Home

Voetbal zal nooit meer zo mooi zijn als in de laatste 21 jaar

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

Eerlijk gezegd maakt het me niet zoveel uit wie de finale tussen Spanje en Argentinië wint, die een paar uur na het inleveren van dit stukje begon. Gewoon kijken naar voetbal, naar hem vooral, wiens naam ik verder niet zal noemen, want die is na bijna zes weken WK voor sommigen te vaak uitgesproken. Iedereen weet wie hij is.

Van Cruijff tot Maradona, van Francescoli tot Laudrup en Ronaldinho; sinds ik voetbal leerde liefhebben, een jaar of 55 geleden, keek ik het liefst naar grote individuen die een team soms bijna letterlijk droegen. Maar van hem genoot ik het meest, ook omdat hij zijn sterrenstof over meer dan twee decennia liet dwarrelen. Vanaf het moment dat mijn oude vriend Piet de Visser in woede ontstak, omdat hij aanvankelijk op de bank zat bij het WK voor jeugd in 2005 in Nederland.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

De rest is bijna geschiedenis. Overal heb ik hem gezien, ook live, op zes WK’s, tijdens de Copa América in Venezuela, en eindeloos op tv. Voor hem bleef ik thuis, om zijn oplossingen te zien, zijn denkvermogen te doorgronden, het zogenoemde scannen, al ver voordat daarvoor aparte trainers waren. Zijn techniek, zijn dribbels. Ja, zelfs dat inmiddels beroemde wandelen dat geen ontspannen wandelen is, want hij overziet alles. In alle klassementen staat hij meestal bovenaan. Dribbels, gecreëerde kansen, doelpunten, assists.

Het is bizar dat hij na al die jaren nauwelijks een woord Engels spreekt, terwijl hij geen slechte prater is. Dat viel me al eens op toen we in 2019 op vakantie waren in Barcelona en hij voor de aftrap van een duel met Arsenal een best indrukwekkende toespraak hield in het stadion.

Hier en daar noemen ze mij een fanboy. Het is een compliment, zeker dat boy, voor een man van 62. Wat moet ik dan? Kijken naar Dan Burn? Zelfs zijn makkelijke acties zijn moeilijk voor anderen. Zijn team is soms gemeen, al is dat vaker zo geweest met Argentijnen, omdat zij geregeld een heel goede speler hebben voor wie de rest zich opoffert, ten koste van alles.

Kijk eens naar 1978 of 1986, toen ze schoppen kregen en schoppen gaven. Ten opzichte van toen is voetbal een net spel geworden, gemiddeld gesproken. Al die teamgenoten geloven in de toverkracht van die ene grote kleine. De familie Argentinië logeerde dit WK in een gewoon, sober hotel. De spelers vertoefden met zijn tweeën op de kamer, behalve hij. In de avond slingerden ze de barbecue aan.

Hij hoeft niet te winnen van Spanje. Hij heeft al gewonnen. Zelfs degenen die hem niet mogen, zullen diep in hun hart sprankjes liefde voelen. Ik kan zijn doelpunten dromen, en zijn onvoorspelbare acties, ook uit de tijd van voor AI, toen je nog zeker wist dat de magie zich echt had voltrokken. Hij heeft me onbeschrijflijk veel plezier geschonken, in mijn werk en gewoon als liefhebber van voetbal. Ik durf te stellen dat mijn leven zonder hem een stukje minder leuk was geweest. Niet heel veel minder leuk, maar wel een beetje minder leuk.

Dat stemt ook melancholisch, want de finale is misschien zijn laatste echt grote wedstrijd. Voetbal gaat voor mij nooit meer zo mooi worden als in de laatste 21 jaar.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next