Het huidige WK voetbal, dat zondag zijn apotheose beleeft, breekt in allerlei opzichten records. Niet eerder werden bijvoorbeeld zoveel doelpunten gemaakt in blessuretijd. Dat komt mede door de extra drinkpauzes.
is onderzoeksjournalist van de Volkskrant.
Zondag eindigt het WK voetbal in de Verenigde Staten, Canada en Mexico met de finale tussen Spanje en Argentinië. Een van de opvallende statistieken: niet eerder werden er zoveel doelpunten gemaakt in blessuretijd, de extra tijd na de officiële speeltijd van 90 minuten. Tot nu toe zijn 32 doelpunten gemaakt buiten de officiële speeltijd.
Dat komt deels doordat er veel meer wedstrijden zijn tijdens dit WK. In 1998 waren er voor het eerst 64 duels, dit jaar zijn er tot nu toe 102 gespeeld. Ook gecorrigeerd voor het aantal wedstrijden werd er dit toernooi veel gescoord in blessuretijd. Een mogelijke verklaring voor dat hoge aantal doelpunten is de invoering van een pauze halverwege beide helften (voor de spelers om te drinken, voor de commercie om meer reclames uit te zenden). Daardoor was er simpelweg meer blessuretijd.
Door het hoge aantal wedstrijden werd er niet eerder zoveel gescoord: 297 keer. Ook omgerekend naar het aantal doelpunten per wedstrijd is dat hoog. Sinds 1970 werd er niet zoveel gescoord als tijdens dit kampioenschap. Lionel Messi (Argentinië) is topscorer aller tijden op wereldkampioenschappen, met 21 doelpunten. Het record van de meeste doelpunten op één toernooi is nog steeds in handen van de Fransman Just Fontaine, die in 1958 dertien doelpunten maakte.
Tot nu toe werden tijdens de reguliere speeltijd 21 strafschoppen genomen tijdens dit WK, waarvan er 15 werden benut. In verhouding tot het aantal wedstrijden springt dit kampioenschap er niet uit. Vier jaar geleden bijvoorbeeld lag de bal veel vaker op de penaltystip.
Source: Volkskrant