Home

We moeten op de schouders van voorgaande feministen staan

Modern feminisme Er is iets fundamenteel mis is met hoe wij de wereld hebben ingericht. Dat gaan we niet verhelpen met vaderschapsverlof, loontransparantie en discussies over de keuzes die vrouwen maken, stelt Maren Laterveer. Voor de oplossing hoeven we het wiel niet opnieuw uit te vinden.

Deelnemers aan de Feminist March in Amsterdam op Internationale Vrouwendag, 8 maart 2025.

Vaak spreek ik met leiders over diversiteit, op de Zuidas en daarbuiten. Meestal gaat het over genderdiversiteit, over de vraag waarom zo weinig vrouwen in bedrijven doorstromen naar de top. Bijna altijd gaat dat gesprek via targets en zichtbaarheid naar het feit dat vrouwen op zeker moment kinderen krijgen. Dan komen ze carrièretechnisch gezien op een zijspoor, hetzij door werkgevers die niet meebewegen, hetzij door eigen keuzes. Een enkele leider vindt dan dat vrouwen meer flexibiliteit moeten krijgen om de kinderen van school te halen, maar vaker hoor ik dat ze het thuis ‘gewoon moeten regelen’. Linksom of rechtsom is dit is ‘het spel’; je kunt niet parttime meespelen.

Maren Laterveer is journalist, schrijver en consultant.

Zelden gaat het over het systeem dat het spel bepaalt, het systeem waarin zij succesvol en tegelijkertijd mogelijk gevangen zijn. Zelden gaat het over de vraag of onze businessmodellen überhaupt zijn ingericht op genderdiversiteit en of we wel een wereld willen waarin je óf keihard werkt om de kost te winnen, óf financieel afhankelijk bent van iemand die dat doet.

Dezelfde smalle blik zien we in maatschappelijke context als het gaat over de positie van vrouwen. Steeds meer gaat het feministische debat over de verdeling van zorg en arbeid en welke keuzes vrouwen daarin maken. De ene columnist schrijft over vrouwen die ‘deeltijdprinsesjes’ zijn en wat minder op hun telefoon moeten zitten, dan zou hun positie al een stuk verbeteren. Een andere auteur schrijft een stuk over de vrouwelijke neiging om de moederrol naar zich toe te trekken, en weer een andere journalist verkondigt op tv dat vrouwen meer zouden moeten werken.

Kansen en keuzes

Het is slechts een greep uit de vele stemmen die het feministische debat in Nederland overheersen, en die allemaal vertrekken vanuit het idee dat emancipatie van vrouwen een kwestie is van kansen en keuzes omtrent werk. Die opvatting gaat uit van de vanzelfsprekende norm dat vrijheid gelijkstaat aan financiële onafhankelijkheid en dat gendergelijkheid staat of valt met de mate waarin vrouwen gelijke kansen krijgen om geld te verdienen. Als het al gaat over andere onderwerpen, zoals de opkomst van de manosphere of tradwives (de online beweging waarin vrouwen traditionele rollen idealiseren), gaan de discussies ook veelal over de rolverdeling thuis en of die wel of niet ‘traditioneel’ moet zijn.

Deze principes zijn gebaseerd op een individualistische manier van denken: de vraag of vrouwen de juiste keuzes maken in de juiste kansenstructuur. Wie parttime werkt, kiest dat zelf. Wie financieel afhankelijk is, had toch fulltime kunnen gaan werken. Wie thuisblijft bij de kinderen, wil dat blijkbaar. In dit wereldbeeld is feminisme een kwestie van optimaliseren: zoveel mogelijk vrouwen het spel mee laten spelen. Dit legt niet alleen de verantwoordelijkheid bij vrouwen, het mist ook essentiële vragen.

Het draait niet om de vraag of het spel zelf wel zo eerlijk is, of zelfs de moeite waard. En het draait al helemaal niet om die andere belangrijke feministische thema’s, zoals de obsessie van de wereld met het lichaam van de vrouw, de wereldwijde exploitatie van de vrouwelijke onzekerheid, of überhaupt de vraag: waarom heeft een op de drie vrouwen wereldwijd te maken met fysiek of seksueel geweld, bijna altijd gepleegd door mannen?

Waarom negeerde Meta, het moederbedrijf van WhatsApp, Facebook en Instagram, een intern rapport waaruit bleek dat Instagram bij een op de drie tienermeisjes de ontevredenheid met hun lichaam verergert, in een wereld waarin meisjes al significant vaker dan jongens aangeven dat hun lichaam hen onzeker maakt en dat die onzekerheid hun zelfvertrouwen en levensgeluk sterk ondermijnt? Waarom bestaat er op alle vlakken deze hardnekkige scheve verdeling tussen mannen en vrouwen?

Antwoord op deze vragen vergt een perspectief dat verder reikt dan het individu. Het vereist een collectieve blik die ons toestaat te zien hoe individuele keuzes tot stand komen en samenhangen met een bredere context. Er zijn feministen die dit doen. Cabaretier, schrijver en presentator Lisa Loeb schreef onlangs het boek Fopfeminisme waarin ze overtuigend uiteenzet hoe de verantwoordelijkheid ten onrechte bij vrouwen wordt neergelegd voor hun keuzes omtrent werk en zorg. Het systeem is historisch dusdanig ontworpen dat er van een vrije keuze geen sprake is.

Diepgeworteld gezinsideaal

De documentaire Hoeksteen van de samenleving van regisseur Juul op den Kamp laat zien hoe diepgeworteld het traditionele gezinsideaal ook bij jonge, progressieve heterostellen doorwerkt in de verdeling van werk, zorg en inkomen. Beide feministen bieden goede analyses die breed worden opgepikt door de media en opiniemakers. Het onderwerp leeft, en er is het besef dat de ondermijnde positie van vrouwen systemisch is. Wel beperken we ons bij oplossingen tot het enge kader van dat systeem: er moeten betere verlofregelingen komen, meer betrokken vaders en een eerlijkere taakverdeling achter de voordeur. Wat nauwelijks wordt gevraagd, is welk economisch en cultureel systeem ten grondslag ligt aan deze genderhiërachie en waarom wij dit accepteren. En met wij bedoel ik ook: het feminisme.

Stellen we deze vragen wél, dan moeten we concluderen dat we leven in een systeem dat leunt op precies deze genderhiërarchie. Werkelijke gelijkheid is onmogelijk zolang we dat intact laten. Het kapitalisme – want daar hebben we het over – is een systeem dat afhankelijk is van patriarchale structuren. Zoals de onbetaalde arbeid van vrouwen thuis, zonder deze arbeid zou de economie niet draaien. Deze arbeid vertegenwoordigt toch 215 miljard euro per jaar – een kwart van de Nederlandse economie. Dit werk leunt weer sterk op een traditioneel man- en vrouwbeeld, een man heeft van nature meer aanleg voor werk en carrière, een vrouw meer voor zorg en dienstbaarheid.

Die opvattingen leiden tot onbewuste vooroordelen en sociale verwachtingen die voor vrouwen anders zijn dan voor mannen. Zo wordt van mannen verwacht dat ze ruimte innemen en daadkrachtig zijn, en van vrouwen dat ze mooi, lief en bescheiden zijn. In de kern mondt dit uit in een diep gevoel van inferioriteit bij vrouwen, dat van generatie op generatie is doorgegeven en de laatste decennia gretig door het kapitalisme wordt geëxploiteerd.

Het is een van de voorbeelden die laten zien dat het kapitalisme allang niet meer alleen economisch is, maar doorgedrongen is tot in onze verlangens, emoties, ons zelfbeeld en de verwachtingen die we van ons leven hebben. Dat is een ongemakkelijke constatering, want wie aan het kapitalisme tornt, riskeert al snel het stempel ‘communist’. Maar ik ben geen communist, ik ben feminist.

Actie van de Dolle Mina’s in Amsterdam, oktober 1970, om de pil vergoed te krijgen door het ziekenfonds.

Na jaren te hebben gezien hoe bedrijven diversiteitsbeleid optuigen zonder wezenlijk resultaat, hoe SER‑rapporten en aanbevelingen zelden tot echte verandering leiden, hoe ministers en ceo’s blijven herhalen dat er vooruitgang is maar „nog een lange weg te gaan”, terwijl beerputten vol verkrachtingen opengaan, jonge vrouwen massaal uitvallen met burn‑outs en een generatie jongens opgroeit aan de hand van  de omstreden influencer Andrew Tate, kan ik niet anders dan concluderen dat er iets fundamenteel mis is met hoe wij de wereld hebben ingericht. Dat gaan we niet oplossen met vaderschapsverlof en loontransparantie, en al helemaal niet met discussies over de keuzes die vrouwen maken.

Van vaderschapsverlof leert onderzoek dat de meeste jonge vaders het niet opnemen, uit angst dat het negatief op hen afstraalt. Van de wet op loontransparantie weten we dat deze de ongecorrigeerde loonkloof verkleint, maar de brede maatschappelijke loonkloof niet aanpakt. We leven in een systeem waarin alles maakbaar lijkt, en waarin iedereen zelf verantwoordelijk wordt gehouden voor geluk, rijkdom, gezondheid – en vrijheid.

Maar net zomin als je helemaal zelf de controle hebt over de dingen die je ongelukkig, arm of ziek maken, is onze vrijheid ook onderhevig aan factoren waarop we geen invloed hebben. Als het systeem het probleem is, dan is het niet genoeg om naar beleid en wetgeving te kijken. Dan moeten we gaan begrijpen hoe dat systeem in mensen zelf gaat zitten; in hun verlangens, hun drijfveren, in hoe ze naar mannen kijken en naar vrouwen, en naar zichzelf.

Materialistische feministen

Daarvoor hoeven we het wiel niet opnieuw uit te vinden. Al in de jaren zestig en zeventig richtten zogenoemde materialistische feministen de blik op het kapitalisme. Theoretici als Silvia Federici pleitten voor loon voor huishoudelijk werk, vanuit de gedachte dat betaling erkenning betekent en zo de uitbuiting zichtbaar en aanvechtbaar maakt. Echte gelijkheid, liet socioloog Lise Vogel zien, is onmogelijk zolang die arbeid thuis onzichtbaar en onbetaald blijft, ongeacht hoe die arbeid verdeeld is. Filosoof Diana Meyers voegde de psychologische dimensie toe die verklaart waarom: vrouwen leren niet alleen de zorgende rol op zich te nemen, ze leren die rol ook te willen. Net zoals mannen in een patriarchaat de rol van kostwinner en leider internaliseren als eigen ambitie, internaliseren vrouwen de verwachtingen en eigenschappen die horen bij een ondergeschikte positie.

Deze denkers maakten deel uit van de tweede feministische golf, waarin vrouwen in huiskamers praatten over hun gevoelens van onvrijheid en ontdekten dat ze bij lange na niet de enigen waren die hiermee rondliepen. Het persoonlijke is politiek, was het grote inzicht uit deze jaren. Of ook wel: het individuele is collectief – en kan alleen maar opgelost worden met een collectieve strijd.

Ergens onderweg lijkt het feminisme dat inzicht verloren. Willen we echt een gelijke wereld, dan stel ik voor dat we op de schouders van voorgaande feministen gaan staan en voortborduren op hun ideeën. Er zijn al denkers die dat doen. Wetenschapsjournalist Angela Saini laat in haar boek Inferior zien hoe de wetenschap eeuwenlang vrouwelijke minderwaardigheid heeft ‘bewezen’ en daarmee de culturele basis heeft gelegd voor overtuigingen die nog steeds doorwerken in hoe vrouwen zichzelf beoordelen. Filosoof Kate Manne schrijft over systemische misogynie en hoe vrouwen sociaal en cultureel worden gestraft als ze niet voldoen aan wat het systeem van hen verwacht.

Zij laten zien dat feminisme niet stopt bij de werk-zorgverdeling en dat gendergerelateerd geweld, een dwingend schoonheidsideaal en diepgewortelde vrouwelijke onzekerheid geen aparte problemen zijn, maar symptomen van dezelfde patriarchale machtsorde. Er zijn al denkers die dat doen en die laten zien dat je daarvoor niet radicaal antikapitalistisch hoeft te zijn. Laten we die stemmen dominant maken in het debat. En laten we de huiskamers uit de jaren zeventig in ere herstellen en praten over hoe vrij we ons eigenlijk voelen en welke rol het systeem hierbij speelt. Ja, mannen ook. Júíst.

Gender

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next