Het was maar een kort moment, alleen die glimlach, maar iets in zijn manier van lachen stelde Roos gerust. Alsof hij wilde zeggen dat het goed was. Ook hij hunkerde naar haar. Maar het geloof weerhield hem ervan echt voor haar te kiezen.
is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.
‘Ik was een jaar of 20 toen ik drie maanden meedeed aan een studentenuitwisseling in Ghana. Met zo’n twintig studenten, Ghanezen en Nederlanders, moesten we uitzoeken hoe we de lokale boeren zover konden krijgen dat ze de bomen op hun land zouden beschermen. Raphael uit Ghana zat rechtsachter tijdens het voorstelrondje, onze blikken kruisten elkaar. Hij glimlachte naar me en ik stond onmiddellijk in vuur en vlam. Het was maar een kort moment, alleen die glimlach, maar er zat iets in zijn manier van lachen dat me geruststelde, alsof hij wilde zeggen dat het goed was dat ik hiernaartoe gekomen was.
Hij zag mij en ik zag hem, dat lieve gezicht en ik was blij toen we even later in dezelfde werkgroep werden ingedeeld. Hij bleek een man van weinig woorden, maar met een natuurlijk gezag, een man die door iedereen werd gerespecteerd. Als vanzelf werd ik naar hem toegetrokken, ik zorgde gewoon altijd dat ik in zijn buurt was.
Op zaterdag wasten we met zijn allen onze kleren buiten, voor het gebouw waar we met z’n allen logeerden. We hadden een groot blok waarmee we onze kleren inzeepten, daarna spoelden we alles uit in teilen en legden onze broeken en T-shirts op het veld te drogen. Intussen deden we spelletjes en keken naar de passerende vrouwen met de bakbananen en de cassave op hun hoofd. Alles was nieuw voor me. Ik herinner me hoe geschokt ik was toen ik zag dat de kinderen uit het weeshuis naast ons stiekem ons huis binnenglipten en de overgebleven rijstkorrels van onze borden aten.
Op een dag gingen we met de groep op pad. Het was er bergachtig, mijn voeten vonden maar weinig grip. Ineens pakte Raphael mijn hand en pas toen we beneden waren, liet hij los. Het was een net, galant gebaar, de hele groep had het gezien, maar niemand voelde wat ik voelde. Zijn hand bood mij steun, maar meer nog intense vreugde. Ik voelde me trots, het kleine gebaar bevestigde wat de glimlach me al eerder had verteld. Een Ghanese studente had het in de gaten en stelde zich in de dagen erna een beetje bezitterig op.
Ze was zelf verloofd, het was haar waarschijnlijk niet om Raphael te doen, maar om het in ere houden van hun gezamenlijke religieuze waarden. De Ghanezen waren allemaal heel christelijk, op zondag als wij uitsliepen, gingen zij in hun mooiste kleren naar de kerk. Seks voor het huwelijk was een grote zonde. Zelf zag ik natuurlijk ook al dat mijn groeiende verliefdheid was gedoemd op niets uit te lopen, maar dat betekende niet dat ik Raphael uit mijn hoofd kon zetten. Al was ik te verlegen om zelf initiatief te nemen.
Op een vrije dag, toen alle Nederlanders hun kans grepen iets van het land te zien, bleef ik thuis op mijn kamer. Het was vroeg in de avond, ik zat op de rand van mijn bed en schreef in mijn dagboek. Plots ging mijn deur open en stond Raphael voor mijn neus, snel deed hij de deur weer achter zich dicht. Op zijn gezicht weer diezelfde glimlach. Het was natuurlijk hoogst ongepast zomaar het privédomein van een meisje binnen te gaan, zeker voor iemand met zijn geloof. Maar hij liet het eruitzien alsof het heel normaal was. Zie je wel, dacht ik verrukt, ik heb me niet vergist, hij voelt hetzelfde als ik en voor ik het wist ging hij naast me zitten en zoenden we.
De zoen werd vuriger, zijn lichaam steeds gewilliger en ineens ging zijn telefoon. Hij nam op. Het was een vriendin uit Akra die zich zorgen maakte, ze zei dat ze bang was dat hij iets zou doen wat niet mocht van de Bijbel. Een heel idioot toeval, had hij haar soms iets over mij verteld? En waarom belde ze net nu? De ban was verbroken, hij stond op en vertrok, iets stamelend als: wat wij doen mag niet.
Ik voelde me schuldig en blij tegelijk, hoopte op een herhaling, op een kus die langer zou kunnen duren dan de paar minuten die hij in mijn kamer was geweest. Gek genoeg hebben we er daarna niet over gesproken. Ook later niet. Wat hadden we moeten zeggen? Een gesprek had alleen maar benadrukt wat we al wisten: dat wij samen geen toekomst hadden.
Op de avond voor mijn vertrek zat ik verdrietig op mijn kamer, buiten kletterde de regen op het dak, het kleine weeskatje op mijn schoot was veel te jong voor een moederloos bestaan, en ik voelde me even nietig en kansloos als dit diertje. Ik zag op tegen mijn vertrek na al die maanden Ghana, en toen ik opkeek, zat Raphael ineens naast me. Ik had niet gemerkt dat hij was binnengekomen. En weer zoenden we. Dit keer wel vijftien minuten, lang genoeg om te weten dat we echt veel om elkaar gaven. Toen verdween hij weer. De volgende dag was hij weg voor ik de bus naar het vliegveld nam. We hebben geen contact gehouden, en nog, 20 jaar later, vraag ik me af: wat betekende ik voor hem?’
