Home

Hoe presentator Janine Abbring toch weer in beeld kwam voor de allerlaatste ‘Zomergasten’

Ze mocht van de VPRO Wintergasten niet presenteren omdat ze in een commercial optrad. Nu haalt diezelfde omroep de banden weer aan om haar het slotseizoen van het iconische Zomergasten te laten presenteren. Janine Abbring: ‘Mijn carrière is gebouwd op wat andere mensen in mij zagen. En niet op mijn eigen ambitie of wat ik in mezelf zag.’

is journalist en programmamaker. Voor Volkskrant Magazine interviewt hij geregeld bekendere Nederlanders.

Het leek zo’n charmant idee: een afspraak in haar boshuisje in Noord-Drenthe, ver weg van Hilversum. Maar een marterfamilie in de dakgoot gooide roet in het eten. Marters zijn in Nederland beschermd. En dat vindt Janine Abbring (50) als ‘dierengekkie’ volkomen terecht. ‘Maar ondertussen moet je wel aanzien hoe ze je hele huis aan gort raggen.’ Via een camera kon Abbring ze in de gaten houden; een heel martergezin met drie jongen, dat doodgemoedereerd zijn intrek had genomen onder haar dak. En maar piesen, poepen en stinken. En dan nam de zorgzame moeder ook nog elke dag prooien voor de jongen mee: ratten, muizen, duiven, een enkele keer zelfs een hele kip. ‘Dat lag daar vervolgens allemaal maar te rotten.’

En dan komen er zelfs bij een dierengekkie toch moordneigingen op.

‘Vooral bij mijn omgeving, die zag dat ik echt in paniek begon te raken. Ik heb de duurzame bestrijdingsman Remco laatst ook bedankt voor zijn mentale bijstand van de afgelopen weken. Op een gegeven moment was het me gelukt om vrede te hebben met het feit dat ze in mijn dak zaten. Dat ik niet meer daar kon slapen, want ik slaap onder die zolderkap.’ Maar dat lawaai, daar hielp geen enkele oordop tegen. En toen kwam ze er op een nacht achter dat die marters inmiddels zelfs in haar nieuwe binnenplafond zaten. ‘Ik had net het hele dak laten verduurzamen.’ Vervolgens beten die schatjes ook nog kabels door, waardoor ze kortsluiting kreeg. Maar sinds een paar dagen is het wonder geschied; ze zijn weg. Met hun moedertje mee op jacht. Merkbaar opgelucht: ‘Ik heb mijn huisje terug en mijn stresslevel is weer wat gedaald.’

Ze was naar het boshuisje gegaan om zich rustig voor te bereiden op tv-programma VPRO Zomergasten. Inmiddels doet ze dat toch maar thuis, in haar hoekwoning in Hilversum. Toen de VPRO haar vroeg om de allerlaatste Zomergasten te presenteren, overviel dat verzoek haar nogal. Ze had haar agenda net leeggeveegd voor Taskmaster, een nieuw RTL-spelprogramma van Arjen Lubach dat vanaf eind augustus te zien is. ‘Dat zou mijn zomerbaantje zijn. En nu komt Zomergasten daarbij. Voor een controlfreak als ik is dat even slikken. Maar ik probeer er toch ontspannen naar te kijken. Ik ben nu 50. Een leeftijd om die vrij absurde voorbereidingstijd die ik er altijd aan besteedde enigszins los te laten.’

Was het dan zo’n absurde voorbereiding?

‘Ja, best wel. Als ik een schrijver interviewde, las ik het hele oeuvre. Niet zo eenvoudig bij iemand die twintig boeken heeft geschreven. Gelukkig lees ik heel snel. Maar ik deed het wel.’

Werkte dat dan?

‘Het werd er niet per se een beter interview van, maar het werkte voor mij, omdat ik die controledrang daarmee een beetje kon beteugelen.’

Wie was wat dit betreft de meest bewerkelijke Zomergast?

‘Ilja Leonard Pfeiffer heeft een zeer breed oeuvre. Op zich heerlijk om dat voor je werk allemaal te moeten lezen. Maar ook intensief, want het zijn geen dunne boekjes. Voor Alfred Birney (schrijver van onder meer De tolk van Java, red.) heb ik me heel erg verdiept in de geschiedenis van Nederlands-Indië. Ik vond dat ik goed beslagen ten ijs moest komen. Dat ik daar geen domme dingen over moest zeggen. Dus daar heb ik hard aan getrokken, met de redactie.’

Deze zomer ontvangt Abbring Peter Pannekoek, Sigrid Kaag, Merel Pauw, Tommy Wieringa, Jim van Os en Nasrah Habiballah. Of het erg is dat dit de laatste editie van het programma is? Ze knikt, vol overtuiging.

‘Natuurlijk is dat erg.’

Want het heeft wél 37 jaar bestaan. Het is bepaald niet in de wieg gesmoord.

‘Je kunt er door verschillende brillen naar kijken. Zomergasten is het type programma dat alleen bij de publieke omroep kan worden gemaakt. Daarmee bedoel ik niet dat er bij de publieke omroep alleen maar goede programma’s worden gemaakt en bij de commerciële omroep slechte. Maar het is een voorbeeld van een programma waarbij het niet alleen maar draait om kijkcijfers. Ik heb het gevoel dat het ook als symboliek is gedaan, richting de politiek: we moeten bezuinigen, dan kiezen we voor deze aderlating. Dan offeren we dit schaap wel hier op deze steen.

Toch kan ik er ook als maker naar kijken. En als maker ben ik altijd bezig met: hoe bereik je een zo groot mogelijk publiek? Wat werkt? Wat past bij deze tijd? Als ik er door die bril naar kijk, snap ik het weer wél. Want als er bijna niemand meer naar kijkt, ja, voor wie zit je het dan te maken? Ik had alleen graag gezien dat er iets langer over was nagedacht. En of het misschien in een andere vorm had kunnen voortbestaan.’

Want we hebben natuurlijk ook presentatoren gehad waarvan je dacht: dit vind ik wel een hele zit, drie uur met jou. Roep je het dan ook niet over jezelf af, als omroep?

‘Ja, maar het leuke aan de VPRO en aan die redactie is natuurlijk ook dat ze wel altijd een gok namen. De VPRO heeft destijds met mij ook een enorme gok genomen. Zij wisten echt niet zeker of ik dat kon.’

Over welk interview was je zelf behoorlijk tevreden?

‘Er springen meerdere afleveringen uit. Het gesprek met Alfred Birney was mooi omdat er zich een soort rode draad ontwikkelde die niet op voorhand was bedacht. Over de band met zijn vader. Dat hij er eigenlijk pas tegen het eind van het gesprek achterkwam dat er toch meer verdriet onder zijn boosheid zat dan hij dacht. En ook dat hij er toch spijt van had dat hij nooit echt goed afscheid van zijn vader had genomen. Dat was mooi en ontroerend.

Verder Eberhard van der Laan natuurlijk, ook omdat daar zo vaak aan gerefereerd werd. (Abbring kreeg er de Sonja Barend Award voor, red.). Wat voor mij ook telt is dat hij er zelf blij mee was. Hij beschouwde het als een document dat hij maakte voor zijn kinderen. Hij wist: als ze later ouder zijn, kunnen ze dit zien. Dat is natuurlijk prachtig.’

Heb je ook avonden gehad waarvan je zegt: daar was ik niet tevreden over?

‘Louis van Gaal is niet mijn allerbeste avond geweest. Dat werd een stroef gesprek.’

Stond je ook direct met 5-0 achter omdat je een vrouw bent?

Nee, want dat kan ook een voordeel zijn. Ik stond achter omdat ik nul voetbalkennis heb. Ik weet echt niets van sport. En al helemaal niet van voetbal.’

Dat kan ook juist je kracht zijn.

‘Ja, maar niet bij Louis van Gaal. Op een gegeven moment verliest hij dan toch zijn respect voor je.’

Had je het achteraf niet moeten doen?

‘Nou, dat weet ik niet. Ik heb als presentator een veto en dat heb ik niet uitgesproken. Dat heb ik overigens helemaal nooit gebruikt.’

