreuder kan niet specifiek ingaan op de zaak van Vingegaard en Pogacar, maar in het algemeen kan ze wel zeggen dat er gegronde redenen kunnen zijn om niet te wachten met een dopingtest.
Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat ook microdoses van verboden middelen prestatiebevorderend kunnen werken. Deze lage doseringen zijn maar korte tijd aantoonbaar bij een dopingtest.
Een studie uit 2006 door Michael Ashenden, gepubliceerd in Haematologica, concludeerde dat microdoseringen twaalf tot achttien uur na inname al niet meer konden worden aangetoond in een dopingtest.
In theorie is het dus mogelijk dat een renner vlak voor het slapengaan doping gebruikt en dat het verboden middel de volgende dag bij een test na de etappe niet meer te vinden is.
Volgens Pogacar en veel andere renners in het Tour-peloton is het antwoord op deze vraag 'ja'. Pogacar nam zondag op zijn persconferentie na de vijftiende Tourrit uitgebreid de tijd om uit te leggen welke impact de continue dopingcontroles op hem en zijn leven hebben.
"Ik ben dit jaar thuis op een gegeven moment elke dag om 6.00 uur opgestaan om via mijn videodeurbel te checken of er iemand voor de deur stond", zei Pogacar. "Zoveel dopingcontroleurs waren er langsgekomen. Ik durfde zelfs niet meer naar de supermarkt of uit eten te gaan, omdat ze op zulke willekeurige tijden kwamen controleren."
Topsporters moeten voor elke dag een tijdslot van een uur doorgeven waarin ze gecontroleerd kunnen worden. Deze onaangekondigde controles buiten de wedstrijden om zijn volgens de antidopingautoriteiten essentieel. "We proberen de impact op sporters zo beperkt mogelijk te houden", zegt Schreuder. "Maar je kunt nu eenmaal altijd gecontroleerd worden."
De officiële instanties hebben voorlopig niet naar buiten gebracht waarom Pogacar en Vingegaard 's nachts getest moesten worden. De uitslagen van de tests zijn ook niet bekend. Op dit moment is er dus geen bewijs dat Pogacar en Vingegaard doping hebben gebruikt of bij doping betrokken zijn geweest.
Pogacar gaat met nog zes etappes ruim aan de leiding in het algemeen klassement van de Tour. Vingegaard moest zondag opgeven met een sleutelbeenbreuk.
Source: Nu.nl sport