Home

‘Jij denkt natuurlijk: daar heb je die ouwe zeikerd weer’ – er stond nog veel meer op haar briefje

van de Goor is huisarts.

Ik loop naar de wachtkamer om Ans binnen te roepen. Vanuit de gang hoor ik haar al praten met de andere mensen in de wachtkamer. Ans ziet me en zegt: ‘Moet je mij hebben?’ ‘Nou en of’, zeg ik.

Moeizaam staat ze op van haar stoel en schuifelt achter me aan. ‘Sorry het duurt effe, hoor’, zegt ze. ‘Ja, ik dacht net: waarom springt Ans niet wat sneller op’, zeg ik. ‘Nee jij bent lekker’, zegt Ans.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

In mijn spreekkamer ploft Ans opgelucht neer. Ze haalt een opgevouwen briefje uit haar zak en vouwt het uit. Het is volgeschreven, ouderwets met een pen. Ik kan op z’n kop een beetje meelezen; achter het eerste streepje staat ‘Moe’, en daar nog commentaar achter gekrabbeld, maar dat kan ik niet lezen.

Achter de volgende streepjes staan gewrichtspijn, duizeligheid en brokkelige nagels. De rest van het briefje kan ik zo op z’n kop niet lezen.

‘Ik heb weer een heel lijstje’, zegt Ans. Ze kijkt naar haar briefje. Ik zie dat ze maar moeilijk kan kiezen. ‘Anders zetten we eerst eens alles op een rijtje’, zeg ik. ‘Dan zien we wel hoe ver we komen.’

Dat helpt. Ans begint bovenaan. Eerst leest ze op wat ze heeft opgeschreven, maar al gauw wijdt ze uit, hoe haar lijf haar tegenhoudt, wat een hekel ze aan haar lijf heeft, dat het niet doet wat ze wil, en dat ze kwaad is op zichzelf.

Eerst probeer ik nog even mee te schrijven, om haar klachten in kaart te brengen, maar al gauw geef ik het noteren op. Dus ga ik achterover zitten en luister naar Ans.

Ans is intussen ver voorbij het lijstje op haar briefje. Ze moppert over haar afzichtelijke teennagels, over de likdoorn op haar voet, over haar eczeemhuid die altijd wel ergens jeukt, over haar knieën die half versleten zijn maar niet erg genoeg dat de orthopeed er wat aan doet – en over dat lijf van haar, daar moet ze het dus maar mee doen.

‘Ja en ik moet afvallen, dat weet ik wel,’ bromt Ans, ‘maar het gaat niet. Daar word ik ook zo chagrijnig van, dat ik het wel weet maar het lukt gewoon niet. Jij denkt natuurlijk ook: daar heb je die ouwe zeikerd weer,’ vervolgt Ans.

‘Nee hoor,’ zeg ik.

Ans vervolgt onverstoorbaar: ‘Mijn buurvrouw zegt ook: je moet gewoon naar de sportschool. Maar dat is zo’n fit vrouwtje dat er in een tijgerlegging nog lekker uitziet’, zegt Ans. ‘Da’s knap, er lekker uitzien in een tijgerlegging’, zeg ik.

We grinniken allebei.

‘Jij kunt er ook niks aan doen hoor, dat weet ik wel’, zegt Ans. ‘Kun je wel even m’n bloeddruk meten, want daar maak ik me wel zorgen om?’

‘Tuurlijk’, zeg ik.

Ik doe de bloeddrukmeter om haar arm. Ans praat ondertussen verder over haar linkerheup.

‘Mijn knieën doen al heel lang pijn’, zegt ze, ‘maar nu gaat die heup ook meedoen. Krijg je dat ook nog. Het is toch niet normaal meer wat je moet lijden als je oud wordt?’

‘Even stil’, zeg ik tegen Ans, ‘anders meet-ie niet goed.’
‘O ja, dat vergeet ik altijd’, zegt Ans.
Een paar seconden is het stil.

‘Ik denk dat die pijn in m’n heup ook door die knieën komt, want daardoor loop ik scheef’, vervolgt ze. ‘Ssst’, zeg ik. ‘O ja’, zegt Ans. Ze wil alweer wat zeggen en zegt dan: ‘O ja, ik mag nu niet praten hè.’
‘Nee, eigenlijk niet’, zeg ik.

De bloeddrukmeter is klaar. ‘En?’ zegt Ans, terwijl ik de band van haar arm haal. ‘Ietsje te hoog. Maar niks verontrustends hoor’, zeg ik. ‘Ja en ik was weer eens niet stil hè’, zegt Ans. ‘Ja, moeilijk hè, stil zijn’, zeg ik. ‘Volgens mij staat jouw hoofd altijd aan.’

‘Ja’, zegt ze, ‘dat is een ramp hoor, zo’n hoofd. Dat gaat maar door. Of ik nou wil of niet.’ ‘En dat staat niet eens op je briefje’, zeg ik. ‘Nee’, zegt Ans. ‘Dat is het wel even voor nu hoor’, zegt Ans. ‘Oké. Kom je wel snel weer, anders mis ik je’, vraag ik. ‘Ach hou toch op’, zegt Ans, met een glimlach. ‘Nou dag hoor.’

‘Daaag, groeten aan je man.’
‘Doe ik’, zegt Ans.

Mopperend strompelt ze weg. Het briefje verdwijnt weer opgevouwen in haar jaszak.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next