Home

Opinie: Liefdevolle jeugdzorg begint met vertrouwen, niet met controle

Echte veiligheid ontstaat door een relatie op te bouwen: alleen dan voelt een jongere zich veilig genoeg om zelf naar een begeleider toe te stappen. Laten we daarom ophouden met vrijheidsbeperkende maatregelen in de jeugdzorg.

Laatst was ik bij een bijeenkomst van een jeugdzorgorganisatie over de inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen op groepen waar jongeren wonen. Medewerkers van verschillende teams reflecteerden daar op de huidige werkwijze. Het was duidelijk een moeilijk onderwerp. Wat moet anders om vrijheidsbeperkende maatregelen te voorkomen? Zijn deze maatregelen misschien juist nodig in bepaalde gevallen?

Juist nu de gesloten jeugdzorg wordt afgebouwd, is dit thema belangrijker dan ooit. Als we de omwenteling willen maken naar een liefdevolle jeugdzorg, moeten we dit gesprek voeren.

Het onderwerp is complex en verre van zwart-wit. Vrijheidsbeperking roept veel op. De dagelijkse praktijk op een groep kan immers ingewikkeld zijn. De maatregelen waar het om gaat variëren ook enorm: van het uitschakelen van de wifi tot cameratoezicht of het op slot draaien van de keuken.

Over de auteur
Jan de Vries
(22) is ervaringsdeskundige bij ExpEx, Jeugdformaat en Jong Doet Mee.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Wekelijkse kamercontrole

Hoewel deze restricties in de open jeugdzorg wettelijk niet zijn toegestaan, vinden ze in de praktijk toch plaats. Soms voelt het ook onvermijdelijk. Bij vermoedens van wapens of drugs doorzoek je liever een kamer, en na een heftig incident biedt een camera een gevoel van veiligheid.

Toch moeten we oppassen voor deze reflex. Laat ik klein beginnen met een voorbeeld uit mijn eigen verleden. Op de groep waar ik woonde, was een wekelijkse kamercontrole de standaard. Hulpverleners gingen met de beste bedoelingen mijn kamer binnen: stekkers uit het stopcontact halen, het raam sluiten of kijken of de was al gedaan was.

Dat lijkt onschuldig, iets wat thuis ook gebeurt. Maar voor mij was die kamer op dat moment de enige plek op de hele planeet die echt van mij was. Daar lag mijn koffer met alles wat ik had. Ik was er totaal niet aan toe dat mensen zomaar mijn ruimte betraden. Als reactie barricadeerde ik mijn deur met een kast of hing lakens over mijn spullen. Zo kwam ik tegenover de begeleiding te staan in plaats van ernaast. Er was simpelweg nog geen vertrouwensband opgebouwd. Bovendien gold de regel voor iedereen, niet omdat ík het specifiek nodig had. Ik kreeg geen kans om het zelf te proberen en te leren van eventuele fouten.

Drugs- of wapenbezit

Natuurlijk zijn er extremere situaties, zoals bijvoorbeeld vermoedens van drugs- of wapenbezit. Dat kan ook de veiligheid van de groep raken. Als medewerker wil je niet machteloos toezien. Toch is een kamerdoorzoeking zelden de oplossing. Vrijheidsbeperkende maatregelen bieden namelijk schijnveiligheid. Wie een wapen of drugs wil verbergen, vindt wel een manier. Wie zijn telefoon moet inleveren om beter te slapen, regelt wel een reservetoestel.

Echte veiligheid ontstaat door een relatie op te bouwen. Alleen dan voelt een jongere zich veilig genoeg om zelf naar een begeleider toe te stappen. Zelfs als een maatregel echt noodzakelijk lijkt, moet de jongere daarbij betrokken worden. Grenzen stellen mag en moet, maar betrek de jongere in het proces. Geef jongeren eigenaarschap en keuzemogelijkheden.

Spreek bijvoorbeeld af om het eerst op de manier van de jongere te proberen, en stuur bij als dat na evaluatie niet werkt. Maak duidelijke afspraken over de duur en de afbouw van de maatregel. Laat zien dat het geen straf is, maar hulp. Zo pakken we de onderliggende problematiek aan in plaats van de symptomen te bestrijden.

Vertrouwensband

Tijdens de bijeenkomst die ik bezocht, brachten teams in kaart waar zij nog vrijheidsbeperkende maatregelen inzetten. Ze vroegen zich kritisch af: zijn deze regels wel gepast? Hoe beslissen we hierover met de bewoners? Wat kan er morgen al anders? In mijn eigen tijd had zo’n reflectie een wereld van verschil gemaakt. Ik had geen wekelijkse kamercontrole nodig, maar controle over mijn eigen ruimte. Ik had een vertrouwensband nodig voordat ik iemand kon binnenlaten. Als dat was gebeurd, was ik sneller hersteld.

Natuurlijk blijven er moeilijke dilemma’s bestaan waar geen goede antwoorden op zijn. Wat doe je bij extreme verwaarlozing van een kamer, of als een jongere midden in de nacht wil weglopen? Je mag een jongere niet opsluiten. Wel kun je duidelijke grenzen stellen: ‘Ik kan je niet tegenhouden, maar als je wegloopt moet ik de politie bellen.’

Dwingen werkt niet als iemand er nog niet klaar voor is. Ga daarom het gesprek aan en investeer in de relatie. Alleen zo bouwen we samen aan de liefdevolle jeugdzorg die we zo hard nodig hebben.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next