In één opzicht kende Tadej Pogacar in de 14de etappe, die hij glansrijk won, zijn gelijke. Remco Evenepoel was na de slotklim even snel als de geletruidrager en behield zo de derde plaats.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Alsof de 25ste Tourzege uit zijn loopbaan nog nodig was om de wereld te overtuigen van zijn suprematie speelde Tadej Pogacar in de Vogezen met zijn concurrenten. Maar in een specifiek opzicht kende de geletruidrager zaterdag zijn gelijke in Remco Evenepoel. De Belg kan net zo goed pieken, ná de top.
Als Pogacar al 48 seconden over de Col du Haag gekomen is, nadat hij in een reprise van wat hij op de Tourmalet en op weg naar Le Lioran deed iedereen heeft afgeschud, komt Evenepoel boven. De Belg roetsjt op de streep die voor de bergpunten getrokken is langs ploegmaat Florian Lipowitz en de jongeretruidrager Juan Ayuso. 6,5 kilometer later, aan de eindstreep in het dorpje Fellering, is het verschil met Pogacar nog altijd diezelfde 48 seconden.
Evenepoel is veel minder een pure klimmer dan zijn concurrenten. Als al lang duidelijk is geworden dat Pogacar zijn zinnen op de 14de etappe heeft gezet en de enige twee overgebleven koplopers van de dag, Richard Carapaz en Tobias Johannessen, al beseffen dat hun aanval eindig is, moet de Belg de groep met klassementsfavorieten al laten gaan. Het is nog vier kilometer naar de top van de bergpas die voor het eerst in het rondeboek is opgenomen als dat gebeurt.
Maar misschien is lossen niet het juiste woord. Of moeten niet. Want ratio speelt mee. Evenepoel is een tijdrijder, regerend olympisch en wereldkampioen in het gevecht tegen de klok. Hij weet precies waar de grens ligt tussen voluit gaan en te ver gaan. Hij weet dat hij niet moet proberen aan te haken, dat hij zichzelf dan te zeer uitput. Hij weet dat hij zijn eigen tempo moet aanhouden en zonder in te zakken verder naar boven moet.
In de groep met favorieten rijdt Vingegaard op kop. Ook hij probeert zijn talent te benutten. De Deen is geen explosieve renner en hoopt met een hoog tempo de aanvalslust van de anderen te temperen. Misschien probeert hij Pogacar, die al vroeg zijn helpers is kwijtgeraakt door beulswerk van de Decathlon-ploeg van Paul Seixas, de wind iets uit de zeilen te nemen. En ondertussen ziet hij als hij omkijkt telkens Evenepoel rijden in de achtergrond.
Pogacar is ergens van oorsprong een klimmer, maar heeft zich ontwikkeld tot een superallrounder, een winnaar op nagenoeg elk terrein. Enige uitzondering zijn de massasprints. Maar de andere klassementsrenners weten dat ze om hun beperkingen heen moeten werken, hun momenten moeten kiezen om het efficiëntst tijd goed te maken of verliezen te beperken. Voor Evenepoel komt dat moment na de passage van de Col du Haag.
Terwijl Pogacar doet wat hij na de Tourmalet ook deed – in zijn eentje zijn voorsprong op groepjes achtervolgers uitbreiden – doet Evenepoel wat hij het beste kan. Hij reed de licht aflopende 6,5 kilometer als een tijdrit. En zag voor zich het groepje waarin Vingegaard, Seixas en Isaac del Toro waren samengeklit, steeds dichterbij komen.
De Deen moet het in het explosieve slot afleggen tegen Del Toro en Seixas, verspeelt nog enkele seconden. Sterker nog: hij komt 44 seconden na Pogacar over de finish terwijl hij op de Col du Haag nog een gat van 22 tellen had. Zijn achterstand is verdubbeld en slechts vier seconden achter hem speert Evenepoel als vijfde van de dag over de streep.
De Belg heeft de derde plaats, die hij virtueel een tijdje kwijt was in de rit, nog steeds in handen. Hij ziet Seixas wat dichterbij sluipen en verliest wat op Vingegaard. Maar dat het niet meer was, dankte hij aan zijn Pogacar-achtige slotkilometers.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant