Mijn kunst en ik Vader en zoon Gelten doen aan natuurfotografie. Peter (49) bedient de camera, Quin (13) is de spotter. Op hun website devogelspotters.nl houden ze bij welke soorten ze zagen. Op hun wensenlijstje: de grote jager en de ijsgors.
Peter en Quin Gelten zijn natuurfotografen.
Peter Gelten (49): „Ik groeide op in Arnhem, we gingen vaak in het weekend de bossen in, of naar de uiterwaarden. Op mijn twintigste kocht ik mijn eerste camera. Ik heb nog even met de mobiele telefoon gefotografeerd, mijn kinderen, landschappen, vakantiefoto’s. Maar ik dacht: dat kan zoveel beter.
„We wonen in Heemskerk, pal naast de duinen, het strand is dichtbij. In coronatijd kon er niet zoveel, maar je kon wel naar buiten. Quin en ik zijn toen heel vaak op pad gegaan. Zo ontdekten we hoe leuk het fotograferen van vogels kan zijn. We werden steeds enthousiaster en steeds fanatieker. Nu is Quin 13, ik krijg hem niet meer altijd mee om 7 uur ’s ochtends.”
Quin Gelten (13): „In het begin kende ik alleen de normale vogels. Een merel en een mus en zo. Op de site waarneming.nl gingen we opzoeken wat we allemaal zagen. Nu herken ik ook de groene bijeneter, of de nachtzwaluw, of de taigaboomkruiper.”
Peter: „Buiten zijn, bewegen, dat vind ik fijn. Ik volleybal, heel fanatiek. Dat is altijd op vaste tijden, trainingen, wedstrijden, met een team. Ik ga er ook graag alleen op uit, even met de fiets de duinen in.”
Quin: „Ik hou van dieren. Ik heb ook een vlinderval in de tuin, voor nachtvlinders. Dat is gewoon een emmer hoor, met een trechter en een lamp. Laatst zaten daar heel veel motjes in, twintig kleine, vijftien grote. En een groot avondrood. Ik laat ze allemaal weer vrij.”
Peter: „Een Sony A9 III. En voor de vogels gebruik ik een 300 millimeter lens van Sony. Met een teleconverter ertussen om hem 600 millimeter te maken. Dat is echt wel goed spul, daar kan je wel een autootje van kopen. Dat is ook wel nodig voor vogels hoor, ze zitten natuurlijk nooit dichtbij. Quin is heel goed in het spotten, die heeft de beste ogen.”
Quin: „Ik loop met de verrekijker en ik wijs aan. Soms ga je op het geluid af, soms weet je van waarneming.nl waar je moet zijn. Ik heb ook een warmtebeeldcamera, daarmee zie je ook de eekhoorntjes, of een haasje.”
Peter: „Het gaat bij mij niet alleen om het zien van het beestje, maar ook om het zo mooi mogelijk vastleggen. Compositie is niet het belangrijkste, het gaat om zoveel mogelijk detail. Als we een vogel van zo dichtbij kunnen fotograferen dat we onszelf zien in de reflectie van zijn ogen, dat is wel echt de holy grail. We hangen de foto’s vaak thuis aan de muur.”
Peter: „We hebben een schaamsoortlijst, vogels waarvoor we ons schamen dat we die nog niet gezien hebben. Daar komen natuurlijk steeds zeldzamere vogels op, zoals de grote jager en de ijsgors. We fotografeerden 309 inheemse soorten. Op naar de 310!”
Quin: „In het najaar gaan we een dagje de zee op, met een vogelexcursie. Hopelijk zien we dan de middelste en de grote jager, twee zeevogels. Elke keer als we op een bijzonder getal zitten, gaan we uit eten.”
Quin: „We liepen in de duinen en toen zagen we ineens een slangenarend. Heel zeldzaam. Zomaar uit het niets hangt die dan plotseling boven je hoofd.”
Peter: „Laatst fotografeerde ik op een warme lenteavond een blauwborst. Die was voluit aan het fluiten in een struik. Achter me was de zon al in de zee aan het zakken. Dat licht!”
De foto’s van Peter en Quin Gelten zijn te bekijken op devogelspotters.nl
Marjolein Scheeper
Peter en Quin Gelten