Kunstschilder Ina van Zyl zoomt in op alledaagse dingen, zoals tenen, en blaast ze op, zodat ze bijna uit het doek lijken te barsten. In Heerlen ziet het er fantastisch uit.
schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse beeldende kunst.
Het moet wel een van de mooiste schilderijtitels aller tijden zijn: Tragiek van tenen. Allitereert lekker, ja. Maar vooral: de combinatie van woorden roept een hele wereld op. Eentje die tenen, die lullige lichaamsdelen, niet wegmoffelt, maar juist helden van ze maakt. Tragische helden, dat wel.
Ina van Zyl bedacht deze titel en maakte ook het al even verrukkelijke schilderij: een close-up van een vijftal damestenen, keurig gelakt, ongemakkelijk gepropt in een sandaal met dun wit bandje. Samen met zo’n tachtig andere doeken is het te zien in Ina van Zyl: Where Are You From in museum Schunck in Heerlen. Het is haar meest uitgebreide overzicht in Nederland tot nu toe.
Van Zyl, geboren in Zuid-Afrika, woont al sinds de jaren negentig in Nederland. Ze bouwde hier aan een eigengereid oeuvre met al dertig jaar grofweg dezelfde aanpak: ze zoomt in op alledaagse dingen, vaak lichaamsdelen, maar ook bloemen of etenswaar. En ze blaast ze op, zodat ze bijna uit het doek lijken te barsten. Het maakte nieuwsgierig naar hoe het eruit zou zien, al die uitvergrote tenen, vulva’s, penissen, appels, gebakjes naast elkaar, in haar kenmerkende, stemmige kleurenpalet.
Het simpele antwoord: het ziet er fantastisch uit. Wie de tentoonstelling binnenstapt, betreedt een geheimzinnig, zinnelijk universum waarin niets is wat het in eerste instantie lijkt.
Van Zyl heeft zelf gezegd dat alles wat ze schildert terug te voeren is op de drie klassieke genres in de schilderkunst: het portret, het stilleven en het landschap. Dat zie je in dit overzicht duidelijk terug, maar niet zoals je zou verwachten. De tentoonstelling is min of meer op onderwerp opgebouwd: eerst tenen, dan vruchten en taartjes, bloemen, portretten en een aantal landschappen.
Klinkt overzichtelijk, maar al vanaf het begin wankelt die indeling. Want wat is hier eigenlijk een portret, stilleven, landschap? Haar tenen blijken karakter te hebben: de ene verlegen, de andere wulps. Haar opgedofte gebakjes zijn ook eerder portret dan stilleven. Ontzettend knap, hoe Van Zyl die scheidslijnen laat vervagen, en hoeveel zeggingskracht ze samenbalt in simpele objecten en lichaamsdelen.
Hoe doet ze het? Het zit deels in de ‘houdingen’: een bloem die haar kopje laat hangen, een teen die wegduikt, een fier opgerichte pik. Maar misschien zijn het vooral de contrasten die haar werk spanning en persoonlijkheid geven. Van Zyl bouwt haar schilderijen op uit talloze verflagen. Van een afstand lijken ze glad, bijna geairbrusht. Van dichtbij blijkt het oppervlak juist ruw en pasteus, met verf die rimpelt als een melkvel. Die tegenstrijdigheid geeft de schilderijen hun lading.
Minder geslaagd zijn de portretten. Waar ze in haar details van lichamen en voorwerpen zoveel leven weet te vangen, lijken deze gezichten levenloos, als maskers.
Dat vergeet je direct in de zinderende laatste zaal. Die hangt vol penissen, vulva’s, dijen en borsten, prachtig gerijmd met organische vormen als noten, schelpen en rotsen. Ook hier weer een tegenstelling: organen die de kracht hebben om leven voor te brengen, ogen als kwetsbare, rimpelige diertjes. Of juist als landschappen vol spelonken en heuvels, tegelijk intiem en majestueus.
In interviews met Van Zyl gaat het vaak over schaamte, een belangrijke drijfveer in haar kunst. Toch zag ik in dit overzicht vooral iets anders, namelijk die voortdurende, onderhuidse spanning. Glad en ruw, aantrekken en afstoten, kracht en kwetsbaarheid, broeierigheid en humor. Al die tegengestelde krachten botsen in deze prachtige tentoonstelling zachtjes op elkaar.
Van Zyl begon haar carrière in Zuid-Afrika als striptekenaar voor het satirische tijdschrift Bitterkomix. Ze tekende uitsluitend in zwart-wit, met houtskool. Pas toen ze naar Amsterdam verhuisde, verruilde ze houtskool voor olieverf.
Naast schilderijen zijn in museum Schunck ook enkele vroege strips te zien. Ongemakkelijke scènes, waarin je de spanning voelt tussen een witte familie en haar zwarte personeel. In een interview met NRC vertelde ze dat ze gebaseerd zijn op haar jeugd op een Zuid-Afrikaanse boerderij: ‘Ik tekende de gesprekken die ik thuis voerde met de huishulp. Ik was een rijk wit meisje, en zij had geen toekomst behalve huishulp zijn.’
Beeldende kunst
★★★★★
Museum Schunck, Heerlen, t/m 25/10.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant