Home

Het broodnodige festival de Zwarte Cross behandelt bezoekers alsof ze wel tegen een stootje kunnen

Bezoekers uit heel Nederland vinden op de Zwarte Cross in de Achterhoek wat er niet is op andere festivals: directheid en nuchterheid. En nergens anders worden er zoveel praatjes met elkaar gemaakt.

is popredacteur van de Volkskrant.

Even leek het helemaal mis te gaan op de Zwarte Cross. Stuntman Jim van Nes had de eer om donderdagavond over de Megatent, het een-na-grootste podium van het festival, heen gekatapulteerd te worden. Vanuit een kuipstoeltje werd hij maar liefst 35 meter hoog en 75 meter ver gekieperd, met een speciaal voor deze stunt gemaakte katapult. Na lang aftellen vliegt Van Nes spectaculair door de lucht, als een lappenpop bijna, en landt keurig in het luchtkussen.

Technisch liep de stunt volgens de organisatie perfect, maar Van Nes raakte bij de landing met zijn knie zijn hoofd en raakte buiten bewustzijn. Een dag later laat de stuntman vanuit het ziekenhuis weten helemaal in orde te zijn, en blij te zijn de stunt gedaan te hebben. Hetzelfde geldt voor stuntman Laurent Arrabito, die een dag later de stunt uitvoert en daarbij een enkelblessure oploopt. De stunt gaat de volgende dagen niet door, vooral omdat de stuntmannen nu op zijn.

Het is tekenend voor de Zwarte Cross, een van de grootste meerdaagse festivals van Nederland. Het vierdaagse festival vlakbij Lichtenvoorde, in de Achterhoek, organiseert wel vaker dit soort megalomane stunts. Om de Zwarte Cross een popfestival te noemen zou het vierdaagse spektakel dan ook tekort doen, zeker omdat het tegelijkertijd ook een motorcross is, en eigenlijk ook een kermis.

Humor

Het festival is hoe dan ook broodnodig in het Nederlandse festivallandschap. De honderdduizenden bezoekers vinden hier iets wat er op die andere grote meerdaagse festivals niet is: directheid en nuchterheid. De wereldproblematiek wordt hier met humor aangepakt in plaats van met ernstige speeches.

Kijk bijvoorbeeld naar de talloze ludieke bordjes met leuzen die de organisatie over het terrein heeft verspreid. Je leest er net zo goed ‘goed volk behoeft geen leider’ als ‘hetero’s hebben ook gevoel’, als ‘heb je het gas wel uitgedraaid voor je van huis wegging?’. Bezoekers worden niet behandeld als breekbare poppetjes, maar als mensen die wel tegen een stootje kunnen.

Er zijn weinig plekken om lekker te zitten of te hangen, het terrein is vrij vies qua stof en afval en nergens is zeep. Men stelt zich hier niet aan, kijk maar naar de stuntmannen. Dat betekent niet dat er niet met iedereen rekening is gehouden. Op het hele terrein is veel aandacht besteed aan de rolstoeltoegankelijkheid, bijvoorbeeld. En bovenal is er voor iedereen iets te doen op het enorme terrein.

Neem het Stadsplein, een in Romeins thema opgetrokken gebied. Er is een dependance van Museum More in Gorssel, waar een werk van Bobbi Essers aan bezoekers wordt toegelicht. Er is een open podium, een stamcafé en een rockcafé, er zit een studentencafé (De Kwijtschelding), en een gaycafé (De Kast) waarvoor het hele weekend lang de langste rij staat.

Literair café

In literair café De Ezelsoor aan datzelfde plein kan de bezoeker het hele weekend luisteren naar schrijvers als Dimitri Verhulst en Marcel van Roosmalen, een deurtje verderop aan het plein kan je een tatoeage laten zetten met het logo van het Zwarte Cross-drankje bij uitstek: Nozem.

Op het Hoofdpodium, midden op het terrein, staan veelal artiesten met een robuuste staat van dienst. Niet per se de meest urgente of vernieuwende artiesten, maar betrouwbare namen waarbij iedereen mee kan zingen. Het volste veld van het weekend is er bij de Bankzitters, waar aan het publiek te zien veel kinderen en tieners met hun ouders een dagkaartje voor hebben gekocht. De vijf jongens zingen met behulp van hun autotune liedjes die je al halverwege de eerste luisterbeurt mee kan zingen: juist dat is de aantrekkingskracht.

De beste show komt zaterdagnacht van de recent (weer) herenigde The Opposites. Het duo Willem en Big2 vullen elkaar nog steeds geweldig aan. Al klinkt het begin wat kaal, en is Willem erg schor, al snel vinden de twee samen hun draai weer. Daarbij worden ze geholpen door een hele batterij aan hits uit het tijdvak 2009 tot 2013, waardoor het laatste halfuur één grote apotheose is. Dat ze niet vies zijn van een hardstylemix hier en daar helpt al helemaal.

Maar vaker zie je op dit podium een flinke dosis gitaren. De Bökkers doen het goed, met hun fijn vertrouwde bluesy rockgeluid uit Amerikaanse traditie. Maar ook Di-rect komt hier goed tot z’n recht. Hun iets eigenwijzere rock is stevig genoeg om de aandacht vast te houden, indrukwekkend vingervlug gitaarwerk met een laagje galm is precies wat dit festival van ze wil. Ze durven ook de tijd te nemen om langzaam op te bouwen naar een episch crescendo met trompet.

Reggaeweide

Aan een andere kant van het terrein hangt er op de reggaeweide een heel andere sfeer. De Zwarte Cross blinkt uit in consequent decoreren, in dit festivalgebied zit veel liefde en oog voor detail. Het hele gebied is een strandje, veel bezoekers trekken hun schoenen uit om het warme zand tussen de tenen te voelen. Alle barren, eetstandjes en bankjes zijn in dezelfde surf shack-stijl ontworpen en er staan zelfs palmbomen in dit stukje Lichtenvoorde.

Er hangt ook wat clichématigs aan, vooral door de enorme opblaasbare joint die de ingang aangeeft. Al is-ie wel handig om de weg te vinden, want in het donker gloeit het puntje en komt er rook uit.

Maar het is uniek en fantastisch dat er op zo’n groot festival zoveel aandacht wordt besteed aan reggae, met artiesten als Julian Marley & The Uprising (ja, de zoon van) en Micah Shemiah.

Plattelandsidentiteit

Waar de andere grote festivals vooral bezoekers trekken uit de grote steden, komen op de Zwarte Cross juist mensen die niet in de stad wonen. Op het podium wordt daarom de plattelandsidentiteit meermaals wat aangedikt om hem te vieren. Op donderdag opent Mooi Wark het hoofdpodium, en begint meteen met hun hit Ik bin en blief een boer!. Diezelfde dag sluit Jannes het hoofdpodium af, en begint zijn set met eenzelfde soort tekst: ‘Mijn naam is Jannes, kom van het platteland, al vinden ze mij een boer, nou dat doet me echt geen moer.’

Op geen ander festival worden er zoveel praatjes met elkaar gemaakt als op de Zwarte Cross. Het zal even schrikken zijn voor wie stedelijke omgangsvormen gewend is, maar aan verbinding geen gebrek. Wie lang genoeg op één plek blijft staan, leert vanzelf de mensen die in de buurt staan kennen.

Maar lang op één plek blijven staan kan niet, want er zijn volgens de organisatie ‘38 plekken die we een podium durven te noemen’, en dan is er dus ook nog die crossbaan. Daar vinden het hele weekend races plaats, een deel ervan ludiek.

Tijdens de Specialklasse komt er bijvoorbeeld een rijdend kasteel van Grolschkratten over de baan voorbijrijden, en een vrachtwagen met een schaarhoogwerker in de laadbaak, waarop een levensgroot Nozem-vliegtuig naar boven en beneden wordt getild. Denk Te land, ter zee en in de lucht, maar dan in alle opzichten grootser.

Vlak voor het festival ontstond nog een klein mediarelletje, toen bleek dat de organisatie het de feestband Effe Serieus zou hebben verboden om hun (zo goed als enige) nummer Baila de Gasolina te spelen. Vorig jaar was er op het hele festivalterrein geen ontkomen aan dat nummer, waardoor het de Zwarte Crossers nu zogenaamd de neus uitkomt.

De festivalorganisatie zou de stekker eruit trekken als Effe Serieus het waagde het nummer in te zetten. Maar net zoals zo’n beetje alles aan het festival was dat natuurlijk jolig bedoeld, en overtuigde het gezang van een uitpuilende Megatent de band genoeg om het nummer drie keer te spelen tijdens hun show.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next