Home

Debutant Lee Chia-Ying geeft een genuanceerd beeld van Taiwan in de jaren negentig

Lee Chia-Ying komt wat moeizaam op gang – want ja, wat wil ze nou eigenlijk zeggen? Met een beetje hulp van Sylvia Plath krijgt ze toch iets heel moois op papier.

Wat doe je als je een roman wilt schrijven, maar niet weet waarover die moet gaan? Wandelen misschien, wat scènes schetsen, een reis maken. De oplossing die schrijver Tan vindt in Lee Chia-Yings debuutroman Een perfecte dag om je hoofd in de oven te steken, is een andere: zij besluit haar memoires schrijven.

‘Gaat het wel goed met je?’, vraagt een vriendin aan wie Tan over dit voornemen vertelt.

En: ‘Ben je stervende?’

Niks van dat alles. Het is een pure noodgreep: de roman waaraan ze werkte, was gewoon slecht.

Een perfecte dag om je hoofd in de oven te steken opent met dit inzicht. Het is het startschot voor een boek waarin Tans memoires, veelal over haar jeugd en schooltijd, worden afgewisseld met haar commentaar op het geschrevene in het heden. Onzeker over de waarheid van wat ze zich herinnert, zoekt ze via Facebook contact met vriendinnen van vroeger. Ook spreekt ze met haar moeder over het project.

In haar commentaar reflecteert Tan op de beloften die roman- en memoireschrijvers doen aan hun lezers, op problemen rond fictionaliteit en op de vraag wat ze moet doen als vriendinnen aan wie ze stukken laat lezen haar corrigeren. (De oplossing voor dit specifieke probleem: niet de eigen waarheid verwijderen, maar die van de vriendin toevoegen.)

Schrijver schrijft over schrijven, dus.

Gewaagde vorm

Deze vorm – waarin heden en verleden, memoires en fictie elkaar afwisselen – is gewaagd voor een debutant. Niet alleen omdat je je kunt afvragen wat er na decennia postmoderne vertelkunst nog voor origineels te zeggen valt over het zelfbewustzijn van de schrijver, maar ook en juist omdat de opgeroepen twijfel over het schrijven plot en personages gemakkelijk kan verdringen. De roman komt dan ook aarzelend op gang, de eerste schetsen van de personages zijn net niet mager genoeg om te stoppen met lezen. Een dunne draad, zogezegd.

Toch vindt de roman langzaam vaste grond onder de voeten. Gaandeweg ontvouwt zich een genuanceerd beeld van wat het betekent om op te groeien als meisje en jonge vrouw in het Taiwan van de jaren negentig. Interessant genoeg voelen de memoires dan steeds verhalender aan, terwijl het fictionele kader essayistisch van toon wordt.

Zo vertelt Tan – in het heden – over Blauwbaard, de engerd uit het sprookje van de gebroeders Grimm: een verhaal dat haar ‘al sinds mijn kindertijd’ beangstigt. De Grimms schreven en verzamelden sprookjes die nadrukkelijk niet gaan over Disney-prinsessen en happy ends. Ze zijn donker, ‘mensen sterven op gruwelijke wijze en niemand komt weer tot leven’.

Natuurlijk gaan er niet zomaar ‘mensen’ dood in het sprookje, maar specifiek vrouwen. Blauwbaard gaat over de prijs die vrouwen betalen voor hun nieuwsgierigheid. Er zijn genoeg feministische herschrijvingen van dit sprookje. Dat gebeurt hier niet, maar het sprookje wijst er wel op dat gender, en vrouw-zijn in het bijzonder, een belangrijk thema is in dit boek.

De hoofdpersoon verhoudt zich vooral tot Engelstalige auteurs als Sylvia Plath, Flannery O’Connor en Virginia Woolf – Chia-Ying verhuisde na een jeugd in Taiwan naar de Verenigde Staten. Daarbij komt wat de echte literatuurliefhebber zich al had gerealiseerd: de titel van de roman verwijst naar de manier waarop Plath een einde maakte aan haar leven.

Haar zelfmoord komt ook expliciet voorbij in de roman – lang heeft Tan het beeld van een ‘geroosterd hoofd’ voor zich gezien. Een ‘misverstand’, besefte ze later.

Zelfonderzoek

Plaths dood is het uitgangspunt voor een proces waarin Tan zich langzaam bewust wordt van haar moeilijke schooljaren. De vergelijking met Sylvia Plath is al te pathetisch, maar geeft de plot wel de nodige richting: ‘Nu ik beter begrijp wat er tussen mijn dertiende en vijftiende is gebeurd’, schrijft ze in haar memoires, ‘kan ik zeggen dat mijn dood inderdaad meer leek op verstikking dan geroosterd worden.’

Tegenover alle ingebeelde gruwelijkheden staat Tans jeugd: concreter, niet altijd makkelijk, maar wel met een duidelijk gevoel van gemeenschap en verbondenheid. In die jeugd is iets gebeurd dat in de tweede helft van de roman steeds meer op de voorgrond treedt. Vrouwelijke verbondenheid, zoiets, die mogelijk de eenzaamheid kan verdrijven.

Zo wordt Een perfecte dag om je hoofd in de oven te steken toch nog een zelfonderzoek: al schrijvende ontdekt Tan waar het haar om te doen is. Natuurlijk maakt Chia-Ying ook een punt over de kracht van het schrijven: door haar eigen leven te boekstaven slaagt Tan erin een beeld te krijgen van wat haar al die jaren heeft dwarsgezeten en kan ze er, misschien, mee in het reine komen.

Lee Chia-Ying: Een perfecte dag om je hoofd in de oven te steken. Uit het Chinees vertaald door Lili Vanden Wijngaert. Meulenhoff; 205 pagina’s; € 21,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next