Anja, de hoofdpersoon uit Los, is een vrouw die geen ruimte inneemt en dus ook door niemand wordt gezien. Met een groepsreis ‘ZelfBewust Wandelen & Communicatie’ begint haar transformatie.
Anja’s leven overkomt haar. Ze lijkt erdoorheen te slaapwandelen en inmiddels is ze al over de helft. Kinderen heeft ze niet gemaakt, vrienden eigenlijk ook niet.
In haar debuutroman Los schrijft Merel Bem over een vrouw die geen ruimte inneemt. Ze is zo goed als onzichtbaar – herinner je die politievrouw in Fargo voor wie de automatische deuren nooit opengaan, zo is Anja.
‘Het knaagde vanbinnen. Als je omviel tijdens yoga en niemand had het gezien, bestond je dan eigenlijk wel?’
Haar uiterlijk is ‘onbepaald’. ‘Maar de gespiegelde vrouw die ze zag in het woonkamerraam – dat moest zij wel zijn. Er was niemand anders in huis.’ Als haar moeder overlijdt, haar man haar verlaat en haar kat wegloopt, is Anja alleen. Eindelijk wordt ze wakker geschud. Tijd om de touwtjes zelf in handen te nemen.
Dus schrijft ze zich in voor een groepsreis ‘ZelfBewust Wandelen & Communicatie’, begeleid door ‘holistisch personenbegeleider’ Barend-Christiaan Lenoble. Mild spottend schrijft Bem over de zelfhulp- en optimalisatiedwang van deze tijd. ‘Ben jij iets van jezelf verloren onderweg? Wil jij loskomen van oude patronen en stevig in je eigen kracht gaan staan? Dan is deze wandelworkshop voor jou! GUN jezelf dit.’
De mensen die zichzelf dit gunnen zijn onder anderen de zwijgzame Arwen, de behulpzame Jeroen en de blonde onlineondernemer Wendela. Anja herkent bij haar meteen iets wat ze zelf ontbeert: zelfvertrouwen.
Verder is er Hendrickje, een vrouw van middelbare leeftijd, net als Anja, die naar eigen zeggen ‘steeds radicaler wordt’. Hendrickje is Anja’s tegenpool: ze heeft altijd felgroene post-its bij zich waarop ze ‘ASOCIAAL’ heeft geschreven, en ze is niet bang om die ergens op te kleven. Confrontaties gaat ze niet uit de weg: ‘Ik zeg er gewoon wat van als dingen me niet behagen. Mensen die voordringen bij de biologische slager, mensen die bellen in de stiltecoupé, mensen die blijven praten wanneer de film al is begonnen.’
Anja heeft hoge verwachtingen van deze groepsreis. Eindelijk zou ze iemand zijn: ‘Kijk die Anja, hoe zelfbewust ze straalt. Ze zat haar halve leven vast in oude patronen, maar ze is onlangs in haar eigen kracht gaan staan.’
Maar al onderweg naar het Sentier des Douaniers in Bretagne brokkelt haar hoop af: ‘Hoe wonderlijk, dacht Anja (...) Er was nog niet eens sprake van een groep en toch viel ze er al buiten.’
De zelfontplooiing van de een is het overschrijden van de grenzen van de ander. Iedereen heeft de mond vol van bewust leven, maar is zo met zichzelf bezig dat niemand zich eigenlijk echt bewust is van anderen. Anja wordt overgeslagen, over het hoofd gezien, mensen slagen er zelfs keer op keer niet in haar naam te onthouden.
Dat het bij Anja tot een kookpunt komt, lees je al in de proloog. Voor het eerst in haar leven verheft ze haar stem en voelt ze een ‘weldadige woede’. Tot ze geconfronteerd wordt met de geïnternaliseerde stem van haar overleden moeder: ‘Ik zou me dóódschamen als ik jou was.’
Bem graaft in Anja’s verleden om inzicht te geven in waarom Anja is zoals ze is. Haar villain origin story: haar kille, dominante moeder. Zelfs op haar sterfbed blijft de moeder onuitstaanbaar. Haar laatste woorden: ‘Hè, getver.’
Maar tot haar eigen verbazing kan Anja haar moeder niet loslaten. ‘Ik ga op vakantie en ik neem mee (...) mijn blauwe rugzak, mijn puzzelboekje en mijn dode moeder.’ En zo wordt Los ook een rouwboek, over een volwassen vrouw die nog steeds niet onafhankelijk is.
Bem schrijft aandoenlijk over de zorgrollen die omkeren bij volwassen kinderen. Anja’s klasgenoten, van wie het leven ook niet helemaal was geworden wat ze ervan hadden verwacht, kwamen terug om voor hun ouders te zorgen, ‘die waren achtergebleven, ouder, brozer, vergeetachtiger geworden (...), en hulp nodig hadden die ze eerst niet wilden accepteren, toen omarmden en na een tijdje niet meer konden missen.’
‘De klasgenoten van toen sjouwden met boodschappen en medicijnen en incontinentieluiers. Ze haalden krukken en rollators bij de hulpmiddelenspecialist, hingen aan de telefoon met de thuiszorg en de huisarts.’
Los is een pleidooi voor mildheid en doet ons beseffen dat iedereen strijdt met innerlijke demonen. Ja, zelfs Wendela, zelfs Anja’s moeder.
Hoewel Los vooral grappig en mild satirisch is, laat Bem ook ruimte voor schoonheid en ontroering. Subtiel, maar effectief zet ze haar achtergrond als kunsthistoricus in. Ook de natuur observeert ze aandachtig: de bomen, de planten, de rotsen en de zee. Ze beschrijft ze zo lyrisch dat je je in Bretagne waant.
Een midlifecrisis en een roadtrip waren ook de ingrediënten van Miranda July’s bestseller All Fours. Daarin rijdt een vrouw van middelbare leeftijd van Los Angeles naar New York. Ze neemt een onverwachte afslag en gooit haar leven volledig om: ‘Tot nu toe was alles wat ik in Monrovia had gedaan ingegeven door een versie van mezelf die nooit eerder de leiding had gehad.’
In Los heeft geen énkele versie van Anja ooit de leiding gehad. Toch maakt ook zij een – zij het onspectaculaire – transformatie door. July en Bem stellen vergelijkbare vragen over identiteit en ouder worden. July’s antwoorden waren uitzinnig, die van Bem ingetogen. Dat zij de lezer een boek lang weet te boeien met iemand die amper aanwezig is in haar eigen leven, is een hele prestatie.
Aan het einde van de wandelweek gaat Anja weer naar huis. Er zijn geen grootse dingen gebeurd, toch is er binnenin iets gekanteld.
Merel Bem: Los. Hollands Diep; 240 pagina’s; € 22,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant