Dat 85 jaar geleden honderden Poolse Joden in Jedwabne werden vermoord door hun stadgenoten, gaat er bij rechts-extremisten niet in. Bij de herdenking in het stadje organiseren zij hun eigen manifestatie. ‘Een provocatie, ten diepste immoreel.’
is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.
De plek waar op 10 juli 1941 een groep Polen de Joodse inwoners van het stadje Jedwabne bijeendreven in een schuur, deze overgoten met kerosine en vervolgens honderden mannen, vrouwen en kinderen levend verbrandden, is op de dag af 85 jaar later omringd door rechts-extremisten die ontkennen dat de Polen er ook maar iets mee te maken hadden.
Waar de schuur ooit stond, staat tegenwoordig een monument, een steen met daarin een verkoolde schuurdeur. Zoals elk jaar komt de Joodse gemeenschap, vergezeld door afgevaardigden van de Poolse staat en anderen die hun steun betuigen, hier samen. Vandaag staat er een witte tent rondom de steen, afgeschermd met dranghekken.
De route vanaf het centrale plein naar het monument, dat aan de enige onverharde weg van het stadje ligt, is dezelfde die de Joodse inwoners van Jedwabne aflegden. Ze werden uit hun huizen gehaald en mishandeld. Sommigen werden gedood met knuppels en koevoeten, de rest uiteindelijk naar de schuur gedreven. Slachtoffers en daders waren elkaars buren.
Wie vandaag deze weg volgt om de herdenking bij te wonen, moet langs een manifestatie van de extreemrechtse Europarlementariër Grzegorz Braun, wiens partij op 10 procent staat in de peilingen. Er staan kartonnen borden opgesteld van ‘de leugenaars van Jedwabne’. Pal daarachter staat een metershoog kruis. Braun zal daar een plaquette onthullen op hetzelfde moment waarop in de tent wordt gebeden.
Verderop bevindt zich een tweede evenement van negacjoniści – ontkenners. Terwijl gegadigden voor de herdenking wachten in de rij voor de beveiliging, lopen anderen langs met Poolse vlaggen en protestborden. ‘Genoeg met de Joodse leugens’, valt te lezen, en: ‘Ik verontschuldig me niet voor Jedwabne’. Sommigen dragen hetzelfde T-shirt, met de afbeelding van een jonge vrouw die zich met een paraplu beschermt tegen een regen van davidsterren. Het kledingstuk wordt verderop verkocht en vindt gretig aftrek.
De tent beschermt tegen de hoosbuien die vandaag losbarsten boven het oosten van Polen. Ze ontneemt ook het zicht op de rechts-extremisten. ‘We zijn hier om samen te bidden en te rouwen voor de onschuldige slachtoffers, Poolse burgers van het Joodse geloof’, zegt opperrabbijn Michael Schudrich. De anderen zijn wel te horen. Toespraken en muziek dringen de tent binnen als het gebed aanvangt. Pas bij het gezamenlijk oplezen van de namen van de slachtoffers regent het zo hard dat het geroffel van de druppels op het tentdoek alle andere geluiden overstemt.
De officiële herdenking duurt niet langer dan twee uur. De tegenevenementen duren twee dagen.
Op de alternatieve podia staan katholieke missen op het programma, lezingen van auteurs die de ‘mainstream’ geschiedschrijving in twijfel trekken en optredens van figuren uit het uiterst rechtse politieke landschap. Er komen een paar honderd man op af. De dag verloopt zonder geweldsincidenten. Er zijn tientallen politieagenten.
‘Het gaat mijn verstand te boven’, zegt Schudrich in Warschau, een paar dagen voor de herdenking. Hij is druk bezig met de voorbereidingen. Een maand geleden waren sommigen bang om te gaan, maar ze zijn gerustgesteld dankzij de politie en de komst van staatsvertegenwoordigers en diplomaten. ‘Het is rationeel niet, nee, moréél niet te begrijpen dat ze deze evenementen tegelijkertijd organiseren. Het is een provocatie, ten diepste immoreel. Extreemrechts grijpt Jedwabne aan als cause célèbre’, zegt Schudrich. ‘Maar wij komen daar enkel om te bidden voor de slachtoffers.’
Jedwabne is geen toevallig doelwit. De massamoord in het stadje leidde tot een van de belangrijkste historische debatten die in het democratische Polen zijn gevoerd. Voor de oorlog maakten Joden in Jedwabne ongeveer 40 procent van de 2.800 inwoners uit. Op 10 juli 1941 werd deze Joodse gemeenschap vermoord in een golf van dodelijk antisemitisch geweld die ook andere plaatsen in de streek trof. Over wat zich precies had voltrokken, werd nadien gezwegen.
Dit veranderde in 2000, toen historicus Jan Tomasz Gross het boek Buren publiceerde. Uit zijn reconstructie bleek dat de Joden van Jedwabne niet waren vermoord door de nazi’s, maar door hun Poolse buren. Het boek sloeg in als een bom. Het Poolse zelfbeeld werd tot dan toe bepaald door slachtofferschap onder de totalitaire systemen van het nazisme en het communisme. Als het ging om de relatie met de Joden, ging het over Polen die hielpen – wat ook veelvuldig voorkwam. Nu ging het plotseling ook over Pools daderschap en antisemitisme.
‘We woonden in een stoffig dorp en plots leken we het middelpunt van de wereld’, zegt Kamil Mrozowicz, destijds middelbare scholier in Jedwabne. De zaak domineerde de media, de politiek en het publieke debat. Tegenwoordig is Mrozowicz activist en zet zich in voor de Pools-Joodse dialoog. Hij is bij de herdenking, maar spreekt liever later die dag af in zijn woonplaats Białystok. In Jedwabne is hij niet op zijn gemak. ‘Er hing een pogromachtige atmosfeer.’
Als scholier wist hij destijds van niets. ‘Toen ik erover las, geloofde ik het eerst niet. En toen ik later een opleiding volgde in Łomża (een stad vlakbij, red.) vertelde ik niet dat ik uit Jedwabne kwam. Ik schaamde me.’ Hij verdiepte zich verder en ging zich inzetten voor de herinnering aan de Joodse gemeenschap van Jedwabne. ‘Ik schaamde me niet enkel voor wat er was gebeurd, maar ook voor het feit dat niemand erover wilde praten of zich enigszins verantwoordelijk leek te voelen.’
Bij de herdenking van Jedwabne in 2001 bood president Aleksander Kwaśniewski officieel excuses aan. Destijds ontstond al controverse rondom Jedwabne en het boetekleed dat de president aantrok. Bij de excuses bleven de inwoners van het stadje demonstratief thuis. Nog altijd ‘zien ze het niet als deel van hun geschiedenis’, zegt Mrozowicz, hoewel hij ‘enkele stille medestanders’ heeft. Er heerst ontkenning, maar vooral onverschilligheid. ‘De burgemeester en de priester gaan op 10 juli altijd op vakantie.’
Na de publicatie van Buren volgden meer studies. Het Instituut voor Nationale Herinnering (IPN) opende een onderzoek. Hun conclusie: de daders waren een groep van veertig Polen, geïnspireerd door de nazi’s. Een opgraving van het IPN werd voortijdig stilgelegd, vanwege een verzoek vanuit de Joodse gemeenschap om de rustplaats van de slachtoffers niet te verstoren. Het IPN ontdekte de resten van minstens 340 slachtoffers die in een schuur waren verbrand, onder wie kinderen.
Wojciech Sumliński struint over het veld naast de plaats delict. Hij is de hoofdorganisator van het ‘alternatieve’ evenement en maakte een driedelige docuserie waarin hij stelt dat Polen niet betrokken waren bij Jedwabne. Boeken met vergelijkbare theorieën zijn vandaag niet aan te slepen. Bezoekers stoppen Sumliński elke paar meter voor een handtekening. ‘De Joden hebben dit stadje tot symbool gemaakt van het feit dat Polen Joden vermoordden’, zegt hij. ‘Maar we zijn een trotse natie met een grootse geschiedenis. We zijn geen nazi’s, we zijn slachtoffers.’
Sumliński en zijn aanhangers eisen een nieuwe opgraving, hoewel dat in strijd is met Joodse religieuze regels. ‘We zullen niet vertrekken voordat er opgravingen zijn. We zijn niet bang voor de waarheid.’
Waarom dat per se vandaag moet? Hij wijst naar de herdenking. ‘Ze komen hier jaar in, jaar uit om te zeggen dat Polen nazi’s zijn.’ Dit is onwaar: er wordt enkel gebeden. ‘Daarom kiezen wij dezelfde dag. We betalen ze met gelijke munt terug.’
Tadeusz (68, zijn achternaam wil hij om privacyredenen niet in de krant) is vanuit Neder-Silezië gekomen: zes uur rijden. Waarom gaat deze geschiedenis hem aan? ‘Dit gaat om de goede naam van Polen.’ Dat Polen worden uitgemaakt voor moordenaars, is volgens hem zodat ‘Joden geld kunnen claimen van de Poolse staat’. Dat dit, net als veel van de symbolen en slogans, antisemitisch is, bestrijdt hij. ‘Wij zijn geen antisemieten. We willen enkel de waarheid.’
Journalist Anna Bikont schreef in het spoor van Gross’ boek een minutieuze journalistieke reconstructie van de massamoord in Jedwabne en de discussie die daarna ontstond: De misdaad en het zwijgen (2004). Dit jaar is ze bij de herdenking, ‘een nachtmerrie’, zegt ze achteraf aan de telefoon. Ontkenning en antisemitisme zijn niet nieuw. ‘Maar ik had voor het eerst het gevoel dat ze zich heer en meester over deze plek wanen. Alsof het de mainstream is geworden. Het schokte me.’
Sumliński en Braun eigenen zich deze plek behalve symbolisch ook letterlijk toe. Via een stichting kochten ze allebei het land waarop hun manifestaties plaatsvinden. Eerder dit jaar plaatste Sumliński alternatieve herdenkingsstenen met antisemitische teksten. Ook komt er een ‘educatief centrum’. Het openbaar ministerie doet hier onderzoek naar, maar de uitkomst is onzeker.
‘Dit gaat niet enkel om Jedwabne’, zegt journalist Bikont, ‘maar om het herschrijven van de Poolse geschiedenis door extreemrechts.’ Volgens sommige historici was het maatschappelijk debat over Jedwabne onderdeel van de democratisering van Polen na 1989, een noodzakelijke halte op weg naar een open samenleving.
Polen had korte tijd een ‘modelfunctie’ in Centraal- en Oost-Europa, zegt Rafał Pankowski, voorzitter van Nigdy Więcej (Nooit Meer), een organisatie die vreemdelingenhaat onderzoekt. ‘Maar vooruitgang kun je ook weer afbreken.’ Dat begon met revisionistische geschiedenispolitiek onder de regeringen van Recht en Rechtvaardigheid (PiS, 2015-2023).
Maar PiS heeft geen monopolie meer op de rechterflank. De 85ste herdenking valt samen met ‘een groei van extreemrechts’, zegt Pankowski, tevens socioloog en onderzoeker van uiterst rechtse bewegingen. ‘De concurrentie op de rechterflank is daarbij een niet te onderschatten factor.’ Behalve PiS strijden ook president Karol Nawrocki, het uiterst rechtse Konfederacja en dus ook Braun om de gunst van de nationalistische kiezer.
Met de parlementsverkiezingen op komst concurreren politieke partijen en extreemrechtse groepen ‘wie het radicaalst kan zijn tegen Joden, Oekraïners of Afrikanen’, zegt Pankowski. Antisemitische en anti-Oekraïense retoriek gaan naadloos in elkaar over.
De herdenking van Jedwabne vindt dan ook plaats in de schaduw van een groter historisch conflict tussen Polen en Oekraïne, over een massamoord op Poolse burgers door Oekraïense nationalisten in de Tweede Wereldoorlog in de streek Wolynië. In Jedwabne worden posters opgehangen over Wolynië, twee dagen later bij een Wolynië-mars van Braun in Warschau wordt Jedwabne genoemd in speeches.
Het zijn communicerende vaten: buitenlandse complotten tegen de Poolse natie als bindmiddel tussen extremisten en burgers, met de geschiedenis als instrument voor politiek gewin. Op bijeenkomsten als die van vandaag wordt alles gefilmd en uitgezonden: het functioneert als contentfabriek voor radicaliserende berichten op sociale media.
Ondertussen wordt ze nauwelijks een strobreed in de weg gelegd. Pankowski: ‘Ze zijn luider en overstemmen de gematigde meerderheid. Maar de overheid staat het toe door niet of weinig in te grijpen. Dat moedigt ze alleen maar aan.’ Vorig jaar was Braun ook aanwezig, toen was er minder politie. Aan het einde van de herdenking probeerde hij met een groep de uitgang te blokkeren voor onder anderen opperrabbijn Schudrich.
Eerder vernielde Braun een Joodse kandelaar in het Poolse parlement met een brandblusser en noemde het Jodendom daarbij een ‘satanisch-talmoedische sekte’, vorig jaar ontkende hij het bestaan van de gaskamers. Afgelopen jaar groeide zijn partij alleen maar. Braun en het uiterst rechtse Konfederacja trekken samen inmiddels een kwart van de kiezers. Braun heeft verschillende rechtszaken aan zijn broek, maar justitie opereert traag en de regering normeert ondertussen te weinig, stelt Pankowski.
Ook dit jaar waren de reacties uit de politiek terughoudend. President Nawrocki stuurde een delegatie met bloemen, zijn afgevaardigde weigerde commentaar te geven op de tegenevenementen. Nawrocki’s officiële reactie noemde ‘de Joodse stadsbewoners die zijn vermoord op 10 juli 1941’ maar repte met geen woord over de daders. Premier Donald Tusk noemde Jedwabne een ‘les in ons historisch zelfbewustzijn’ en sprak de wens uit dat Braun en zijn ‘knokploegen’ niet meer naar Jedwabne komen.
Als Braun en zijn knokploegen verdwijnen, laten ze naast het massagraf een metershoog kruis achter. ‘Dit is een vorm van geweld’, zegt Kacper Konar (26), die met vier anderen vandaag tégen de nationalisten demonstreert. ‘Door dit kruis te plaatsen op een plek waar honderden Joden zijn vermoord, zeg je eigenlijk: zelfs als je dood bent, hoor je hier niet thuis.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant