Kinderen simpelweg verbieden om sociale media te gebruiken is niet genoeg, adviseerde een expertgroep deze week aan de Europese Commissie. Die platforms moeten veranderen. Wil en kan Europa dat afdwingen?
is binnenlandverslaggever van de Volkskrant.
Experts roepen het al jaren: de vraag is niet zozeer op welke leeftijd kinderen op sociale media terechtkomen, maar op welke sociale media zij terechtkomen. Hoe verslavend zijn die, welke foto’s en video’s zijn er te zien en kunnen vreemden er een gesprek met kinderen aanknopen.
Het socialemediaverbod in Australië, waar gebruikers sinds vorig jaar hun gezicht moeten scannen om te bepalen of ze 16 jaar of ouder zijn, werd door veel experts dan ook met scepsis ontvangen. Want als kinderen niet meer op de platforms komen, is er weinig reden om die veiliger te maken.
In de praktijk vinden ze manieren om het verbod te omzeilen, bleek tijdens de eerste evaluaties in Australië. En áls het lukt kinderen tot een afgesproken minimumleeftijd van het platform te weren, dan belanden ze daarna alsnog in een beerput.
Inspanningen om het welzijn van kinderen te verbeteren kunnen beter worden gericht op de veiligheid van de platforms, redeneren veel experts.
Begin deze week was dat ook de strekking van een advies dat de Europese Commissie liet opstellen in de aanloop naar de invoering van een minimumleeftijd voor sociale media. Tot 3 jaar moeten kinderen schermvrij leven, aldus het omvangrijke rapport. Daarna mogen zij beperkt en met instemming van ouders en docenten gebruikmaken van ‘leeftijdsgeschikte’ games, chatbots en sociale media.
Vanaf 13 jaar mogen ze een eigen account aanmaken, mits het platform heeft bewezen veilig te zijn voor tieners. Door de bewijslast om te draaien, zou de EU techbedrijven stimuleren om de veiligheid op hun platform te vergroten. Niet meer dan logisch, vond Von der Leyen dat advies: autofabrikanten moeten ook aantonen dat een voertuig veilig is.
Betekent dit dat er straks miljoenen socialemedia-accounts op zwart gaan? En komt er een certificaat van geschiktheid voor platforms die wel voldoen? Op die vragen geeft het rapport geen antwoord. ‘Wij hebben onderzocht wat voor soort platforms op welke leeftijd passend zijn voor kinderen’, zegt co-auteur Maria Melchior. ‘De praktische invulling daarvan is aan de Commissie.’
Juist daar ligt de moeilijkheid bij het reguleren van de onlinewereld. Wanneer krijgt een platform het stempel ‘veilig’? Melchior wijst als indicatie van (on)veiligheid op functies als eindeloos doorscrollen, het automatisch afspelen van video’s en het ongewild verzeild raken in complottheorieën.
En wanneer is sprake van een nieuw product? De algoritmen achter sociale media worden immers voortdurend aangepast. Bovendien grijpt big tech elke kans aan om over de interpretatie van wetgeving te twisten. Geld is er genoeg.
Ondanks de vele open eindjes is het advies met enthousiasme ontvangen. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen noemde het ‘zeer overtuigend’ en de stichting voor digitale kinderrechten 4Rights sprak van ‘een verschuiving in het denken over de verantwoordelijkheid voor de online veiligheid van kinderen’.
Die wordt te vaak bij hen zelf gelegd, volgens de stichting, wat kinderen extra kwetsbaar maakt. Bijvoorbeeld omdat ze, zoals in Australië, met gezichtsscans nog meer persoonlijke data aan techbedrijven afstaan.
De Europese Unie presenteerde eerder dit jaar een leeftijdsverificatie-app die privacybezwaren moet wegnemen. Net zoals bij het coronatoegangsbewijs worden de persoonlijke gegevens van de gebruiker, in dit geval een identiteitsbewijs, op hun telefoon opgeslagen. Onlinediensten waarbij gebruikers proberen in te loggen krijgen alleen een rood of groen licht om aan te geven of er wordt voldaan aan de leeftijdsgrens van het platform.
De software is bovendien open source, zodat bedrijven naast de app van de EU een eigen versie op de markt kunnen brengen en gebruikers meerdere opties krijgen. Maar er leven nog twijfels over de betrouwbaarheid van de app, die binnen een paar uur na lancering al gehackt leek te zijn.
De complexiteit rond een minimumleeftijd is al snel overstemd door een vurige wens om kinderen te beschermen tegen wat veel mensen zien als het kwaad van deze tijd. In 42 landen wereldwijd wordt momenteel een leeftijdsgrens voor sociale media overwogen, of die is al ingevoerd. Meestal gebeurt dat zonder daar voorwaarden aan te verbinden, zoals kinderrechtenexperts graag zien.
Die ontwikkeling heeft iets populistisch, zegt Lotje Beek, onderzoeker bij de stichting voor digitale mensenrechten Bits of Freedom. ‘Politici willen maar wat graag te boek staan als redders van kinderen.’ Ook partijen die normaal niet warmlopen voor digitale zaken zijn nu te porren voor een leeftijdsgrens, zegt Beek. ‘Daarmee groeit het risico dat er ondoordachte maatregelen worden genomen.’
Na de zomer, als de Europese Commissie haar wetsvoorstel met een minimumleeftijd voor sociale media presenteert, moet blijken welke boodschap Von der Leyen precies ter harte neemt. Is het rapport vooral de wetenschappelijke onderbouwing voor het verbod dat ze al van plan was in te voeren? Of komt de wens van experts om inhoudelijke eisen te stellen aan techbedrijven uit, en leert Europa van de gebreken in Australië?
Met Donald Trump in het Witte Huis, die Europa bij elke ingreep rondom sociale media beticht van censuur, is de Commissie het laatste jaar huiverig om big tech aan te pakken. Kinderen beschermen is in dat licht een welkom alibi. Hoe kan Trump daartegen zijn nu in de VS duizenden zaken tegen verslavende sociale media voor kinderen dienen?
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant