Home

Ook de nieuwe Britse premier Andy Burnham zal botsen op een weerbarstige werkelijkheid

is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over de EU en internationale samenwerking. Hij woont in Berlijn.

De nieuwe Britse premier Andy Burnham wil afrekenen met de neoliberale erfenis van Margaret Thatcher, maar wat zijn business-friendly socialism betekent voor de wereld van nu is verre van duidelijk.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

De Britse premierscarrousel draait vandaag weer verder. Andy Burnham wordt de zevende prime minister sinds het Brexit-referendum van 2016. Tenzij hij over onvermoede kwaliteiten beschikt, zal het hem waarschijnlijk niet anders vergaan dan zijn directe voorgangers. Met uitzondering van Liz Truss, die het slechts 49 dagen volhield.

Vrijdag presenteerde hij zich met de gebruikelijke grote woorden over change. Hij kondigde zelfs ‘de meest betekenisvolle verandering van de afgelopen veertig jaar’ aan. Maar ook Burnham zal botsen op een weerbarstige werkelijkheid: de zwak presterende economie, de spanning tussen antimigratiesentiment en de behoefte aan arbeidskrachten van een vergrijzend land, de verdeeldheid van de samenleving die wordt aangewakkerd door sociale media.

Burnham staat een linkse koers voor met een sterke rol voor de staat, maar het Internationaal Monetair Fonds heeft al gewaarschuwd dat hij niet te veel geld mag uitgeven, als hij het vertrouwen van de financiële markten wil behouden. De kans is groot dat hij al snel in ongenade valt bij een chagrijnig electoraat.

Net als andere Europese landen wordt het Verenigd Koninkrijk steeds moeilijker regeerbaar. De electorale fragmentatie die coalitievorming in landen als Duitsland, Frankrijk en Nederland zo moeilijk maakt, wordt in het VK gedempt door het kiesstelsel. Labour beschikt over een grote meerderheid.

Maar onder dat schijnbaar stabiele oppervlak fragmenteert ook het Britse electoraat. Ooit konden premiers als Harold Wilson of Margaret Thatcher vertrouwen op een grote en loyale achterban, die zich niet kon voorstellen ooit iets anders te stemmen dan Labour of Conservatieven. Die tijd is voorbij: Labourkiezers lopen weg naar rechts (Reform UK of eerder de Conservatieven onder Boris Johnson) of links (de Groenen). Dat leidt tot een koortsachtig politiek klimaat. Als een premier te impopulair wordt, breekt onrust uit omdat Lagerhuisleden vrezen hun zetel te verliezen bij de volgende verkiezingen.

Burnham heeft een paar sterke punten. Hij staat dichter bij de bevolking dan technocratische voorgangers als Keir Starmer of Gordon Brown. Daarnaast formuleert hij een linkse koers die de waarden van Labour, sociaal-economische gelijkheid, nieuw leven moet inblazen. Centraal in dit project staat het streven om de kloof tussen Noord- en Zuid-Engeland te dichten.

Onduidelijk is echter hoe hij dit doel wil bereiken. Uit Burnhams woorden spreekt een verlangen om af te rekenen met de neoliberale erfenis van Thatcher, en de voortzetting daarvan door de Labourleiders Tony Blair en Gordon Brown. Maar wat Burnhams business-friendly socialism voor de wereld van nu betekent is minder helder.

Sowieso is het dichten van de Noord-Zuidkloof een zaak van de lange adem, terwijl het politieke klimaat op de korte termijn is gericht en een nieuwe premier al na honderd dagen wordt gevraagd wat hij nu eigenlijk bereikt heeft. Burnhams doelstellingen zijn lovenswaardig, maar te vrezen valt dat hij het volgende slachtoffer zal worden in een spiraal van verwachting en teleurstelling.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next