Home

De beminnelijke en bescheiden Simon Field zette zich met verve af tegen de ‘Hollywoodmachine’

Simon Field (1946-2026) / oud-IFFR-directeur en filmproducent Het is nodig om tegen de oppervlakkigheid van Hollywood in te gaan, vond Simon Field. „Anders is er straks nog maar één soort film over.” De Brit had het lef zich hard te maken voor smaak, experiment en onderscheidend vermogen.

Simon Field in 1998, toen hij directeur was van het Internationaal Film Festival Rotterdam (IFFR)

Nadat de Britse filmprogrammeur en producent Simon Field in 1996 directeur was geworden van het International Film Festival Rotterdam vertelde hij dat hij pas na lang wikken en wegen was ingegaan op het verzoek om Emile Fallaux op te volgen. Het kenmerkte de zorgvuldigheid van Field, die deze week op 80-jarige leeftijd overleed.

Wat de doorslag gaf: Rotterdam was voor hem een thuiskomst, met de focus op Azië en onafhankelijk Hollywood. Dat soort films programmeerde hij ook graag als hoofd film van het Institute of Contemporary Arts (ICA) in Londen.

Het tekende tevens zijn bescheidenheid, die geen recht doet aan hoe Field, samen met adjunct-directeur Sandra den Hamer, een thuis voor mensen in de internationale filmgemeenschap wist te maken. Dat deed hij met de hem kenmerkende welbespraaktheid, goede contacten, liefde voor avant-garde en een neus voor opkomende filmmakers van die tijd.

Filmmakers, journalisten en programmeurs kwamen in de acht jaar dat hij IFFR-directeur was van over de hele wereld naar Rotterdam. Inmiddels toonaangevende regisseurs als Kelly Reichardt en Christopher Nolan wonnen prijzen in de Tijgercompetitie van het IFFR.

Samenwerking met Weerasethakul

Simon Field werd in 1946 in Hull geboren. Hij was van 1970 tot 1987 hoofdredacteur van het vernieuwende filmtijdschrift Afterimage en aansluitend hoofd film bij het ICA in Londen tot hij door het IFFR werd weggekaapt.

Na zijn tijd in Rotterdam legde hij zich toe op produceren. Field trad toe tot productiehuis Illuminations Films. Zijn eerste wapenfeit was de simultane productie van zeven films voor het New Crowned Hope-festival in Wenen, ter gelegenheid van het 250ste geboortejaar van componist Wolfgang Amadeus Mozart.

Een paar namen uit de line-up: De Indonesische Garin Nugroho (wiens theaterstukken ook regelmatig op het Holland Festival te zien zijn), de Maleisische filmmaker Tsai Ming-liang (die prijzen won op alle grote festivals) en de Thaise filmkunstenaar Apichatpong Weerasethakul. Met de laatste ging hij een blijvende samenwerking aan. Ze wonnen onder meer een Gouden Palm in Cannes voor het door Field geproduceerde Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives (2010).

Afgelopen voorjaar werden de opnames afgerond van hun laatste samenwerking: Jenjira’s Magnificent Dream, een coproductie met het Nederlandse Baldr Film. De film is vernoemd naar Weerasethakuls vaste actrice Jenjira Pongpas, die een weduwe speelt die naar Sigiriya in Sri Lanka reist om de as van haar overleden echtgenoot te verstrooien. Net als in hun eerdere film Memoria (2021) speelt Tilda Swinton weer een rol. Jenjira’s Magnificent Dream wordt volgend jaar in de bioscopen verwacht.

Ageren tegen Hollywood

Toen Field in Rotterdam aantrad stond de filmwereld op de drempel van het digitale tijdperk. Hij keek nieuwsgierig naar hoe de toen nog vaak esthetisch gruizige films de cinema zouden veranderen en nam de tijd voor filosofische gesprekken over het belang van experimentele en soms zelfs verhaalloze films. Toen het IFFR vijftig jaar bestond liet hij zijn favoriete festivalherinnering optekenen in NRC: „Bij een filmlezing van de Oostenrijkse cineast en oprichter van het filmmuseum in Wenen Peter Kubelka zaten Stan Brakhage en de Canadese experimentele filmmaker Michael Snow op de eerste rij. Drie avantgardegrootheden in één zaal.”

De beminnelijke Brit kreeg begin deze eeuw ook kritiek in een steeds populistischer wordend filmklimaat in Nederland. Hij zou de taal niet goed genoeg spreken en zou niet genoeg Hollywood-films programmeren. Over dat laatste was hij uitgesproken. Hij vond zichzelf een eclecticus, zei hij in een interview uit 2004, die de hele staalkaart wilde laten zien, maar: „Het blijft nodig tegen de Hollywoodmachine te ageren. Anders is er straks nog maar één soort film over. Hollywood is heel agressief in het veroveren van de wereld. Dit is een tijd van nietsontziende mondiale vervlakking.”

Simon Field was een schoolvoorbeeld van hoe bij smaak, onderscheidingsvermogen en inzicht in de filmmakersziel ook het lef hoort om je daarvoor hard te maken. Volgens mensen die dicht bij hem stonden was hij al enige tijd ziek, maar werkte hij tot het laatst.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next