‘In 2005, de exacte datum weet ik niet meer, had ik net mijn bachelor afgerond en kreeg ik een ongelofelijke kans drie maanden lang een onderzoek te doen met een groep internationale studenten. Heel spannend, ik had geen idee wat ik kon verwachten. Toen we ons op de eerste dag allemaal aan elkaar voorstelden, was er een meisje dat naar me keek en naar me lachte. Ik lachte terug. Het lachen duurde niet lang, maar het was alsof er een hele wereld achter schuilging, ik voelde me heel kalm worden en tegelijk was ik opgewonden, er zat oprechte belangstelling en nieuwsgierigheid in die ene lach. Toen sloeg ze haar ogen weer neer.
Gedurende die drie maanden met de groep had ik met iedereen contact, maar met haar was het anders. In haar nabijheid voelde ik me open en vrij en het liefst wilde ik dat nader onderzoeken, maar ik was daar tegelijk doodsbang voor. Ik kom net als alle andere Ghanezen daar uit een streng christelijk milieu, zomaar op een meisje afstappen was niet hoe het hoorde. Op een dag maakten we met de andere studenten een lange wandeling, de weg was hobbelig met veel hoogteverschil. Ik voelde dat Roos hulp nodig had en om te voorkomen dat ze viel, pakte ik haar hand. Of misschien maakte ik mezelf dat wijs, en zocht ik een excuus om haar aan te raken. Ik vocht tegen het sterke gevoel dat er al was vanaf het moment dat we elkaar voor het eerst zagen. Het was allemaal zo verwarrend en ingewikkeld. Hoe houd je afstand als je niets liever wilt dan samen zijn?
Ik koos voor een radicale oplossing. Telkens als ik merkte dat ze mijn gezelschap zocht of toevallig in mijn buurt was, liep ik een andere kant op. Ik was 22, en nog niet de onafhankelijke denker en academicus die ik nu ben. Wanneer dit alles nu was gebeurd, had ik haar mee uiteten genomen, of waren we wat gaan drinken in de stad. Ik had haar gevraagd naar haar dromen, naar haar familie en ik had haar mijn dromen verteld. Maar ik was te jong en dacht niet goed na, liet me leiden door de opinies van anderen. De sociale controle was groot.
Een keer zag iemand Roos in haar eentje zitten aan de grote tafel waaraan we vaak aten, ze huilde. Ze stuurden mij naar haar toe, want wij hadden toch zo’n goede band. Maar toen ik vroeg wat er scheelde, zei ze: ‘Alsof jij dat niet weet. Ik kan met iedereen lachen, handen vasthouden, plezier maken, maar niet met degene om wie ik het meeste geef.’ Daar had ik niets op te zeggen, laf droop ik af. Alles in mij schreeuwde verlangen, maar daar was geen uitweg voor. Ik heb mijn liefde nooit uitgesproken, ik was te bang voor de consequenties.
Als ik haar zou zeggen hoeveel ik van haar hield, zouden we misschien zijn gaan zoenen en hadden we misschien wel seks en dat was verboden door de Bijbel. En die andere optie, mijn liefde uitspreken en wachten met seks tot we getrouwd waren, was er ook niet. In Ghana trouw je pas als je je vrouw kunt onderhouden, ik was student, kwam uit een arme familie, en leefde van stipendia.
Het afscheid na drie maanden was pijnlijk, ze draalde bij het weggaan, bleef nog een paar dagen langer dan de anderen. Alsof ze op iets wachtte. De laatste avond hebben we gezoend. Toch nog, jazeker. Gevolgd door een korte knuffel. Meer is er niet gebeurd en valt er niet over te zeggen. Behalve dat toen ze de volgende dag vertrok, ik haar niet eens naar de bus heb gebracht – iets waar ik me nog steeds voor schaam. Acht jaar lang heb ik vervolgens op haar gewacht, ik hoopte op een wonder dat ons toch weer samen zou brengen. Ik zocht haar op Facebook, maar er was niets te vinden. Al die tijd heb ik geen ander meisje liefgehad.
Jaren later was er een reünie van de groep in Amsterdam, daar heb ik haar kort gezien, maar er waren steeds andere mensen om ons heen en ze moest alweer vroeg weg. Een andere keer toen ik voor werk in de VS was, dacht ik haar te zien op het vliegveld van Seattle. Ik rende er achteraan, maar ze was het niet. Uiteindelijk begreep ik dat wachten zinloos was, dat ik verder moest met mijn leven.
Intussen ben ik alweer een tijdje getrouwd en ik heb een gezin. Haar lach kan ik me nog altijd moeiteloos voor de geest halen. Die warme lach, gevolgd door de neergeslagen ogen, alsof ze er zelf van schrok. Ook zij was terughoudend in het tonen van haar emoties. Tot op de dag van vandaag heb ik nooit met haar gesproken over die maanden in Ghana, maar ik weet niet of het veel had uitgemaakt. Wij waren kansloos. Twee jaar nadat ze weg was, stuurde ze me voor mijn verjaardag het spel weerwolven, dat we graag samen speelden. Ik was verrast en dolblij, een teken van leven, ze was me dus toch niet vergeten. Maar daar bleef het bij. Het spel ligt nog steeds op een speciale plek in huis.’
Vakantieliefde is de zomerrubriek over een vakantieliefde van kort of langer geleden. Op verzoek van de geïnterviewden zijn hun namen gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant