Om de economische groei aan te jagen, krijgen Europese banken meer financiële ruimte. Dat is geen goed idee, zeker niet nu de AI-zeepbel dreigt te knappen.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Voor het eerst sinds de kredietcrisis van 2008 gaat Europa de regels voor banken versoepelen. Ze hoeven minder hoge kapitaalbuffers aan te houden, waardoor ze meer kunnen uitlenen. De Europese Commissie overweegt ook in andere regels te snoeien, zodat onder meer de bonussen van bankiers weer omhoog kunnen.
Hoewel de versoepeling tot stand kwam na een intensieve lobby van de banken, bezwoor Eurocommissaris Maria Luís Albuquerque dat ze dit niet doet om de banken rijk te maken, maar alleen om de Europese economie te ondersteunen.
Europa maakt zich zorgen over zijn concurrentiepositie. De belangrijkste concurrenten, de Verenigde Staten en China, groeien harder of veel harder. De VS lopen voorop in de AI-revolutie, China bij de energietransitie.
Dat komt deels door de beschikbaarheid van kapitaal. In de VS ligt veel meer privaat geld klaar voor startende, doorgroeiende en volwassen ondernemingen. In China is de overheid een belangrijke sponsor.
De behoefte aan kapitaal zal de komende jaren fors groeien. Om Europa duurzaam te maken, China en de VS technologisch bij te benen én in defensie te investeren, is geld nodig, veel geld.
Het is dus te begrijpen dat de Europese Commissie nadenkt hoe ze meer geld kan vrijspelen, zeker nu de Amerikanen en de Britten de teugels bij hun banken ook hebben laten vieren. Mario Draghi, oud-president van de Europese Centrale Bank, adviseerde dat ook in zijn alarmerende rapport over de Europese economie uit 2024.
De vraag is echter of dit de juiste weg is. De Nederlandsche Bank denkt van niet. Er is vooral behoefte aan risicodragend kapitaal, aan investeerders die hun geld durven stoppen in jonge, veelbelovende ondernemingen en sectoren. Het kapitaal dat banken verstrekken, leningen waarop lage risico’s zitten, is in ruime mate voorhanden. Dat blijkt ook uit het feit dat Europese banken vaak meer kapitaal aanhouden dan nodig is en het vaak teruggeven aan hun aandeelhouders.
Banken worden door de versoepeling wel kwetsbaarder. Door de lagere kapitaalbuffers komen ze bij een crisis sneller in de problemen. De kans dat de overheid in dat geval weer te hulp moet komen met miljardensteun, neemt toe.
Het is wonderlijk hoe snel de zorgen daarover zijn verdwenen. Na de financiële crisis van 1929 duurde het een mensenleven voordat de Amerikaanse president de regels voor de financiële sector durfde te versoepelen, met uiteindelijk desastreuze gevolgen.
Nu is in nog geen vijftien jaar de overtuiging gegroeid dat het financiële stelsel niet kapot kan. Dat is deels te begrijpen. Centrale banken hebben een effectief middel gevonden tegen financiële crises. Bij dreigende geldtekorten pompen ze enorme hoeveelheden nieuwe euro’s of dollars de economie in.
Die remedie heeft wel een keerzijde. Al dat nieuwe geld drijft de aandelen- en huizenprijzen op, waardoor de bezittende klasse nog rijker wordt en het risico op financiële zeepbellen snel groeit.
Juist op het moment dat wordt gevreesd voor het knappen van de AI-zeepbel, zou de overheid de geldkraan moeten dichtdraaien. De zorgen over de economie mogen nooit de zorgen over de financiële stabiliteit overstemmen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant