DEN HAAG - Hij is gekleed in een net pak en heeft een dikke stapel papier bij zich. Peter, bijna veertig, heeft zich tot in de puntjes voorbereid, want hij wil de aanklacht van stalking van zijn ex op elk detail weerleggen. Zij bleef contact met hem zoeken, hoe had hij dan moeten weten dat hij geen contact meer met haar mocht zoeken?
Peter en Gerda hebben een jaar lang iets met elkaar gehad. Een bij tijd en wijle moeizame relatie tussen twee complexe mensen, zoveel wordt tijdens de zitting wel duidelijk.
In mei maakte Gerda het definitief uit. Op de tenlastelegging staat dat Peter haar vanaf maart al stalkte, maar dat kan volgens hem niet kloppen. In die maanden probeerden ze hun relatie nog te redden.
Daarna heeft hij haar inderdaad een paar keer gebeld, omdat hij uitleg wilde. Waarom was het ineens uit? Maar Gerda had hem al geblokkeerd.
'Dat is haar favoriete knop, ze blokkeert iedereen om de haverklap.' Dat had ze al eens eerder gedaan, vandaar dat Peter er niet echt wakker van lag. Dus ja, toen had hij haar een aantal brieven geschreven.
De rechter benadrukt dat hij alles in het omvangrijke dossier heeft gelezen, inclusief de meer dan honderd pagina's screenshots van appjes en de brieven. 'U schrijft ergens: "Ik weet dat je me niet wil spreken". Dat is een belangrijke zin voor mij. Dat wist u dus?'
'Klopt', zegt de verdachte. 'Dat wilde ze ook eerder al niet, ze is nogal wispelturig zogezegd. Toen ze me eerder had geblokkeerd kreeg ik om vier uur 's nachts een telefoontje: Peter ik ben ziek, kom me helpen.'
'Ik verzorgde haar, werd ik zelf ook ziek. Zij bood me aan dat ik bij haar mocht blijven om uit te zieken, dat heb ik ook gedaan. Ze bleef me maar vragen.'
Hij heeft nog een voorbeeld. 'Ze appte terwijl ik in het buitenland was voor mijn werk. Ik denk dat komt morgen wel. Heb ik de volgende ochtend veertien paniekberichten waarom ik niet reageer.'
'Er was nog net geen Amber Alert uitgegaan. Dat is vrij bijzonder als zij geen contact meer wil.' De rechter denkt even na. 'U bent een beetje gebruikt misschien?', oppert hij dan. 'Absoluut, achteraf zeker', zegt Peter stellig.
Er is meer in het dossier waar de rechter vragen bij heeft. Zo heeft Peter, nadat het uit was, foto's van Gerda op zijn tijdlijn gezet.
'Maar ik had haar onherkenbaar gemaakt', verdedigt de man zich. 'Mwah, maar u had wel haar initialen erbij gezet, GM', merkt de rechter op. 'Dat was voor George Michael' zegt de verdachte net te snel, 'ik ben groot fan, en volgens mij was hij toen zoveel jaar overleden.'
'Nou ben ik toevallig ook groot George Michael-fan', zegt de rechter, 'en volgens mij is hij in een hele andere maand overleden.' Peter, weer net te snel: 'Nou, dan zal het zijn verjaardag zijn geweest, dat weet ik niet meer precies.'
'Dat weet u niet meer. Maar u bent wel een groot fan?' De rechter vraagt het quasi-onschuldig. 'Nou ja, als ik van elke muzikant die ik goed vind de verjaardag moet onthouden', reageert Peter licht geïrriteerd. De rechter laat het verder rusten, maar het is duidelijk dat hij dit niet gelooft.
Gerda vindt blijkbaar dat Peter veel opdringeriger is dan hij zelf doet voorkomen, want ze regelt dat hij een stopgesprek krijgt bij de wijkagent en dat hij wordt geroyeerd als lid van de sportvereniging waar ze beiden lid van zijn.
Volgens Peter is ze nog meer van plan. 'Ze heeft gezegd: ik neem je alles af, je familie, je werk, je vrienden en de club. Dat is haar al aardig gelukt.'
De ex wil ook een contact- en locatieverbod. Dat laatste is een probleem, vertelt Peter, want ze woont vlak bij zijn familie. Het contactverbod vindt hij een uitstekend idee. 'Ik wil haar nooit meer zien. Ik wil verder met mijn leven en met mijn nieuwe vriendin.' Die is met hem meegekomen voor morele steun.
De officier van justitie erkent dat het stel de eerste paar maanden van de tenlastegelegde periode nog heeft geprobeerd om eruit te komen. Voor die maanden vraagt hij vrijspraak. Maar vanaf mei ligt het anders.
'Hij zegt dan dat hij weet dat de deur dicht is, maar daarna schrijft hij kaarten en brieven van soms wel tien pagina's, ook nog na het stopgesprek. Dat is een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer en dat heeft haar vrees aangejaagd.'
'Liefde is complex, en iets waar je twee partijen voor nodig hebt. Als de ene partij niet meer wil dan is het een kwestie van loslaten, hoe onbegrepen je je ook voelt.'
De officier eist een taakstraf van honderd uur, drie maanden voorwaardelijke cel en een contact- en locatieverbod voor drie jaar.
Peters advocaat gaat voor vrijspraak. 'Gedrag dat iemand als hinderlijk ervaart is nog geen stalking. Het gaat om vier brieven, wat kaarten en wat posts op Facebook en Insta. Dat is niet stelselmatig, en er blijkt nergens uit dat hij haar ergens toe wilde dwingen.'
Peter zelf krijgt het het laatste woord, en daarvoor heeft hij een lijvige toespraak voorbereid van meer dan twintig A4-tjes.
'Hier zit ik, de door u genoemde verdachte, maar eigenlijk het slachtoffer, ook in de ogen van de waarheid. Dit is een dieptepunt in mijn leven en een dieptepunt van de rechtstaat', zo begint hij.
'U ontneemt me mijn toekomst als u me berecht, dan is mijn leven voorbij', zegt hij met gevoel voor drama. Hij stipt aan dat deze zaak hem zijn carrière gaat kosten, dat Gerda en haar familie hem bedreigen en niet met rust laten, dat hij daar aangifte van heeft gedaan.
Peter wil nog veel meer zeggen, maar de rechter onderbreekt hem en legt uit dat een laatste woord echt alleen kort een laatste woord is, en niet opnieuw een pleidooi. De verdachte springt dan maar naar het eind, en zwijgt dan verongelijkt.
De rechter vindt de belaging vanaf mei wel degelijk bewezen, maar hij verlaagt de eis van de officier naar een straf van zestig uur werken, twee maanden voorwaardelijke cel en een contact- en locatieverbod voor twee jaar.
Peter zit hevig hoofdschuddend in het beklaagdenbankje, nu met zijn armen defensief over elkaar. Zijn laatste restje geloof in de rechtstaat vliegt door het raam naar buiten terwijl de rechter spreekt.
'U kunt in hoger beroep', zo besluit die het vonnis. 'Dat ga ik zeker doen', zegt de man emotioneel. Hij blijft zitten. Zijn advocaat probeert hem mee te krijgen, maar Peter zegt 'ik ga pas weg als de man die mij met de dood heeft bedreigd het pand heeft verlaten.' Wie dat is wordt niet duidelijk.
Uiteindelijk laat hij zich door zijn nieuwe vriendin de zaal uit leiden, het pak papier onder een arm. 'Ik hoop dat u blij bent dat u mij m’n werk heeft afgenomen', roept hij over z'n schouder nog naar de rechter.
De namen van Peter en Gerda zijn gefingeerd.
Source: Omroep West Den Haag