De WK-finale wordt zondag een strijd tussen het geoliede Spaanse voetbal en de boevenbrigade van Lionel Messi. Voor de Argentijnse ster belooft het een heel andere wedstrijd te worden dan tegen het gehate Engeland; met Spanje heeft de oud-Barça-speler een bijzondere band.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
‘Iedereen weet: de halve finale wás de finale. We zullen het nooit, nooit vergeten.’ Aldus sprak Rinus Michels na het EK van 1988. Nederland won het toernooi, maar de halve finale waarin West-Duitsland werd verslagen, sprak in den lande meer tot de verbeelding dan de finale tegen de Sovjet-Unie. Vanwege de langlopende rivaliteit, het verliezen van de WK-finale in 1974 – de Tweede Wereldoorlog werd erbij gehaald.
Eenzelfde sentiment is voelbaar onder Argentijnen. De finale tegen Spanje lonkt, maar ze gloeiden nog lang na van de halve finale tegen Engeland. Net als Nederland destijds wonnen ze met 2-1, na eerst achter te hebben gestaan. ‘Trainer, we hebben geen superlatieven meer over’, verzuchtte een Argentijnse journalist tijdens de persconferentie van bondscoach Lionel Scaloni met tranen in zijn ogen.
Argentijnen in Atlanta, speelstad van de halve finale, bleven de hele avond en nacht zingen over Diego Maradona en Lionel Messi. Want Messi had gedaan wat Maradona veertig jaar eerder deed: de Engelsen ringeloren op een WK. Meerderen spraken over de mooiste wedstrijd van hun leven.
De laatste keer tegen Engeland op een WK, in 2002, ging het mis voor Argentinië. En ook in dit geval werd er een oorlog bijgehaald: die om de Falklandeilanden (Las Malvinas) in 1982. Waar Ronald Koeman in 1988 na de winst op West-Duitsland een Duits shirt tussen zijn billen doorhaalde, daar poseerden de Argentijnse spelers met een spandoek: ‘Las Malvinas zijn Argentijns.’
Over die actie is overigens flinke verdeeldheid onder Argentijnse supporters. Veel ouderen keuren haar af, jongeren zijn er blij mee. Zoals de 19-jarige Giovanni Lombardi. ‘Ik weet alles van die oorlog, ook al was ik nog niet geboren’, vertelde hij op weg naar zijn hotel in Atlanta. ‘Ik heb vrienden van wie de opa in die oorlog is gestorven. Dat zit diep. Argentijnen zijn gek op hun familie. Ik heb de liedjes over de eilanden heel hard meegezongen, het gaf de ploeg ook kracht. Voor mij is het toernooi al geslaagd. Voor Messi denk ik ook.’
Messi liet dat inderdaad een beetje doorschemeren. Het WK is voor zijn ploeg een woeste rit, met meerdere momenten waarop de afgrond nabij was. ‘Het is ongelooflijk hoe alles zich ontvouwt. Eerlijk gezegd had ik echt vertrouwen in deze groep. Ik wist dat we de halve finale zouden halen. En nu staan we in de finale. Alweer. Het is ongelooflijk.’
Het wordt zondag in New York zijn derde WK-finale. Hij was onopvallend in zijn eerste in 2014, toen Duitsland na verlenging won. In 2022 speelde hij een goede wedstrijd en versloeg Argentinië Frankrijk na strafschoppen.
In het MetLife Stadium neemt de 39-jarige aanvaller het op tegen een team dat hij goed kent. Van zijn 13de tot zijn 32ste speelde Messi bij Barcelona, hij woonde om de hoek in Castelldefels. ‘Spanje is een fantastisch team met uitstekende spelers’, prees hij. ‘Ze spelen geweldig voetbal. Ik heb tegen velen van hen gespeeld. Sommigen spelen voor Barça, een club die veel voor me betekent en die ik nog steeds volg.’
Dan toch weer een lofzang op de eigen troepen. ‘Alles wat ik met deze groep heb meegemaakt sinds mijn terugkeer in de nationale ploeg in 2019 is ongelooflijk. Ik heb van elke minuut genoten, en niet alleen van de successen en de gewonnen trofeeën. Het dagelijks leven met hen delen en samen met hen wedstrijden spelen... Het is een fantastische reis geweest. Ik ben heel blij.’
De volgende dag postte Messi een foto waarbij hij in bed ligt met Rodrigo De Paul, zijn kamergenoot. De Argentijnse spelers zijn extreem close, ze voeren elkaar hapjes die ze zelf bereiden van de asado, de Argentijnse barbecue; ze laten elkaar ook buiten het veld nooit zakken.
Ook Spanje speelde, een dag eerder, een onvergetelijke halve finale in Dallas, maar om een heel andere reden. Spanje was superieur tegen Frankrijk, de favoriet van velen vanwege de geweldige aanvalsmacht. Bondscoach Luis de la Fuente durfde zijn ploeg het beste team van de wereld te noemen.
Voormalig assistent-trainer van Barcelona Henk ten Cate ziet de koorts toenemen in Spanje, waar hij al jaren woont. ‘Men is heel enthousiast, vooral na die halve finale. Het is genieten van die jonge spelers. Ik houd van de trainer, die zich aan niemand aanpast. Zelfs niet aan Frankrijk. Het was gewoon een masterclass. Zelden vertoond, hoor, op dit podium.’
Hij is ook gecharmeerd van de coach van Argentinië, Lionel Scaloni. ‘Pas 48 jaar en al voor de tweede keer in de WK-finale, Copa América’s gewonnen. Met zijn wissels maakt hij steeds het verschil. En Messi is beter dan vier jaar geleden. Hij wint niet altijd meer de een-tegen-eenduels, maar met zijn passing en combinaties, en doordat ploeggenoten hem in stelling brengen en ontlasten, hebben die coach en hij toch een manier geworden waarop hij uitstekend rendeert. Hij is een fenomeen.’
Scaloni ging nog verder: ‘Hij is de beste speler in de geschiedenis.’
Over geschiedenis gesproken: op WK’s kwamen Spanje en Argentinië elkaar hiervoor slechts eenmaal tegen, in 1966. Argentinië won met 2-1. Wat dat betreft leven er weinig sentimenten.
Over dat Spanjaarden tot de onafhankelijkheidsstrijd in 1816 twee eeuwen over Argentinië regeerden, hoor je niemand meer in het Zuid-Amerikaanse land. ‘Dat is veel te lang geleden’, zegt de Argentijnse schrijver en socioloog Sergio Levinsky, die sinds 1997 in Madrid woont.
In de 20ste eeuw kwamen er veel Spanjaarden naar Argentinië om de Spaanse Burgeroorlog te ontvluchten. 30 procent van de bevolking heeft Spaanse roots, 40 procent Italiaanse. Argentijnen lijken meer op Italianen dan op Spanjaarden, zegt Levinsky.
‘Argentijnen zijn opener, communicatiever. Als ik aan een Spaanse taxichauffeur vraag voor wie hij is, zegt hij ‘Barcelona’ of ‘Real Madrid’ en dan is het gesprek klaar. Als ik dat aan een Italiaanse taxichauffeur vraag, kletsen we tot de volgende morgen.’
Messi, man van weinig woorden, voelde zich daarom snel thuis in Spanje, al hield hij de Argentijnse gebruiken en tradities in ere. Hij verhuisde er op zijn 13de naartoe en bleef er met zijn vader en oudste broer achter toen zijn moeder en andere gezinsleden teruggingen naar Rosario, omdat zijn zus niet kon aarden op de Catalaanse school.
Messi miste zijn moeder enorm, moest vaak huilen. Ook hij had aanvankelijk moeite met het Catalaans dat ploeggenoten spraken. In de Spaanse Cristina Cubero vond hij een plaatsvervangende moeder. Zij volgde als journalist Barcelona overal.
‘Tijdens een trip naar Azië raakten we aan de praat’, zei ze drie weken geleden tegen de Argentijnse radiozender Mitre. ‘Hij was nog een jochie, hij miste zijn moeder. Ik was zwanger en had veel moederhormonen. Frank Rijkaard was toen coach en zei op een gegeven moment tegen me: ‘Hij praat nooit in de kleedkamer, maar wel met jou. Hoe kan dat?’’
Cubarco vroeg Ronaldinho, de Braziliaanse spits van Barcelona, of hij zich over de eenzame, verlegen Messi wilde ontfermen. Misschien niet de beste tip. Ronaldinho nam hem mee uit, introduceerde hem bij vrouwen. De 18-jarige Messi kwam om twee, drie uur ’s nachts thuis. Zijn vader vond dit maar niks. Barcelona liet daarop Ronaldinho naar AC Milan gaan.
Later werd de Uruguayaan Luis Suárez Messi’s grote vriend. Al was hij ook goed met Sergio Busquets en Jordi Alba die hij, net als Suárez, later nog naar Miami zou halen, waar de Argentijnse vedette nu zijn voetballeven slijt.
Messi gedijde als clubvoetballer het best in het tikitakaspel van Barcelona. Veel Catalanen zullen voor hem juichen zondag, verwacht Levinsky. ‘Ook omdat ze niets met Spanje hebben, onafhankelijk willen zijn.’
Tegen Engeland schakelde hij bij een 1-0-achterstand weer terug op het één keer raken, maar zijn Argentijnse ploeggenoten missen er veelal de finesse voor. ‘Argentijnen gaan over lijken, het is een boevenbrigade’, weet Ten Cate. Al is dat boevengehalte een beetje afhankelijk van wie Scaloni opstelt, waarbij Messi overigens een flinke vinger in de pap heeft.
Spanje ontbeert zo’n ervaren vedette, al is Rodri, Gouden Bal-winnaar in 2024, een speler met een enorme statuur. Spanje is goed op elkaar ingespeeld, wil zelf het tempo bepalen en de bal hebben. Rodri is de grote organisator, dirigeert, corrigeert, coacht. ‘Hij is gemaakt voor ons model’, zei De la Fuente.
Qua karakter lijkt Rodri op Messi, hij leeft teruggetrokken en heeft weinig op met uiterlijk vertoon en sociale media. Hij zat op de universiteit en was ten tijde van de vorige WK-finale van Spanje, in 2010, ook al in Amerika om een zomer lang Engels te leren. Op een minuscuul schermpje zag hij in Zuid-Afrika zijn land de WK-finale winnen tegen Nederland. Spanje was daarvoor al, in 2008, Europees kampioen geworden.
In 2024 won Spanje weer het EK, wat veel Spanjaarden nu zien als een gunstig voorteken voor zondag.
Dat er nu weer zo’n goed voetballende ploeg is geformeerd, verbaast Ten Cate niet. ‘Ik heb drie jaar bij Barcelona getraind en ook veel tegen Spaanse clubs geoefend tijdens trainingskampen. Zelfs ploegen die op het derde niveau spelen, kunnen goed voetballen.’
Rodri was de motor achter de Europese titel van Spanje twee jaar geleden, al ontbrak hij in de finale. Voor Manchester City maakte hij het winnende doelpunt in de enige Champions League-finale die de club won. Toen hij zwaar geblesseerd raakte, stortte City in.
Van Rodri mogen anderen de ster uithangen. Maar nu Nico Williams en Lamine Yamal kampen met de naweeën van blessures, valt vooral de aanvoerder op. Het toverwoord bij Spanje is discipline, zelfs Yamal hield zich tegen Frankrijk aan de tactische afspraken, verdedigde soms verbeten mee. ‘In de kwartfinale was hij slecht, in de halve finale beter. In de finale wordt veel van hem verwacht’, weet Ten Cate. ‘Hij is pas net 19! Vergeten we weleens.’
Spanje gleed na een valse start tegen het onwrikbare Kaapverdië vrij soepel door het toernooi heen, veelal dominant en met slechts één doelpunt tegen. Argentinië is meer een reactieve ploeg, die beter wordt als de nood hoog is. De ploeg doet dit toernooi een beetje denken aan de opmars van de temperamentvolle tennisser Goran Ivanišević op Wimbledon in 2001. Er was een good Goran en een bad Goran, zei Ivanišević daarover, maar als het echt belangrijk was, schakelde hij emergency Goran in: een kalmere, stabiele, vastberaden versie van zichzelf.
Messi deed na de 1-1 tegen Engeland zijn handen naar beneden toen ploeggenoten in hun enthousiasme te snel naar voren wilden. Blijf rustig spelen, en geef op zeker moment de bal maar aan mij. Het resultaat: twee assists, en winst.
Messi is fitter dan in de jaren hiervoor, constateerde Cristina Cubero. ‘Hij hield nooit van de sportschool, hij had het niet nodig, bij Barcelona hadden ze de bal. ‘Lopen is voor lafaards’, zei Johan Cruijff al. Hij is echt veranderd. Hij is fit, maar ook een soort teammanager en motivator.’
Na zijn carrière zal Messi, zo vermoedt Levinsky, een Amerikaanse club gaan runnen die zijn naam draagt. Maar hij zal weer gaan wonen in Castelldefels, nabij Barcelona. Daar voelt hij zich lekkerder dan tussen de drukke, enthousiaste Argentijnen die hem voor eeuwig zullen aanbidden. Daarvoor hoeft hij niet eens nogmaals wereldkampioen te worden. ‘Na die halve finale is hij echt onvergetelijk.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant