Home

Zeereis van het jaar: de enige internationale veerboot op de Noord-Atlantische Oceaan vaart naar het einde van de wereld

Norröna, de enige internationale veerboot op de Noord-Atlantische Oceaan, vaart van Denemarken naar de Faeröer-eilanden en IJsland. Snel gaat het niet, mooi is die zeereis wel – al bepaalt niet de kapitein, maar het weer de dienstregeling.

is reisjournalist voor de Volkskrant.

‘Beste passagiers, hier spreekt uw kapitein. Weldra zullen wij arriveren te Seyðisfjörður. Vaart u morgen met ons mee naar Tórshavn, let dan op: vanwege de verwachte weersomstandigheden vertrekken wij acht uur vroeger dan gepland, dus niet om acht uur ’s avonds, maar om twaalf uur ’s middags. Tijdens de overtocht van IJsland naar Faeröer wordt een zuiderstorm verwacht, windkracht 9, met golven tot vijfenhalve meter hoogte. Daardoor zal het schip merkbaar deinen, zowel overlangs als zijwaarts. Desondanks wens ik u een aangename reis.’

De passagiers die in buffetrestaurant Skansagarður aanschuiven voor het ontbijt schrikken van de onheilstijding die uit het plafond klinkt. Er ontstaat reuring, ook aan het tafeltje naast mij: ‘Windkracht 9? Dat is niet best! Wat zei hij nou, golven van vijfenhalve meter? Kunnen we nog omboeken?’ Buiten schijnt de zon en kleurt de zee blauw, al zijn de schaapjeswolken wellicht een voorbode van de verwachte weersomslag. De passagiers die vaker met deze buitengewone veerboot reizen, weten dat het op de Noord-Atlantische Oceaan het hele jaar door kan spoken.

Voor de receptie ontstaat een bescheiden rij van mensen die alvast zeeziektepillen inslaan voor de terugreis: een busje Koffinautin met 25 tabletjes kost 67 Faeröerse kronen, omgerekend een tientje. ‘Maakt u zich geen zorgen’, zegt receptionist Heðin. ‘Het zal vast een storm in een glas water blijken.’ Intussen gaat het leven aan boord gewoon door: er wordt gegeten en koffiegedronken, een boek gelezen of een film gekeken, een spelletje gespeeld of een dutje gedaan. In de hutten pakken mensen hun boel bij elkaar om straks vlot te kunnen ontschepen. Niemand heeft haast; we zijn per slot van rekening al sinds mensenheugenis onderweg.

Vertrekhaven Hirtshals

Vijf dagen eerder arriveer ik in Hirtshals, een Deens vissersdorp van vijfduizend zielen met een ouderwets hotel met zeezicht, een streekmuseum en het grootste zee-aquarium van Noord-Europa. Een kloeke vuurtoren kijkt uit op een duinstrook vol bunkers en het merkwaardig genaamde maar mooie Huisvrouwenstrand. In de haven dobberen een paar honderd vissersboten; de plaatselijke visrestaurants komen nooit tekort. Dagelijks vertrekken hier veerboten naar diverse bestemmingen in Noorwegen. Plus eens per week die ene buitengewone veerboot: de Norröna, naar de Faeröer-eilanden en IJsland. Per vliegtuig duurt die reis vier uur, per veerboot vier dagen, enkele reis. Voor de terugreis komen er nog eens drie dagen bij. 3.500 kilometer in een week – dat is nog eens slow travel.

Ook de reis van Nederland naar Hirtshals is slow: per Duitse ICE via Osnabrück naar Hamburg, overstappen op de Eurocity Express naar Kolding, dan nog een Intercity naar Lindholm en een boemeltrein naar Hirtshals – na vijf keer overstappen en dertien uur reizen ben ik er. Vooral de laatste etappe is mooi, als de trein over het groene platteland rijdt en het uitzicht almaar zanderiger, zilter en zeeïger wordt. Op het eindstation, op de kop van Jutland, lijkt de wereld op te houden. In Hirtshals eindigt de spoorlijn en begint een epische zeereis.

Langs de kade wacht de Norröna, blinkend wit en wel. Het vlaggenschip – en enige passagiersschip – van de Faeröerse rederij Smyril Line werd voor 100 miljoen euro gebouwd in 2002, is 165 meter lang, 30 meter breed en tien dekken hoog, en biedt plek aan 1.500 passagiers, 120 bemanningsleden en 800 auto’s. Zodra de laatste opleggers, auto’s en campers het ruim in zijn gerold, klinkt de scheepshoorn. Op de buitendekken aanschouwen de passagiers hoe het schip de haven uit manoeuvreert. Een scherpe bocht naar bakboord, een laatste blik op de vuurtoren van Hirtshals en in volle vaart het Skagerrak op.

Shetland-passage

Drie uur na vertrek komt er weer land in zicht. In de verte zijn de vuurtorens te zien op kleine eilandjes bij Kristiansand en Mandal, en bij Lindesnes op het zuidelijkste puntje van Noorwegen. Bij schiereiland Lista slaat de Noorse fjordenkust rechtsaf en vaart de Norröna rechtdoor, de open Noordzee op. Hier is niets anders te zien dan lucht en zee – en af en toe een verdwaalde stormvogel. Het water verschiet van diepblauw via pastel naar zilvergrijs en de lucht van hemelsblauw via rozerood naar ultramarijn. In de panoramalounge zakt een passagier onderuit en zegt: ‘Met dit uitzicht heb je geen televisie nodig.’

Als de kleuren-tv buiten op zwart is gegaan, zoek ik mijn hut op. De Norröna heeft er 318, variërend van gedeelde binnenhutten met elk zes couchettes en gedeeld sanitair, tot de Norröna-suite met een slaapkamer, kinderkamer, badkamer met bubbelbad en woonkamer met eettafel voor zes. Mijn Deluxe-hut, nummer 7308, bevindt zich midscheeps op dek 7 en biedt een tweepersoonsbed, badkamer, zitbank, bureautje, koffiemachine en minibar met drankjes en snacks. De tv is handig om te zien waar het schip zich bevindt en voor het uitzicht op zee is er een raam.

Dat raam bevindt zich aan stuurboord, maar de volgende attractie is een etmaal na vertrek te zien aan bakboord. Al wat zich tussen Denemarken en Faeröer bevindt, zijn de Shetland-eilanden, ongeveer 160 kilometer ten noorden van Schotland, in het midden van nergens. Het schip vaart vrij dicht langs de kust; we zien een radarstation op Unst en vuurtorens op de rotseilandjes Holm of Skaw en Muckle Flugga. De Shetland-eilanden markeren ook de grens tussen zee en oceaan. Dit is het enige internationale passagiersschip dat hier het hele jaar door in lijndienst vaart – rederij Smyril Line noemt de Norröna ook wel ‘de koningin van de Noord-Atlantische Oceaan’.

Koning Bogi

Als Norröna de koningin is, dan is Bogi Petersen de koning van de Noord-Atlantische Oceaan. De hut van de kapitein, direct achter de brug, is nóg groter dan de bovengenoemde suite. Moet ook wel, want het is er een zoete inval. ‘Ik kom uit Vágur op Suðuroy, het mooiste eiland van de Faeröer’, vertelt Petersen. ‘Maar ik woon in Tórshavn. Als we in de haven liggen, komen mijn vijf kinderen vaak op bezoek. Dan bestellen we pizza uit het restaurant en spelen spelletjes. Vinden ze prachtig.’ Zijn ogen glimmen als de kapitein het over zijn kroost heeft.

Petersen deelt zijn baan met een andere geboren Faeröerder. ‘Hij is de vakantiekapitein’, lacht Petersen. ‘We lossen elkaar af; vier weken op, vier weken af.’ Contact met passagiers heeft hij weinig. ‘Ik heb geen ceremoniële functie, dit is geen cruiseschip. Direct contact heb ik alleen als er problemen zijn, zoals ziekte of een vechtpartij. Het is een lange reis, mensen gaan zich vervelen, drinken wat en dan gebeurt er weleens iets. Voor die gevallen hebben we twee bijzondere hutten, met tralies. Hiervoor was ik kapitein op olietankers. Dat was makkelijker. Olie praat niet terug.’

Toch is het een droombaan, vindt Petersen: nooit te lang van huis, regelmatig zijn gezin op bezoek, een modern schip en een overzichtelijke dienstregeling. Anders dan zijn ondergeschikten heeft de kapitein geen vaste shifts. ‘Ik ben op de brug bij aankomst en vertrek, en verder alleen als het nodig is. Op zo’n dag als vandaag, met rustig weer en geen ander verkeer, hoef ik hier niet te zijn. De eerste stuurman kan het dan prima zelf af.’ De zon schijnt en de Norröna trekt een witte streep door de blauwe oceaan. Geen wolkje aan de lucht. Dat zal weldra veranderen.

Haven van de Dondergod

Nóg mooier dan het uitzicht op Shetland is de aankomst in Tórshavn. Het schemert nog als de Faeröer-eilanden aan de horizon verschijnen, eerst in de verte, als drijvende bolletjes in de onmetelijke oceaan, dan steeds dichterbij. Na de vuurtoren van Akraberg op de zuidpunt van Suðuroy, het Zuidereiland, passeren we de piepkleine eilandjes Lítla Dímun, waar louter schapen wonen, en Stóra Dímun, met één boerderij en een bevolking van 7. Daarna volgt Sandoy, het Zandeiland, en vervolgens varen we tussen Nólsoy en hoofdeiland Streymoy door naar Tórshavn. Na 38 uur varen is onze eerste aanleghaven bereikt.

Tórshavn is vernoemd naar Thor, de Noordse god van donder en bliksem, maar als de Norröna aanmeert, houdt hij zich nog rustig. Het hoofdstadje van de Faeröer-eilanden is betoverend: aan de oude haven staat een kluitje vissershuisjes, daarachter reikt de witte toren van de houten kathedraal richting de hemel. Het schip meert af tussen het 16de-eeuwse fort Skansin en het rotsige schiereiland Tinganes – in de eeuwenoude rode en zwarte houten huizen met grasdaken zetelt de regering. Faeröer is een autonoom gebiedsdeel van Denemarken, met een eigen vlag, munt, postzegels en volkslied, maar gevoelsmatig ben ik geteleporteerd naar het land van de Hobbit.

Tórshavn is de thuishaven van de Norröna. Toch is de tussenstop kort: vier uur, net genoeg voor een snelle verkenning. In deze hoofdstad met evenveel inwoners als Monster, 14 duizend, is het prettig dwalen tussen de ministeries en woonhuizen door in de keiensteegjes van Tinganes en Reyn. Er zijn goede hotels, uitstekende restaurants en prettige cafés. Zoals Paname, een koffiehuis in het houten pand van de oudste boekhandel van Faeröer, sinds 1865. Ik koop een boek van de Faeröerse schrijver William Heinesen en pauzeer met een dure caffè latte en een gratis dosis hygge – of zoals het hier heet: hugna.

Bubbelbad met zeezicht

‘Beste passagiers, hier spreekt uw kapitein. De trossen zijn los en we vertrekken uit Tórshavn. De komende twee uur varen we noordwaarts tussen de Faeröer-eilanden door. Ik hoop dat u zult genieten van het uitzicht.’ Nóg mooier dan de aankomst in Tórshavn is het vertrek. Het schip vervolgt de route tussen Nólsoy en Streymoy door richting Eysturoy, het Oostereiland. De passagiers kijken uit op de fjordenkust, de 880 meter hoge Slættaratindur, de hoogste berg van de archipel, het wonderschoon gelegen dorp Gjógv, een klaterende waterval en de torenhoge rotspilaren Risin en Kellingin, de Reus en de Heks.

Op dek 7 bubbelen John en Miranda in een van de drie jacuzzi’s met zeezicht. Hij een biertje in de hand, zij een reisgids. Het Brabantse stel verheugt zich op de volgende bestemming. ‘We gaan er een weekje opuit op IJsland met de camper’, zegt John. Miranda: ‘Nee, niet de highlights van de ringweg, zoals iedereen doet. Wij willen juist de onbekende plekjes opzoeken en kleine dorpjes waar geen toerist komt.’ De zeereis bevalt goed, vertelt Miranda: ‘Het duurt lang, zeker, we zijn nu 48 uur onderweg. Maar het is heerlijk: eindelijk tijd om te ontspannen. Er heerst op deze veerboot een fijne vakantiestemming.’

John en Miranda hebben een camper vol eten bij zich en komen niet in de restaurants. Zonde, want die zijn uitmuntend. Buffetrestaurant Skansagarður biedt ’s morgens een overdaad aan broodjes, banket, eieren, flensjes, vleeswaren, zalm en fruit, en ’s avonds een bacchanaal van lamsvlees, braadstukken, reuzengarnalen, kreeftenpoten, soepen, salades en een tafel vol desserts. Cafetaria Nóatún verkoopt pizza’s en snacks, voor koffie en taartjes kun je naar bibliotheekcafé Undirhúsið en naar panoramalounge Laterna Magica voor een biertje of wijntje met zeezicht. En dan is er nog gastronomisch restaurant Munkastova voor een 3-, 5- of 7-gangendiner op sterrenniveau.

Varende fototentoonstelling

Niet zo gek lang geleden zag de Norröna er nog anders uit. Het schip uit 2002 werd in 2020 voor 13 miljoen euro gerenoveerd; er kwamen vijftig hutten bij, het interieur werd vernieuwd en op het bovendek werd de panoramalounge geplaatst. Behalve over vijf horecagelegenheden beschikt het schip ook over een taxfree-winkel, bioscoop, gokhal, kinderspeelruimte, binnenzwembad, fitnesszaal en een sportveld. Een theater, surfsimulator, klimmuur of glijbaan zijn er dan weer niet – de Norröna is geen cruiseschip, het blijft toch echt een veerboot.

De gangen, trappenhuizen en restaurants zijn gedecoreerd met historische zwart-witfoto’s, van de oude vissershaven van Hirtshals, Faeröerse scheepsbouwers en schapenscheerders, en IJslandse haringkotters – het schip is één grote varende fototentoonstelling. De hutten kregen behalve nummers ook namen, van vissen en vogels die hier voorkomen, zoals de sprot, snipaal en grenadier, en de zilverplevier, scharrelaar en ijsduiker. Hut 7512, de duurste suite, is vernoemd naar een kleine valkensoort, het smelleken, of in het Faeröers: smyril.

Smyril Line werd opgericht in 1982 door drie bevriende officieren van de Faeröerse veerboot Smyril. Ze kochten een bestaand schip, de Gustav Wasa, dat ze omdoopten tot Norröna, en waarmee vanaf 1983 werd gevaren tussen Denemarken, Faeröer en IJsland. In 2003 werd het huidige schip opgeleverd, dat dezelfde naam kreeg. Voorheen werd ook aangemeerd in het Noorse Bergen en in Lerwick op de Shetland-eilanden, anno nu vaart de Norröna het hele jaar door van Denemarken naar Faeröer, en van half maart tot eind november ook naar IJsland. De vloot bestaat verder uit drie vrachtschepen.

Gevangen in IJsland

‘Beste passagiers, hier spreekt uw kapitein. Weldra arriveren wij te Seyðisfjörður.’ Het is nog vroeg als de stormaankondiging waar dit verhaal mee begon uit het plafond klinkt. Het vervroegde vertrek betekent slecht nieuws voor veel passagiers. Normaliter arriveert het schip om 9 uur ’s ochtends en vertrekt het de volgende dag om 8 uur ’s avonds, maar nu al om 12 uur ’s middags, zodat men niet twee dagen maar één dag de tijd heeft om het stadje te ontdekken. Of nou ja, met 676 inwoners is het een bescheiden dorp.

Seyðisfjörður zou best eens bekend kunnen voorkomen; het is de voornaamste filmlocatie van de IJslandse tv-serie Ófærð, bij de NPO uitgezonden onder de titel Trapped. Ook de Norröna komt er prominent in voor. Als er in de haven een lijk zonder armen, benen en hoofd wordt gevonden, wil politiechef Andri (Ólafur Darri Ólafsson) voorkomen dat de moordenaar ontkomt: hij sluit de enige toegangsweg tot het dorp af en legt de veerboot aan de ketting. Inwoners en passagiers zitten opgesloten in het afgelegen gehucht. Als ik van boord stap, dobbert er geen romp in het water, maar een zeehond.

Seyðisfjörður ligt in het verre oosten van IJsland; naar hoofdstad Reykjavik is het tien uur rijden of een uur vliegen. Een onwaarschijnlijke aanleghaven voor een internationale veerboot en toch verheug ik me op deze tussenstop. Ik ben eerder op IJsland geweest, maar nooit in het Austurland of Oostland. Seyðisfjörður beschikt over een houten hotel, een paar winkels en cafeetjes plus een streekmuseum. Het pittoreske pastelblauwe kerkje is gesloten, wel open is het Regenboogpad, de favoriete selfie-spot van de luttele toeristen. Ik heb een ander plan: de lanen uit, de paden op.

Van waterval naar waterval

De troef van Seyðisfjörður is de ligging aan de gelijknamige fjord, omringd door vulkanische wildernis met klaterende watervallen en grillige bergkammen met eeuwige sneeuw. Vanuit het dorp loop je zo de natuur in. Eerst wandel ik in een kwartiertje naar de Búðareyrarfoss, een waterval die vanaf het schip al goed te zien was, waar een bruggetje een weids uitzicht biedt op dorp en fjord. Kan zo op een ansichtkaart. Van de voorspelde storm valt niets te bespeuren; de eerder waargenomen schaapjeswolken zijn verdreven door de zon.

Twee wandelingen had ik in petto, maar nu moet ik kiezen: óf westwaarts en stroomopwaarts langs de rivier de Fjarðará naar de 27 meter hoge Gufufoss, de ‘stoomwaterval’, óf oostwaarts langs de fjord en landinwaarts naar de Vestdalsfossar, een serie watervallen in de rivier de Vestdalsa. Op advies van de medewerkster van de VVV-balie in de veerbootterminal wordt het die laatste. Volgens haar zou de rondwandeling drie uur duren, maar ik doe er dubbel zo lang over, al dwalend over de met mos begroeide rotsen langs de meanderende rivier van waterval naar waterval. Deze vochtige vallei is een van de mooiste plekken op aarde.

Ietwat spannend is het uitstapje wel, want hier in de ongerepte natuur heb ik geen mobiel bereik. Stel dat kapitein Petersen ineens besluit om nóg vroeger te vertrekken, dan ben ik onbereikbaar en zit ik hier vast, minstens een week. Trapped. Ófærð. Tegen de avond ben ik terug in het dorp, net op tijd voor een bliksembezoek aan de expositie van een lokale kunstenaar in galerie Skaftfell en een avondmaal van verse vis in de aanpalende bistro. Na zonsondergang stap ik weer aan boord van de Norröna. Seyðisfjörður smaakt naar meer; het is bijna jammer dat ik de boot niet heb gemist.

Storm op komst

‘Beste passagiers, hier spreekt uw kapitein. Welkom terug aan boord, ik hoop dat u een aangenaam oponthoud hebt gehad in IJsland. We zijn zojuist vertrokken uit Seyðisfjörður. Om de verwachte weersomstandigheden voor te blijven, zullen we sneller varen dan gebruikelijk. We arriveren in de loop van de nacht in Faeröer, ontschepen is mogelijk vanaf acht uur ’s ochtends. Ik wens u een behouden vaart.’ De schaapjeswolken zijn teruggekeerd, maar het is nog rustig weer. Een laatste blik op de watervallen aan weerszijden van de fjord en dan volle kracht vooruit, terug naar Tórshavn.

Het ingekorte verblijf op IJsland was teleurstellend, maar door de vroege aankomst in Tórshavn heb ik daar ineens een dag extra te besteden. Ik zou wel een uitstap willen maken naar Gjógv op het Oostereiland, dat ik vanaf de boot zag, of naar het Zuidereiland, de geboortegrond van kapitein Petersen. Maar met die storm op komst riskeer ik het niet. Ik blijf in de buurt van de haven en bezoek het Nationaal Museum, waar alles uit de doeken wordt gedaan over de geschiedenis, cultuur en tradities van de Faeröer-eilanden en de Faeröerders, van de prehistorie via de Vikingen tot nu.

‘Tja, hier maakt het weer de dienst uit’, zegt receptionist Heðin als ik weer aan boord stap. ‘Soms zit het tegen, soms zit het mee.’ Tijdens de laatste zeedag ontstaat dan toch een wat landerig gevoel. Ik pak William Heinesen erbij en installeer me op de leren zitbank bij het raam. Een laatste diner, koffer inpakken, vroeg naar bed en dan zet ik morgen weer voet op het vasteland, na misschien wel de mooiste zeereis van mijn leven. En die zuiderstorm dan? Het doosje zeeziektepillen gaat onaangebroken retour naar de receptie. Heðin reageert triomfantelijk: ‘Zei ik toch? Storm in een glas water.’

De hamvraag is: waarom zou je een reis van een week per veerboot maken om ergens te komen waar je ook in een paar uur heen kunt vliegen? Voor Faeröerders en IJslanders is het evident: dit is de enige manier om met de eigen auto naar het vasteland te reizen. Andersom geldt dat ook voor Deense, Duitse en Nederlandse toeristen met hun vouwwagens en campers. Voor voetpassagiers, zoals ik, ligt het minder voor de hand. Toch is ook voor mij de Norröna de enige manier om Faeröer en IJsland te bereiken.

Vanwege de klimaatcrisis besloot ik in 2019 om te stoppen met vliegen. Tegenwoordig reis ik zo duurzaam mogelijk; te voet, per fiets, bus of trein, en voor dit verhaal per boot. Maar klopt die keuze wel? Is een veerboot wel zoveel duurzamer dan het vliegtuig? Dat verschilt per schip en is afhankelijk van vele factoren. Toch is het korte antwoord: ja. Dezelfde route per vliegtuig levert een broeikasgasemissie op van bijna duizend kilo, tegen nog geen honderd kilo voor mijn soloreis per trein en veerboot. Een ton of een tiende, dat scheelt. Vergelijk het met een cruisevakantie en dan komt de veerboot er nog veel beter uit, want cruisen is vervuilender dan vliegen.

Door die deugneuzerige keuze ontdekte ik de voordelen van slow travel. Niet meer haastig per vliegtuig van A naar B, maar rustig aan. De heen- en terugreis beschouw ik als integraal onderdeel van de reiservaring. De reis is de bestemming – zeker in dit geval. Door langzaam te reizen, over land en zee, ontstaat iets wat steeds schaarser wordt: tijd. Tijd om te ontspannen, onderuit te zakken en te genieten van het uitzicht. Bovendien besef je beter waar je bent – en hoe ongelooflijk afgelegen die Faeröer-eilanden liggen. Niet vliegen betekent niet dat je niet meer kunt reizen. Reis niet minder, maar beter.

Smyril Line werd opgericht in 1982, maar de geschiedenis van de veerdienst tussen Denemarken, Faeröer en IJsland voert bijna honderd jaar terug. Vanaf 1927 voer de Drottning Alexandrine van het Deense DFDS tussen Kopenhagen, Tórshavn en Reykjavik. Na de Tweede Wereldoorlog voer ook de Faeröerse rederij Skipafelagið Føroyar van Denemarken naar Faeröer, eerst met een bescheiden stoomschip, later met een groot en modern motorschip. De Denen en Faeröerders beconcurreerden elkaar tot 1967, DFDS stopte met de route in 1992. De Faeröerse rederij Smyril Line bestaat sinds 1982 en onderhoudt met de Norröna de enige regelmatige lijndienst op de Noord-Atlantische Oceaan, nu tussen Hirtshals, Tórshavn en Seyðisfjörður. Al zijn de aanleghavens veranderd, de veerdienst tussen Denemarken, Faeröer en IJsland bestaat volgend jaar dus honderd jaar.

De voor dit verhaal gemaakte reis is deels betaald door Smyril Line en de verkeersbureaus van Denemarken, Faeröer en IJsland. Deze organisaties hadden geen invloed op de inhoud; de redactie bepaalt de bestemming, de invalshoek en het reisprogramma. Lees hier meer over onze journalistiek: vk.nl/protocol

Heenreis
Het Deense Hirtshals is vanuit Nederland bereikbaar per trein in circa 13 uur en met vijf overstappen; enkele reis vanaf € 60, reisplanner: bahn.de/nl

Veerboot
MS Norröna vaart het hele jaar door eens per week van Hirtshals in Denemarken naar Tórshavn op de Faeröer-eilanden, en van half maart tot eind november ook naar Seyðisfjörður in het oosten van IJsland. De dienstregeling varieert per seizoen. Rondreis vanaf € 300 incl. belastingen, toeslagen en hut; smyrilline.com.

Eten en drinken
De Faeröer-eilanden en IJsland zijn dure bestemmingen en dat is ook te merken op de veerboot. Er is een buffetrestaurant (ontbijt € 22, lunch € 24, diner € 46) en een gastronomisch restaurant (lunch € 22, driegangendiner € 63). Verder is er een cafetaria (ontbijt € 20, pizza of burger € 16), een café en een bar. Zelf eten en drinken meenemen is toegestaan, maar mag niet in de publieke ruimtes worden geconsumeerd. Bovenstaande prijzen gelden als je van tevoren boekt; aan boord liggen de prijzen iets hoger.

Meer informatie
• Denemarken: visitdenmark.nl, visithirtshals.dk
• Faeröer: visittorshavn.fo, visitfaroeislands.com
• IJsland: east.is, visiticeland.com

Dit is een artikel uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next