Kinderen en studenten komen weer met plezier naar school als school weer een plek wordt waar leren centraal staat. Niet toetsen. Gewoon leren – nieuwsgierig, veilig en betekenisvol.
Wie een gemiddelde school binnenloopt, ziet het meteen: leerlingen bewegen zich door het gebouw alsof ze deelnemen aan een logistiek proces. Van lokaal naar lokaal, van toets naar toets, van normering naar normering. Docenten doen hetzelfde, maar dan met iets meer koffie en iets minder hoop. Het onderwijs is een soort hamsterwiel geworden waarin iedereen rent, maar niemand nog precies weet waarom.
We hebben dit wiel zelf gebouwd. Door de docent te veranderen in een multifunctioneel apparaat: leermeester, coach, mentor, ontwerper, poortwachter en examinator. Een Zwitsers zakmes, maar dan eentje dat vooral wordt gebruikt om formulieren open te snijden. De examinerende/certificerende rol van de docent is dominant en structureel verweven in zijn werk. En dat is precies het probleem. De persoon die je begeleidt, beoordeelt je ook. Dat is niet alleen ongemakkelijk, het is pedagogisch onhandig.
Over de auteur
Joost van der Horst is adviseur leren en ontwikkelen en onderwijsadviseur.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Want hoe vrij voel je je om fouten te maken als degene die je helpt ook degene is die je cijfer geeft? Hoe nieuwsgierig durf je te zijn als elke vraag uiteindelijk in een toetsmatrix moet passen? Hoeveel eigenaarschap kun je ervaren als je leerproces wordt gemodelleerd naar het ritme van PTA’s (Programma van Toetsing en Afsluiting), rubrics (beoordelingsmatrixen) en accreditaties?
Het ironische is: we doen alsof dit normaal is. Alsof het altijd zo is geweest. Alsof de docent sinds Socrates al met een cijferlijst onder de arm liep. Maar dat is historisch onzin. In het klassieke Griekenland was de docent vooral een filosofische personal trainer. In het gildesysteem begeleidde de meester het leerproces, maar beoordeelde het gilde het meesterstuk. Leren en certificeren waren gescheiden – en juist daardoor was de motivatie intrinsiek. Je leerde omdat je wilde leren, niet omdat er een toetsweek aankwam.
In de 19de en 20ste eeuw hebben we de docent langzaam omgevormd tot een soort mini-inspecteur. Toetsen, normeren, verantwoorden: het werd allemaal onderdeel van het beroep. En vandaag is die rolvermenging zo vanzelfsprekend geworden dat veel docenten die als onderdeel van hun identiteit zien. ‘Toetsen hoort bij het vak’, zeggen ze. Maar dat is geen natuurwet; het is een systeemreflex.
En dat systeem werkt niet meer. Het leidt tot strategisch gedrag bij leerlingen (‘Wat moet ik doen voor een voldoende?’), administratieve druk bij docenten (‘Staat dit wel in het toetsdossier?’) en een volgeplande onderwijsorganisatie waarin het leerproces wordt georganiseerd rond toetsmomenten. Het is alsof we een restaurant runnen waar de chef vooral bezig is met het invullen van hygiëneformulieren, terwijl de gasten zich afvragen waarom het eten zo inspiratieloos is.
Maar het kan anders. En het mooie is: het is geen utopie, geen Scandinavische droom, geen peperduur experiment. Het is realistisch, uitvoerbaar en wettelijk mogelijk. We hoeven alleen één hardnekkige gewoonte los te laten: het idee dat leren en certificeren door dezelfde persoon gedaan moeten worden.
Stel je een school voor met twee domeinen: een leerinstituut en een certificeerinstituut. In het leerinstituut werken docenten die zich volledig richten op ontwikkeling, nieuwsgierigheid en vakmanschap. Geen summatieve toetsdruk, geen diplomaverantwoordelijkheid. Fouten zijn niet gevaarlijk, maar onderdeel van leren. Leerlingen komen weer met plezier binnen omdat de klas geen beoordelingsruimte is, maar een oefenruimte.
In het certificeerinstituut werken examinatoren die gespecialiseerd zijn in objectieve, valide en betrouwbare beoordeling. Zij kennen de leerling niet, hebben geen belang bij doorstroom en beoordelen uitsluitend het geleverde werk. Geen slager die zijn eigen vlees keurt, geen strategische spelletjes. Gewoon eerlijk, transparant en professioneel.
Voor docenten betekent dit dat hun vak weer hun vak wordt. Voor leerlingen betekent het dat ze weer durven leren. Voor scholen betekent het dat de bureaucratische druk verschuift naar één plek in plaats van overal te liggen. Voor de samenleving betekent het dat diploma’s betrouwbaarder worden en dat iedereen weer wil leren: leven lang ontwikkelen wordt dan eindelijk echt flexibel.
En het mooiste: iedereen wint. De docent krijgt autonomie terug. De leerling krijgt eigenaarschap terug. De school krijgt overzicht terug. De samenleving krijgt vertrouwen terug.
Kinderen en studenten komen weer met plezier naar school als school weer een plek wordt waar leren centraal staat. Niet toetsen. Niet verantwoorden. Niet diplomasturing. Gewoon leren – nieuwsgierig, veilig en betekenisvol.
Het hamsterwiel kan stoppen. We hoeven alleen maar te besluiten dat het mag.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant