Home

Wat een verademing, deze slimme, grappige klimaatsatire voor kinderen van Bibi Dumon Tak

De kinderboekenschrijver gaat nergens door de knieën voor haar publiek. Hoge artistieke ambities gaan gepaard met lekker platte grappen.

schrijft voor de Volkskrant over jeugdliteratuur.

Het krill pikt het niet langer. Of is het: de krillen pikken het niet langer? Hoewel deze piepkleine, lichtgevende garnaaltjes met miljarden zijn, hebben ze alleen als groep een naam. En alsof dat nog niet erg genoeg is, worden ze door zo’n beetje alle andere zeewezens opgegeten. Terwijl ze niemand kwaad doen!

De jonge, opstandige Krilljoen overtuigt zijn oude vriend Krilljard om samen in verzet te komen. Met als enige wapens een zelfgemaakt wit vlaggetje en een niet-aflatende stroom aandoenlijke woordgrapjes binden ze de strijd aan tegen de inktvissen en de haringen. Uiteindelijk weten ze zelfs de walvissen te overtuigen.

Het is een verademing om tussen de hedendaagse kinderboeken, die uit angst voor ontlezing almaar dieper door de knieën lijken te gaan, een boek aan te treffen dat met een meeslepend gebrek aan gêne durft te spelen met literaire vorm. Het lichtvoetige Wij komen in vrede van Bibi Dumon Tak is een woordelijk verslag van een uit de hand gelopen vergadering. Het is literaire non-fictie, klimaatsatire en pure poëzie in één.

Wat deze dierendialoog zo fijn maakt, is dat hoge artistieke ambities gepaard gaan met lekker platte grappen. ‘Wie kom in pies!’, kan het krillkoor niet genoeg herhalen. En natuurlijk noemen de haringmaatjes elkaar matties. De neerbuigende opmerkingen onderling (‘Zo, nuggets!’, ‘Dag lekkerbekjes van me!’) vormen een gniffelfeest op zich.

Knap hoe Dumon Tak, van huis uit non-fictieschrijver, in een dialoog toch nog zo veel informatie kwijt kan. De hele voedselketen komt aan bod en dat gebeurt op een logische manier: de haringen betrekken de zeehonden, de zeehonden de watervogels en de andere boven water levende dieren, en de zalmen zwemmen naar het zoete water. Alle dieren zien, na enig nadenken, in dat ze samen maar één vijand hebben. Drie keer raden wie.

Het is ook nog eens een opvallend mooi boek om te zien. De robuust vormgegeven hoofdstukken beginnen met kolossale letters, die samen het woord SPECIËSISME vormen, de dierenvariant van racisme, het ergste scheldwoord onder water. De paginavullende illustraties van Annemarie van Haeringen zijn van een verbluffende eenvoud. Zoals de ijsbeer die bijna in één zwier van een brede kwast op zwart papier is gezet, met alleen het gezicht erin getekend.

Het artistieke zelfvertrouwen en plezier waarmee dit boek is gemaakt, is op het provocerende af aanstekelijk. Terwijl de dieren zich terecht zorgen maken over hun eigen leven, lijken de auteurs zich sterk te willen maken voor de overleving van misschien wel het enige goede dat de mens onderscheidt van het dier: de kunst.

En dat is minstens even hard nodig. Elitair? Het valt niet te ontkennen: Wij komen in vrede vraagt wat van de lezer. Maar ook weer niet zó veel en zeker niets onredelijks. Bovendien: als uitgevers de kwaliteit van kinderboeken maar blijven verlagen in de hoop dat iemand ze nog wil lezen, is lezen straks dan nog de moeite waard? Wij komen in vrede zou op muziek moeten worden gezet en volgend jaar op alle scholen de eindmusical moeten zijn.

Bibi Dumon Tak: Wij komen in vrede. Met illustraties van Annemarie van Haeringen. Querido; 144 pagina’s; € 19,99; 8+.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next