Reve-biograaf Nop Maas stelt – postuum – een abecedarium op van zijn eigen literaire leven. Het is een ratjetoe van smakelijke anekdotes en mooie observaties. En, natuurlijk, hier en daar een sneer.
schrijft voor de Volkskrant over literatuur, non-fictie en onderwijs.
Nop Maas, bekend als biograaf van Gerard Reve, tekstbezorger en beoogd biograaf van Hanny Michaelis en groot kenner van de 19de-eeuwse literatuur, overleed op 16 mei dit jaar. Hij liet nog één manuscript na; zijn vrienden maakten het persklaar: Ratatouille. Het is een ratjetoe, alfabetisch geordend, van ‘literaire en academische anekdotes, verhaaltjes, vragen en opmerkingen, roddels en curiositeiten van allerlei aard’. Voorbeeld voor Maas was Sprokkelhout (1887) van E. Laurillard.
Mij doet het ook denken aan de Ideeën van Multatuli. En aan Maas’ eigen vermakelijke verzameling curieuze teksten en tekeningen in Seks!... in de negentiende eeuw (2006).
Natuurlijk moest hier en daar een rekening worden vereffend, een sneer uitgedeeld of een bedrieger ontmaskerd. Dit is het type boek waarbij je met een bang hart opzoekt of je naam in het register voorkomt. Dood zijn heeft weinig voordelen, maar niemand kan komen reclameren over wat je postuum nog even kwijt moest.
Een favoriete categorie van Maas zijn de mensen die het erg met zichzelf hebben getroffen. Voor hen, schrijft hij, muntte Reve de typering: ‘mensen die denken dat ze echt bestaan’. In een noot schrijft Maas: ‘Ik denk dat iemand als Bram Peper nooit beseft heeft dat Gerard Reve hem als zo iemand beschouwde en dat hij schaamteloos gebruikmaakte van ’s mans ijdelheid.’
Hij vertelt waarom Reve zijn vrouw Hanny Michaelis ‘Dasje’ noemde, waarom zij altijd in een kapotte jas over straat ging en waarom hij vriend Wimie een gietijzeren braadpan naar het hoofd gooide. We horen ook onschuldiger schrijversanekdotes: in een Frans café waar hij met Jan Cremer zit, vraagt Guus Luijters om ‘un cendrier’ (asbak). Jan Cremer zegt: ‘Pour moi aussi.’
De H heeft een waterhoofd in dit alfabet: ‘hoogleraar’ heeft acht lemma’s, waarin Maas het gekonkel en gelobby rond hoogleraarsbenoemingen in de universitaire neerlandistiek blootlegt. (Maas werkte een tijdlang aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.) Voor de liefhebber.
Mooi zijn de kleine observaties en aforismen: ‘Liegen loont.’ ‘De moderne kunstenaar schept niet, hij doet onderzoek.’ ‘Regen: het Hollandse buitenkamerrealisme.’ ‘Hoerenloper met keeshond.’ ‘Op postbakje in verpleeghuis: ‘arst’.’ ‘De meeste ongelukken gebeuren niet.’ ‘De kerk: arrogantie die zich kleedt in nederigheid’. ‘Het oudste beroep ter wereld: God.’ Korte gedichten schreef Maas ook. Zoals dit, Persoonlijke groei: ‘Tussen/ de mussen/ voelt een merel/ zich een hele kerel.’ Of nog korter, met een knipogende verwijzing: ‘Hier ligt een poot/ men sloeg hem dood.’ Nooit geweten: de pulp in pakken sinaasappelsap is afkomstig van kokosnoten.
‘Dit boek is mijn zwanenzang’, eindigt Maas bij de Z. ‘Ik heb in mijn leven veel gelezen en ook heel wat geschreven. In dienst gegaan bij de literatuur. Je kunt het slechter treffen.’
Veel in dit boek is grappig of spottend, maar hier is geen sprake van ironie. Net zomin als bij deze aanwijzingen, op grond van ervaring, voor het troosten van zieken: ‘Andermans verdriet gaat minder snel over dan je denkt of wenst.’ En: ‘Blijf bezoeken, ook als je de indruk hebt dat de patiënt het niet merkt of als je een week overslaat.’
Dat deed Maas zelf bij Hanny Michaelis, die hij tot haar laatste dag heeft bezocht. Een heerlijk boek, slotakkoord van een welbesteed leven.
Nop Maas: Ratatouille – Een boek vol wetenswaardigheden. Korenmaat; 311 pagina’s; € 27,50.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant