Andy Burnham, de nieuwe Britse premier en leider van Labour, stopt met de voorbereidingen voor een digitaal nationaal identiteitsbewijs. Volgens zijn woordvoerder worden de vrijgekomen middelen ingezet om de kosten van levensonderhoud te verlagen en andere directe zorgen van inwoners aan te pakken.
Het digitale identiteitsbewijs was een speerpunt van vertrekkend premier Keir Starmer, die het plan in september presenteerde als middel tegen illegale migratie en illegale arbeid. De zogeheten "Brit Card" zou vanaf 2029 nodig zijn geweest om te mogen werken in het Verenigd Koninkrijk, maar niet verplicht worden als algemeen identiteitsbewijs. Op de kaart zouden onder meer de verblijfsstatus, naam, geboortedatum, nationaliteit en een foto komen te staan.
Het voorstel leidde tot stevige kritiek, onder meer vanwege zorgen over privacy en de verwachte kosten. Het Office for Budget Responsibility schatte de uitgaven eerder op zo’n 1,8 miljard pond, omgerekend ruim 2,1 miljard euro, verspreid over drie jaar. Een definitief budget was door de regering-Starmer echter nooit vastgelegd en ambtenaren betwistten de genoemde raming.
Onder die druk paste de regering in januari de plannen al aan en versoepelde de voorwaarden voor het identiteitsbewijs. Toch bleef de politieke en maatschappelijke weerstand groot, waarna de nieuwe regering nu kiest voor volledige afschaffing van het project. Hoeveel geld daarmee precies wordt bespaard, is nog niet duidelijk.
Burnham laat via zijn woordvoerder weten dat zijn kabinet de prioriteiten wil verleggen naar maatregelen die inwoners direct in hun portemonnee merken. "Een van de eerste dingen die deze regering zal doen, is haar aandacht richten op wat de mensen op dit moment nodig hebben", aldus de woordvoerder. Volgens hem wil Burnham de macht meer bij lokale gemeenschappen leggen in plaats van bij ministeries in Londen, en zo economische groei in alle regio’s stimuleren.
Afbeelding: Grok AI / FOK.nl
Source: Fok frontpage