Het stembiljet gaat veranderen. Vanaf 2029 moet wat nu nog het formaat tafellaken heeft, een handzaam A3’tje zijn. Maar het blijft papier, terwijl tot twintig jaar geleden de stemcomputer de toekomst leek.
De kranten wisten het zeker, in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 1994. ‘De stembus is verleden tijd’, schreef Nieuwsblad van het Noorden. Volgens NRC Handelsblad waren ‘de dagen geteld voor het vertrouwde rode potlood’, en De Telegraaf zag de ‘stemcomputer als winnaar uit de bus’ komen. Minder dan de helft van het land stemde nog op papier.
Lang leek het een kwestie van tijd voordat het papieren stembiljet een museumstuk zou worden. Moderniseren, met de tijd mee, was het devies. En dus werd er in de vorige eeuw volop ingezet op stemmachines, met als hoogtepunt de stemcomputer. Aan die opmars kwam in 2007 een abrupt einde.
In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.
Negentien jaar later is de nieuwste verkiezingsinnovatie geen technologisch snufje. Vanaf de Europese verkiezingen van 2029 maakt het uitvouwbare ‘tafellaken’ van een stembiljet plaats voor een handzaam A3-formuliertje. Dat moet het stemproces vereenvoudigen.
Bij de verkiezingen van 1966 werd in zes gemeenten voor het eerst getest met mechanische ‘stemmachines’. Op het apparaat moest het vizier op een verticale, doorzichtige plaat precies worden gericht op het vakje van de voorkeurskandidaat. Een trek aan de hendel, en voilà: gestemd! Aan het eind van de verkiezingsdag kon de uitslag direct worden afgelezen. Kiezers mochten vooraf oefenen met de machine en konden volgens minister Edzo Toxopeus eigenlijk ‘geen fouten meer maken, als het goed is’, zo zei hij bij een demonstratie in het NTS Journaal in 1964.
Maar goed was het niet: ‘STEMMACHINE WERD VOLSLAGEN FIASCO’, kopte De Waarheid de dag na de verkiezingen vanwege haperende machines en de enorme hoeveelheid ongeldige stemmen.
De moderne stemcomputer, die begin jaren negentig werd ingevoerd, beviel een stuk beter. ‘Geestdodend stemmen tellen is verleden tijd’, aldus de Leeuwarder Courant in 1993. De stemcomputer van apparatenmaker Nedap werd verreweg het meest gebruikt, maar ook die van producent SDU was populair bij gemeenten.
De opmars van de stemcomputer ging als een raket. In 1991 werd hij ingevoerd, in 1994 stemde al meer dan de helft van Nederland erop en in 2006 was Nederland bijna volledig om. Zo’n 99 procent van de kiezers zou op een stemcomputer gaan stemmen in november van dat jaar; slechts tien gemeenten gebruikten nog een stemformulier.
Zo ver kwam het niet. Drijvende kracht achter de ondergang van de stemcomputer was hacker en XS4ALL-oprichter Rop Gonggrijp. Zijn actiegroep ‘Wij vertrouwen stemcomputers niet’ kon met een smoes in september 2006 twee Nedap-stemcomputers kopen van de gemeente Wijdemeren. ‘Ik begreep dat iemand daar achteraf vreselijk voor op zijn lazer kreeg’, zegt Gonggrijp nu.
Met de stemcomputers in handen kon de actiegroep laten zien dat het met de software van de apparaten eenvoudig was om te frauderen. Ook was de uitslag achteraf niet handmatig te controleren, dus eventuele onrechtmatigheden waren niet aan te tonen. Daarnaast bleek dat stemcomputers via radiostraling konden worden afgelezen en zo ook het stemgeheim in gevaar brachten.
Na onderzoek van het ministerie werden 1.187 SDU-apparaten afgekeurd voor de verkiezingen van 2006. Meer dan twintig gemeenten grepen terug naar het papieren stembiljet. De stemcomputers van Nedap werden toen nog veilig genoeg bevonden, maar ook voor dat apparaat was het na de Provinciale Statenverkiezingen van 2007 einde oefening. ‘Zelden heeft een actiegroep de overheid zo snel voor haar ideeën weten te vinden als deze groep wantrouwige technologen’, schreef De Gelderlander destijds.
Na de stemcomputercrash van 2007 wordt er eens in de zoveel tijd een politieke lans gebroken voor herinvoering van het apparaat. Daar is het nooit van gekomen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken zei vorig jaar na onderzoek dat ook enkel het elektronisch tellen van stemmen de ‘integriteit van verkiezingen’ onder druk zet. En voordat digitaal tellen überhaupt mogelijk is, moet het stembiljet eerst kleiner.
Dat kleinere stembiljet moet over drie jaar in ieder geval gaan voorzien in de belangrijkste voordelen van de stemcomputer: sneller en foutlozer tellen, en eenvoudiger te gebruiken voor de kiezer. Maar wat blijft: in het stemhokje maak je je keuze op papier. Het rode stempotlood, het stembiljet en de stembus zijn nog steeds de belangrijkste genodigden op het feest van de democratie.
Source: Volkskrant