Heb je ook verzoeknummers gehad? Bijvoorbeeld nu bij de laatste zes?

‘Ik hoopte heel erg dat we nog iemand van het Koningshuis zouden kunnen strikken. Dat is misschien naïef. Máxima gaat natuurlijk niet in een rijtje van zes gasten staan. Maar nu dacht ik toch: als het de laatste ooit is... wie weet... Ik heb nog overwogen om haar persoonlijk een brief te schrijven. Maar uiteindelijk werd ik opgeslokt door Lubach en andere dingen.’

Hoe is het voor jou om weer terug te zijn bij de VPRO?

‘Ik had er natuurlijk twee jaar geleden al eentje gedaan, nadat Adriaan van Dis was uitgevallen. Maar nu werd ik echt gevraagd door de redactie. Ik heb zes jaar met de meeste van die mensen intensief samengewerkt. En dat was altijd een warm bad.’

Jouw partner Jeroen Wollaars zei: ‘Het voelde voor Janine ook als een soort genoegdoening.’ Want je afscheid bij de VPRO was bitter.

‘Ja, ik ga dat niet sugarcoaten. Dat was inderdaad niet leuk. Ik zou bij de VPRO nog een seizoen Wintergasten gaan doen. Daar zette de VPRO-hoofdredactie een streep door omdat ik in een reclame zat voor de online bank Brand New Day. Daar had ik trouwens echt goed over nagedacht.’

Wat was de reden dat je die reclamespot deed?

‘Ik had tegen die makers gezegd: ik ga geen voorgekookte zinnetjes op camera zeggen over hoe fantastisch jullie zijn. Ik wil me eerst inlezen over hoe goed jullie werkelijk zijn. Bovendien zit ik bij een ander pensioenfonds. Zij zeiden: ‘O, maar dat vinden we helemaal niet erg. Je krijgt vragen van ons en daar mag je eerlijk op antwoorden.’’

Het geld speelde natuurlijk ook een belangrijke rol.

‘Ja, natuurlijk.’

Kreeg je veel?

‘Ik ga niet vertellen hoeveel.’

Maar je kon er een leuke auto van kopen?

‘Zeker. Ik kreeg er veel geld voor. Maar ik stond er inhoudelijk ook achter. Ik vind het als freelancer belangrijk dat mensen pensioen opbouwen. Dat meen ik echt, als dochter van een assurantieadviseur. Die financiële onafhankelijkheid is er ingeramd bij mij.’

Maar de VPRO zei natuurlijk: ‘En hoe zit het dan met je journalistiéke onafhankelijkheid?’

‘Dat heb ik uitvoerig met Arjen (Lubach, red.) overlegd. In het contract heb ik laten opnemen dat als Brand New Day op wat voor manier dan ook negatief in het nieuws zou komen, dat we ze dan in ons programma helemaal kapot zouden mogen maken.’

Maar dat weet een tv-kijker natuurlijk niet. Die denkt: nou, die Abbring is blijkbaar te koop.

‘Denk je? Ik ben gewoon een freelancer, die onder de streep ook in haar eigen pensioen moet voorzien. Dit was iets waarvan ik dacht: hier sta ik wel achter. En ik kon het geld goed gebruiken.’

Vervolgens mocht je vanwege die reclame Wintergasten niet meer presenteren van de VPRO. Schrok je van hun reactie?

‘Behoorlijk, ja. Ook omdat de VPRO het jaar daarvoor mijn presentatorovereenkomst had verbroken. Die bepaalde dat mijn snoetje exclusief aan de VPRO was verbonden. Zij zeiden: ‘Dat willen we niet meer. Het staat je vrij om ook voor anderen te werken.’ Daardoor was ik extra verrast. Sander Schimmelpenninck en Eus zaten ook gewoon in die reclame. Dat vond niemand een probleem. Alleen bij mij was het kennelijk wél een probleem.’

Jeroen zei: ‘Hier speelde absoluut mee dat Janine een vrouw is.’ Kan dat inderdaad een rol hebben gespeeld?

‘In de publieke opinie wel, ja. Bij een man vinden ze het logisch dat iemand zakelijk is. Als vrouw lig je onder een ander vergrootglas. Dat geldt ook bij Zomergasten: als ik in mijn allereerste uitzending ‘astroloog’ had gezegd in plaats van ‘astronoom’, dan was ik afgemaakt. Voor mannen is dat een verspreking. Als vrouw ben je dan te licht.’

Had je die reclame achteraf niet moeten doen?

‘Nee, ik heb daar echt nul spijt van. En ja, het is een conflict geworden waarbij harde woorden zijn gevallen. Maar uiteindelijk hebben we dat ook weer uitgepraat.’

Heeft dat toch een rol gespeeld bij jullie overstap naar RTL?

‘Nee joh. Ik zou willen dat ik zoveel macht had. We hebben dat als collectiefje besloten. Ik had daar zeker een stem in, maar niet de doorslaggevende. Al werd de overstap er voor mij persoonlijk door die kwestie wel makkelijker door.

Wat ik eerder aan de VPRO altijd zo fijn vond, was dat ik daar echt als maker werd gezien. Dingen gingen altijd in overleg. Als je dan opeens met een simpel telefoontje te verstaan wordt gegeven dat je Wintergasten niet meer mag doen vanwege een commercial, zonder ook maar één gesprek daarover, dan komt dat flink binnen.’

Al heeft Abbring geen zin om lang bij de kwestie stil te staan. ‘Die negativiteit, boosheid en wrok kosten veel energie. Het is een zijpad, maar ik moet er wel meteen aan denken: toen ik mijn rug brak (bij een sprong tijdens tv-programma Wie is de Mol?, in juni 2012) zei iedereen: ‘Je moet een rechtszaak beginnen, kijken wat je eruit kunt slepen.’ Dat wilde ik niet. En dan jarenlang moeten bewijzen hoe slecht het met mij gaat. Daar had ik helemaal geen zin in. Ik wil uiteindelijk altijd weer verder kunnen met mensen.’

Waar moest je aan wennen bij RTL?

‘Dat is dus de grap: helemaal nergens aan. We maken exact hetzelfde programma met exact dezelfde redactie. Op dezelfde plek, in dezelfde studio. We kregen alleen een nieuw decor. Verder is er voor ons niets veranderd.’

Niet iedereen begreep het, die overstap. De teneur was: ze kiezen voor het grote geld.

‘We kregen zeker een beter budget. Maar bedenk wel: Arjen is overgestapt omdat hij voor het hele team een beter salaris heeft bedongen. Hij wilde dat iedereen erop vooruit zou gaan, niet alleen hijzelf. We wisten dat we bij de VPRO niet meer door zouden groeien. We kozen voor een nieuwe stap.’

Maar dus ook wel voor het grote geld.

‘Het geld heeft zeker meegespeeld, maar vooral het geld voor het programma zelf. We hebben nu een groter budget. Daardoor is het leuker om te maken.’

Het is best een sober programma. Het moet het heel erg van de inhoud hebben.

‘Ja, maar het is best duur. Met veel tekstschrijvers. Een talkshow is stukken goedkoper. Dan zet je mensen neer en die kletsen wel. Maar bij ons is elke seconde geschreven content. Daar is heel veel mankracht voor nodig.’

Wat is jouw rol als eindredacteur?

‘Ik ben de klassieke eindredacteur: inhoudelijk eindverantwoordelijk, op scriptniveau. Ik leid alle vergaderingen en ik hak veel knopen door. Ik ben ervoor gevraagd, tot mijn verrassing.

Arjen vroeg elf jaar geleden of ik wilde meehelpen met de pilot voor Zondag met Lubach; een beetje mensen bellen, mijn netwerk aanspreken. Daarna werd ik uitgenodigd voor een gesprek en zeiden ze: ‘We vinden dat jij de eindredacteur van dit programma moet worden.’ Ik moest daar een beetje om lachen, want ik was nog nooit eindredacteur geweest. Dat is zo grappig: ik word soms voor dingen gevraagd waarvan ik denk: huh, waaróm?

Mijn carrière is echt gebouwd op wat andere mensen in mij zagen. En niet op mijn eigen ambitie of wat ik in mezelf zag. Helemaal niet. Irene (van den Brekel, producent, red.) zei dat ze het belangrijk vond dat Arjen iemand naast zich zou hebben die hem kon tegenspreken en naar wie hij luisterde. Arjen en ik kunnen gewoon heel goed samenwerken. Omdat we al zo lang bevriend zijn. We kunnen hard discussiëren zonder dat dat ons contact raakt.’

Arjen Lubach zei: ‘Ik vind het heel fijn om iemand te kennen die mij nog heeft meegemaakt toen ik in een schimmelig kamertje in Groningen goedkope pizza zat te eten.’ Dan ben je niet onder de indruk van de beroemde man.

‘Nee zeg, dat zou wat zijn. Als wij al een keer in een stresssituatie met de deuren slaan, weten we op zo’n moment ook dat er niets kapot is.’

Past de luwte je misschien toch beter dan het middelpunt?

‘Ik wil gewoon graag de juiste persoon op de juiste plek zijn. Voor sommige mensen is het zelf in de spotlights staan een doorslaggevende factor. Voor mij niet.’

Hoe belangrijk zijn Arjen en jij voor elkaar?

‘Heel belangrijk. Werk en vriendschap zijn bij ons helemaal verweven. Ik ga ook met Arjen en een paar andere collega’s op vakantie deze zomer. Dan vinden we het namelijk ook nog leuk om elkaar in een villa in Italië te zien.’

Is hij de belangrijkste man in je leven?

‘Er zijn drie belangrijke mannen in mijn leven: Jeroen, mijn vader en Arjen.’

Jullie kennen elkaar uit Groningen, waar jullie allebei studeerden. Knijpen jullie weleens in elkaars hand? Zo van: gebeurt dit allemaal wel écht?

‘Ja nou, wat dácht je. Soms staat er ergens een artikeltje met in één adem ‘Janine Abbring Zomergasten’ en ‘Lubach de talkshow’. Dan stuur ik hem weleens een screenshot: ‘Konden we dit maar naar de Arjen en Janine van vijfentwintig jaar geleden sturen.’’

Arjen zei: ‘Soms lopen we op het Mediapark langs een gebouw waar ‘Lubach’ op staat. Dan moeten we allebei keihard lachen.’

‘Het ís toch ook hilarisch dat je langs zo’n pand loopt en dat daar dan vlaggen hangen met zijn hoofd erop? Te bizar om waar te zijn. Daar ben ik me heel vaak bewust van. Ik heb zelf ook een carrière die ik niet had durven dromen. Ik kom niet uit een heel bijzonder gezin. Niet uit een kunstenaarsfamilie of een familie waarin het logisch is dat je een creatief vak kiest. Ik kreeg van mijn ouders alle vrijheid hoor, daar niet van. Maar ik ken ook mensen die in Amsterdam op het Barlaeus-gymnasium zaten. Die hadden ouders met een vriendenkring waarbij je het volledig vanzelfsprekend vindt om in die wereld te belanden.’

Als je aan vroeger terugdenkt: had je een goede start?

‘Zeker mijn vroege jeugd heb ik als heel gelukkig ervaren. Liefdevolle ouders, geen grote geldzorgen. Mijn moeder was wel veel ziek. Achteraf gezien drukt dat een stempel op je jeugd. Maar op het moment dat je daarin zit, dan is het gewoon iets wat erbij hoort.’

Had je het gevoel dat je voor je moeder moest zorgen?

‘Ja, zeker. Al beet mijn moeder zich er wel dapper doorheen. Ze is heel vroeg gaan dementeren. Een geleidelijk maar onverbiddelijk proces.’ Er was één duidelijk moment waarop Abbring messcherp besefte dat er iets grondig mis was met haar moeder. ‘Ik belde haar en wist dat mijn zus Arina op dat moment ook bij haar in Warffum was. Ik vroeg: ‘Mam, is Arina er nog?’ Ik hoorde aan haar stem dat ze dat niet zeker meer wist. Ik zei: ‘Zit ze misschien nog boven te werken? Roep haar anders even.’ Ik hoorde haar de telefoon neerleggen...’ Ze verstijft, heel even. ‘O, mijn hart breekt weer als ik eraan denk. Want toen ging ze onderaan de trap staan roepen: “Janine... Janine...” Toen begreep ik hoe ernstig ze eraan toe was.’

Heb je haar gezegd dat ze zich vergiste?

‘Nee. Maar je beseft dat je je moeder steeds meer kwijt begint te raken.’

Ook wel verdrietig dat ze je nooit heeft kunnen zien bij Zomergasten.

‘Ik heb dat soort gedachtes nooit gehad bij mijn carrière. Ik denk vooral: wat jammer dat ze Obi, het zoontje van Jeroen, nooit heeft gekend. Of Jeroen zelf. Ik vind het vooral jammer dat ze niet weet hoe gelukkig ik nu ben. Ze had vasculaire dementie. Dan heb je ook soms nog heldere momenten. Ik kwam een keer binnenlopen in het verzorgingshuis. Toen vroeg ze: ‘Hoe oud ben ik eigenlijk? En hoe oud ben jij?’ En wat ze toen ook vroeg: ‘Ben je gelukkig?’’

Ze stokt abrupt in haar verhaal. De herinnering ontroert haar, kort maar intens. ‘Zo bijzonder dat ze dat opeens vroeg. En tien minuten later was die helderheid weer weg.’

Ze is nu negen jaar dood. Wat verandert er als je moeder dood is?

‘Toen mijn moeder uiteindelijk kwam te overlijden, hadden we al zoveel afscheid van haar genomen. Het uiteindelijke afscheid was wel heel verdrietig, maar voor haar ook een soort verlossing. De band met mijn vader is daarna nog hechter geworden. Mijn band met mijn zus is ook heel hecht.’

Blijven jullie ook een gezin als je vader er straks niet meer is?

‘Mijn zus en ik? Ja, absoluut. We hebben allebei geen kinderen. En het grappige is dat je natuurlijk bij het woord ‘gezin’ altijd aan die constellatie denkt. Maar mijn zus en ik zijn een twee-eenheid. En dat gaan we ook blijven. Ik zie niet in dat wij ooit ruzie zouden krijgen over de erfenis of zo.

‘Mijn zus is fantastisch. Ze is ouder, maar ziet er jonger uit. Mijn zus is echt heel knap. Het leuke is dat we nooit jaloers zijn op elkaar. Ze was laatst mee met mijn vader naar een begrafenis. Er waren daar vooral heel veel oude mensen. En dan gaat er zo’n buzz rond van: o, er komt een BN’er. En dan wordt er aan mijn zus gevraagd – want zo beroemd ben ik ook weer niet: ‘O, bent u van de tv?’ Mijn zus moet dan heel erg lachen. Die roept: ‘Nee, ik ben van de bitterballen.’ Want ze werkt voor Kwekkeboom. Daar zit nul kinnesinne in bij haar. Dus ook als het gesprek bijna altijd over mij gaat of over mijn werk. Omgekeerd heb ik ook nooit een greintje ergernis of jaloezie gevoeld. Als iedereen vroeger riep ‘o ja, je zus... wát een knappe vrouw’, dan voelde ik alleen maar trots.’

En jullie hebben nu een kindje van 3 jaar in de familie (het zoontje van Jeroen Wollaars, dat hij kreeg met twee lesbische moeders, red.).

‘Dat is heel erg leuk. Het is vooral mooi om Jeroen in die rol te zien. En om te zien hoe intens gelukkig hij daarvan wordt.’

Wollaars en Abbring kwamen met elkaar in contact, nadat hij haar na een aflevering van Wintergasten een compliment had gestuurd via Twitter. Grijnzend: ‘En ik dacht: god, wat aardig van die saaie grijze man van Nieuwsuur.’

Jouw oog was nog niet eerder op hem gevallen?

‘Nee, ik had hem nooit met die ogen bezien. Toen bleek al snel dat die saaie grijze man van Nieuwsuur heel grappig en sprankelend was. Ik had alleen wel nog een relatie op dat moment. O, o, o dit is voer voor de roddelbladen. Op de een of andere manier ben ik extreem monogaam gebakken. Niet uit overtuiging, of uit een soort morele superioriteit. Het zit gewoon niet in mij om vreemd te gaan. Dus toen ik merkte dat ik Jeroen steeds leuker begon te vinden, voelde ik daar steeds meer paniek over. Ik weet nog dat ik een koortslip kreeg van de stress. Dat had ik echt in twintig jaar niet gehad. Voordat er ook maar iets was gebeurd, heb ik die relatie dus verbroken. We kennen elkaar inmiddels vier jaar. En het zit heel diep.’

Jeroen zei: ‘Janine heeft een heel scherp oog. Als we samen naar een film kijken, heeft zij direct door hoe het verhaal in elkaar zit.’

‘Dat vindt hij heel irritant. Soms zeg ik: ‘Wil je weten hoe het afloopt?’ En dan roept hij: ‘Nee, nee, nee!’ Ik zie heel vaak het narratief dat wordt gebruikt, de dramaturgie. Of ik weet: als dat karakter die mate van aandacht krijgt, dan moet dat wel zus of zo eindigen. Jeroen is veel meer een romanticus. Die kan zich heel snel verliezen in verhalen en dan zijn rationaliteit wat terugschroeven.’

Jeroen noemde je wel een geboren pechvogel.

‘Dat ben ik enorm. Been, arm, voet, teen, rug: alles heb ik wel een keer gebroken. Ik heb geleerd om het te beschouwen als kleine pech. Dat helpt heel erg. Vorige week had ik nog een klapband. Dan bel ik Jeroen en ik zeg: ‘O god, ik heb weer kleine pech.’ En als we daarna weer samen zijn, dan is Jeroen vaak degene die het aanvult. Die moet dan weer om me lachen. Dan zeg ik ‘kleine pech’ en zegt hij ‘maar wel groot geluk’. En dan zoenen we.’

Jeroen zei ook: ‘Ze heeft veel minder last van ego dan bijna iedereen die ik ken.’ Is dat zo?

‘Daar ben ik me niet zo van bewust. Heb je automatisch een groot ego als je op televisie komt?’

Ook Arjen zei zoiets: ‘Janine heeft de neiging om zichzelf te weinig op waarde te schatten. Als ze ergens binnenkomt, gaat ze ervan uit dat mensen niet weten wie ze is.’

‘Ik kom niet binnen met een air van: nou, hier ben ik dan. Als dat egoloos is, dan klopt dat wel. Maar als ik nu oude interviews met mezelf teruglees, dan vind ik tegelijk irritant om steeds maar weer dat verhaal terug te zien over hoe onzeker ik ben. Ik ben daar wel een beetje klaar mee. Het ligt aan mezelf hoor: ik begin daar zelf ook vaak over. Ook omdat het een soort ontwapening is; nou heb ik dat tenminste maar vast gezegd. Maar ik denk steeds vaker: Jezus, ik ben 50. Ik kan dat inmiddels echt niet meer aan mezelf verkopen.’

Dat het je allemaal ook maar is overkomen.

‘Precies. Op een gegeven moment moet ik toch ook erkennen dat er wel iets van talent aanwezig moet zijn. Dat ik het gewoon kan. Dat ik een prima eindredacteur ben en dat ik Zomergasten kan presenteren zonder op mijn bek te gaan. Dus als ik nu rationeel kijk naar mijn eigen carrière, dan denk ik: ja, verdomme Abbring, je kan echt wel wat.’

5 februari 1976 Geboren in Groningen.
1994 Studie journalistiek.
1999 Kunstredactie Groninger Dagblad.
2001 Scoort met Arjen Lubach een hitje met parodie-liedje Jelle.
2001-2007 Werkt als verslaggever en presentator bij RTV Noord.
2009-2011 maakt deel uit van De Jakhalzen in De Wereld Draait Door.
2011 Presenteert Vroege Vogels, op radio en tv.
2012 Raakt ernstig gewond na sprong bij Wie is de Mol?
2014 Eindredacteur bij Zondag met Lubach.
2017-2022 Presenteert Zomergasten.
2017 Sonja Barend Award voor interview met Eberhard van der Laan.
2022-heden Eindredacteur van De Avondshow met Arjen Lubach.

Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next