Dinsdag hopen de Belgen hun nationale feestdag op te luisteren met winst in de individuele tijdrit van de Tour de France. Maar wielrennen is in Vlaanderen meer dan alleen de Tour; de liefde gaat het hele jaar door. ‘Het wordt van generatie op generatie doorgegeven, zoals wij dat hebben als het kwik onder nul zakt.’
Mario Verzele uit Deinze, inmiddels 80 jaar oud, straalt. Zojuist is hij samen met Remco Evenepoel gefotografeerd, zij aan zij, voor de ploegbus van Red Bull-Bora-Hansgrohe. Hier, op een stoffig en kurkdroog parkeerterrein in Mulhouse, waar deze ochtend de start van de veertiende etappe van de Tour de France plaatsvindt, is hij een van de uitverkorenen die met de Belgische klassementsrenner op de foto mag.
Verzele, met op zijn hoofd een pet van de gele trui-sponsor en op zijn T-shirt een afbeelding van Evenepoel: ‘Remco is zo’n sympathieke jongen, ik volg hem al sinds zijn 17de.’ Samen met zijn vrouw volgt hij de hele Tour de France met de camper, van startplaats naar startplaats. Dat doen ze al jaren. Toen Mark Cavendish nog fietste, was de Britse sprinter hun favoriet. Ze hebben thuis zowat een mini-museum met memorabilia die ze van hem kregen. ‘Maar fan zijn van een landgenoot is nog specialer.’
Nederlanders kunnen zich er waarschijnlijk weinig bij voorstellen, denkt hij. Maar wielrennen is in België, of beter gezegd Vlaanderen, onderdeel van het dagelijks leven. ‘Bij ons word je vanaf de geboorte met de wielersport opgevoed. Veel meer dan met voetbal. Vroeger werd er elke dag ergens wel een wedstrijd gereden. Ieder dorp had zijn kermis, en daar hoorde altijd een koers bij.’
De liefde voor de fiets is in Vlaanderen verankerd op lokale wegen, met al even lokale helden. Maar ook het oprichten van de Ronde van Vlaanderen in 1913, met kasseien, korte en steile hellingen in nat, koud en winderig weer, heeft een stevige basis gelegd; met als aanloop een voorjaar op eigen wegen propvol voorbereidingskoersen en semi-klassiekers.
Wielrennen is verweven met de Vlaamse identiteit, zit diep in het DNA van de gemiddelde Vlaming. Daarom staat Verzele morgen en de dagen erna weer geduldig bij de ploegbus van Evenepoel te wachten, zijn er supporterclubs, is er uitgebreide media-aandacht van het begin tot het einde van het seizoen, en wordt elke uitspraak, prestatie én relatie van Belgische renners onder een vergrootglas gelegd.
Zo raken Belgen tijdens het eerste gedeelte van de Tour niet uitgesproken over de wel of juist niét verstoorde verhoudingen tussen Evenepoel en zijn Duitse mede-kopman Florian Lipowitz, en kunnen de rennersvrouwen zich verheugen op bijna net zoveel bekendheid als hun fietsende geliefden. Als Oumi Rayane, de vriendin van Evenepoel, zaterdag in Mulhouse bij de start langs de dranghekken loopt, lijkt haar naam zachtjes op te stijgen vanuit het publiek.
Vertel Adrie van der Poel wat. Zelf reed en won hij als klassiekerrenner en veldrijder veel wedstrijden in Vlaanderen. Tegenwoordig is hij in de Tour begeleider van vips bij Alpecin-Premier Tech, het Belgische team waar zijn zoon Mathieu zowel in het veldrijden als op de weg al jaren succesvol is. Beiden zijn min of meer toegeëigend door de Vlaamse wielergemeenschap.
Van der Poel knikt. Veertig jaar woont hij inmiddels met zijn gezin in België, zegt hij aan de koffie in het Village Départ waar genodigden zich laten fêteren. ‘Maar we hebben geen wieler-DNA zoals de Vlamingen. Nee, echt niet. Wij praten thuis namelijk niet of nauwelijks over wielrennen. Belgen doen dat de hele dag door, áltijd.’
In zijn ogen laten Nederlanders zich niet zo snel meeslepen als Belgen dat doen. ‘Vlamingen zijn een fanatiek wielerpubliek. Ze kunnen heel enthousiast over jou als renner zijn, maar een dag later kan het zomaar weer over zijn. In Nederland zit wat meer vertraging op die dynamiek.’
‘Renners zijn helden in België, dat is denk ik het grootste verschil. Ze hebben ook een gigantische historie, een enorm palmares. Wij hebben geen Eddy Merckx. Wel goede renners natuurlijk, die fantastische prestaties hebben neergezet, óók in de Tour. Maar een Joop Zoetemelk is toch net iets anders dan een Merckx.’ De Kannibaal uit Meensel-Kiezegem won vijf keer de Tour, zijn record van 34 ritzeges werd pas in 2024 verbroken door Mark Cavendish.
In Barcelona, waar de Tour twee weken geleden van start ging, stonden liefst 31 Belgische renners op de deelnemerslijst. Verdeeld over 13 van de 23 ploegen, in alle soorten en maten. Van een klassementsrenner met ambities als Evenepoel tot sprinter Tim Merlier en debutant Robbe Dhondt. Daarmee vaardigden de Belgen één renner meer af dan de Fransen in het peloton.
Toch vierde Lucien van Impe afgelopen zaterdag de vijftigste verjaardag van zijn Tourwinst, sinds dat magische jaar 1976 niet meer herhaald door een landgenoot. Het hoogst haalbare voor Evenepoel lijkt deze Tour een derde plek, achter Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard. Mits hij het Franse wonderkind Paul Seixas achter zich kan houden.
Voor de wielerharten in België draait de sport gelukkig niet alleen om de Tour. Marijn de Vries is als wieleranalist regelmatig te gast bij het avondprogramma Vive le Vélo, dat in tegenstelling tot De Avondetappe van de NOS deze weken wél door Frankrijk trekt. Dat zij als ‘Hollander’ in dat programma mag aanschuiven, is eigenlijk zoiets als een Belg uitnodigen in een talkshow over de Elfstedentocht, zegt ze.
Komt misschien omdat ze zelf inmiddels ook helemaal besmet is met het virus voor de koers. ‘Het is bijna niet uit te leggen. Er bestaat een groot saamhorigheidsgevoel rondom het wielrennen; zoals wij dat kennen van het voetbal. En dat begint met de Ronde van Vlaanderen, waar echt een sacraal iets in de lucht hangt voor de start. Je kunt het bijna voelen. Het wordt van generatie op generatie doorgegeven, zoals wij dat hebben als het kwik onder nul zakt en Erben Wennemars in elk programma zit. Komt er een Elfstedentocht, ja of nee?’
Als Dylan van Baarle, sinds dit seizoen in dienst van het Belgische Soudal Quick-Step, uit de ploegbus stapt in Mulhouse, zegt hij dat echt élke koers telt in het land van zijn nieuwe werkgever. Voorheen reed hij voor ploegen als Visma-Lease a Bike en Ineos Grenadiers. ‘Het rijden van de Tour voelt helemaal niet anders dan de wedstrijden van de rest van het seizoen. Elke wedstrijd zien ze als the holy grail (de heilige graal). Of het nu gaat om een koers ergens in België, of aan de andere kant van de wereld. Dat maakt ze niet uit. De koers is alles.’
Moet hij het vergelijken met Frankrijk, het land van zijn verloofde en Tourwinnaar in 2025, Pauline Ferrand-Prévot, dan delven de Fransen het onderspit. Ook al is ‘PFP’, zoals ze haar liefkozend noemen, een superster in eigen land en raken de Fransen steeds meer in de ban van Seixas. ‘Het draait hier eigenlijk alleen om de Tour de France. In Nederland is dat ook zo. Het zijn vooral grote evenementen waar wij mee bezig zijn, zoals een WK voetbal.’
Dat al die liefde misschien soms wat verstikkend kan voelen, weten sommige renners inmiddels ook. Vraag het Evenepoel als hij dagelijks voor de start en na de finish in Frankrijk voortdurend wordt aangeklampt. Adrie van der Poel hoeft dan ook niet lang na te denken over de vraag hoe anders het wielerleven voor Mathieu, opgegroeid over de grens in Kapellen, zou zijn mocht hij de Belgische nationaliteit hebben gehad. ‘Ik weet niet of het wielrennen voor Matje dan nog zo leuk was geweest… Van de andere kant: hij heeft een grote Belgische aanhang die hem altijd steunt, hij fietst zijn hele leven al bij een Belgisch ploeg waar hij zich thuisvoelt. Belgen kunnen niet alleen fanatiek zijn, maar ook trouw.’
Van Baarle haalt zijn schouders op, voordat hij op de fiets stapt voor weer een dag trappen over Franse wegen. ‘Druk is er altijd. Ik vind het alleen maar motiverend dat Belgen zo naar de koers toeleven. Het geeft me echt plezier om op pad te gaan met de ploeg. Dat is weleens anders geweest. Kijk, iets wat in je DNA zit, is lastig over te brengen naar een ander. Maar je kunt er iets van overnemen. Hoe? Door weer verliefd te worden op de koers.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant