Home

Producten uit illegale Israëlische nederzetting weren is (gewenste) symboliek

Nederland laat binnenkort geen producten meer toe uit Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Europa is nog altijd niet unaniem overtuigd. Maar zelfs als het verbod er is, wordt het lastig om een sinaasappeltje te herkennen als nederzettingsproduct.

Het kabinet werkt aan een verbod op de import van goederen uit de illegale nederzettingen. Nederland hoort daarmee bij een klein groepje landen dat zelf doorpakt nu een Europees verbod uitblijft door gebrek aan steun onder de 27 lidstaten.

Het Internationaal Gerechtshof oordeelde in 2024 al dat de Israëlische bezetting en de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever illegaal zijn en dat landen moeten voorkomen dat ze daaraan bijdragen via handels- of investeringsrelaties. En één manier om dat te doen, is geen landbouwproducten importeren.

De Raad van State, die over het wetsvoorstel werd geraadpleegd, is kritisch op de handhaving, want hoe kun je ervoor zorgen dat bedrijven zich echt aan zo'n verbod houden? Douane en importeurs kunnen in de praktijk lastig vaststellen of een product daadwerkelijk uit een nederzetting komt.

Onderzoek van de ngo Global Echo laat zien hoe hardnekkig dat etiketteringsprobleem is: minstens 19 procent van de in die acht jaar tijd onderzochte ladingen citrusvruchten, dadels en sesampasta bleek in werkelijkheid uit nederzettingen te komen, ondanks het 'Israël'-label.

Terwijl Den Haag aan de slag gaat, blijft Europa verdeeld. Deze week besprak de Europese Commissie opnieuw drie opties met de lidstaten: een vergunningensysteem, hoge invoertarieven en een volledig importverbod. Die laatste heeft de voorkeur van de Commissie, maar daar is unanieme steun van alle 27 lidstaten voor nodig.

Die drempel is te hoog, waardoor een besluit voorlopig onwaarschijnlijk is. Duitsland en Italië blokkeerden in april al het voorstel van België, Ierland, Slovenië en Spanje om het hele EU-Israël-associatieakkoord tijdelijk op te schorten.

Thomas van Gool, woordvoerder van de vredesorganisatie PAX vindt het Nederlandse importverbod een prima eerste stap, maar ook een magere. Het gaat alleen om landbouwproducten zoals citrusvruchten, sesam, dadels, avocado's en granaatappels.

Veel grotere en belangrijke exportproducten uit Israël zijn medische apparatuur, wapens, chips en diensten zoals software, cybersecurity en cloudcomputing. Het verbod raakt dus alleen de producten die daadwerkelijk in de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever zijn gemaakt of verkregen.

Zaken als chips en wapens worden vrijwel niet in de nederzettingen geproduceerd; dat gebeurt in Israël zelf, binnen de Groene Lijn. "Fysieke landbouwproducten zijn maar een klein onderdeel van de handel tussen Israël en Europa", zegt PAX-woordvoerder Van Gool. "Maar dan nog is elke vorm van handel genoeg om een nederzetting economisch overeind te houden. Hoe klein ook, het draagt bij aan de levensvatbaarheid ervan."

Het gaat ook om toegang tot de Europese markt, stelt Van Gool. "Israël wil de producten daarom liever niet apart labelen als afkomstig uit een nederzetting. Voor Israël is dat ook logisch beleid, want veel Israëliërs zien die illegale nederzettingen als deel van Israël. Voor ons zou het niet zo logisch moeten zijn, want wij willen nog steeds een tweestatenoplossing." Dat is de de EU-positie en de Nederlandse positie, ook onder het huidige kabinet.

Voor een consument is het niet zo gemakkelijk om een nederzettingsproduct te herkennen bij de groenteafdeling, zegt Van Gool. "De meeste mensen kopen het per ongeluk, die checken geen labels op groente. Wel belangrijk is dat er zo een gesprek op gang komt en dat mensen zich meer bewust worden van wat ze eigenlijk kopen."

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die de uitvoering van het sanctiebesluit op zich neemt, laat weten dat er aanvullende informatie volgt voor ondernemers zodra het besluit in het Staatsblad staat. Tot dusver hebben vier bedrijven zich bij RVO gemeld met vragen over het sanctiebesluit.

Ondernemers die uit de regio importeren, doen er volgens RVO goed aan om te controleren of hun handelspartner aan die verplichting voldoet aan de hand van de postcodelijst die de EU heeft opgesteld.

Het Israël Producten Centrum (IPC) in Nijkerk, dat onder meer wijn en levensmiddelen uit de nederzettingen verkoopt, is zo'n onderneming die wordt geraakt door het handelsbesluit. De winkel en webshop zijn van de christen-zionistische organisatie Christenen voor Israël.

Die spreekt net als PAX van "symboolpolitiek", al is het om een andere reden. Volgens IPC-directeur Pieter van Oordt is het aandeel nederzettingsproducten in het aanbod klein en gaat het meeste dat in de "Joodse dorpen" wordt gemaakt sowieso naar de Israëlische markt zelf, niet naar export. De maatregel raakt de Israëlische economie dus nauwelijks, zegt hij.

Liefhebbers van wijn uit de Golanhoogte, het Israëlische zoutje Bamba of thee uit het Heilige Land hebben pech en de winkel zal veel van zijn producten uit de handel moeten halen. De Europese Commissie heeft er ook geen geheim van gemaakt dat het hierbij niet niet gaat om economische pijn, maar om een politiek signaal.

Van Gool: "Elk product uit een nederzetting dat hier ligt, is er eigenlijk al een te veel", zegt hij. "Het is marginaal qua inkomsten, maar het houdt de boel wel een beetje draaiende. Elke Palestijn die wordt verjaagd, is een leven dat kapot wordt gemaakt."

Volgens hem is een strenger beleid ook in het belang van Israël zelf. "Onderdrukking roept altijd verzet op. Zolang dit doorgaat, kan niemand in vrede en veiligheid leven."

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next