Home

Van defensie tot veganisme: de vertrekkend ambassadeurs zagen Nederland en Frankrijk hechter worden

De band tussen Nederland en Frankrijk is in de afgelopen jaren een stuk hechter geworden. Vertrekkend ambassadeurs Jan Versteeg en François Alabrune leggen uit hoe zij cultuurverschillen op de uiteenlopendste gebieden hebben overwonnen, van strategische autonomie tot veganistisch eten.

is correspondent Frankrijk van de Volkskrant. Ze woont in Parijs.

Vier jaar lang woonde Jan Versteeg (62), de Nederlandse ambassadeur in Parijs, in het filmdecor van Intouchables. Wie de Franse klassieker heeft gezien, kent het Hôtel d’Avaray als de woning van Philippe, de verlamde aristocraat die bevriend raakt met zijn verzorger uit de banlieue.

Samen met zijn Franse evenknie François Alabrune (64), sinds 2022 ambassadeur in Den Haag, ontvangt Versteeg de Volkskrant en het Franse weekblad Challenges in zijn tuin voor een dubbelinterview. De voertaal is Frans, eeuwenlang de officiële taal van de internationale diplomatie. Nog steeds is het de diplomatieke taal bij uitstek, zo zal blijken.

Beiden nemen deze zomer afscheid. Versteeg keert na de zomer terug naar Den Haag, waar hij namens Nederland klimaatgezant wordt. Alabrune blijft mogelijk in Nederland: Frankrijk heeft hem voorgedragen als kandidaat voor de zetel van rechter bij het Internationaal Gerechtshof. In november vindt de verkiezing plaats bij de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in New York. Voor hun vertrek blikken ze terug op de ongekende toenadering tussen beide landen.

De ironie wil dat de residentie, een prachtige 18de-eeuwse stadsvilla in het hart van Parijs, ooit werd gebouwd voor een vijand van de Nederlandse Republiek. Claude Théophile de Bésiade, de markies van Avaray, maakte carrière in het Franse leger tijdens de Frans-Hollandse oorlog (1672-1679). Nederland kocht het in 1920 van de adellijke familie. Sindsdien staat het centraal in de Frans-Nederlandse diplomatieke betrekkingen.

Voordat hij naar Parijs kwam, was Versteeg ambassadeur in Griekenland en Spanje. Daarmee vergeleken voelt Frankrijk als ‘bijna thuis’, zegt hij. Alabrune werkte voorheen als directeur juridische zaken bij het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het was in die hoedanigheid dat hij voor het eerst contact had met Versteeg, die een paar maanden eerder als ambassadeur was begonnen, over een vaak vergeten landsgrens: die tussen Sint-Maarten en Saint-Martin.

‘In het Verdrag van Concordia uit 1648 is de grens op tamelijk impressionistische wijze getekend’, vertelt Versteeg. ‘Toen in coronatijd een aantal bedrijven met bouwwerkzaamheden dicht bij de grens begon, kwam zowel de Franse als Nederlandse bouwinspectie controleren. De grens bleek niet duidelijk te zijn. Nu is er een nieuw grensverdrag ondertekend, dat onze parlementen binnenkort definitief goedkeuren. Ik zie het als symbool van onze banden die ver teruggaan, en dat we geschillen doelgericht kunnen oplossen.’

Wat hebben jullie zien veranderen in de contacten tussen Nederland en Frankrijk?

Alabrune: ‘Bij mijn aantreden als ambassadeur zag ik de interactie tussen president Macron en premier Rutte en hun teams. Zulke nauwe contacten tussen de Franse en Nederlandse politieke leiders waren er niet eerder. Dat heeft op alle niveaus zijn weerslag gehad. Er is een vanzelfsprekende gewoonte ontstaan om elkaar op te zoeken.’

Versteeg: ‘De context heeft ook geholpen. De Franse economie is enorm geïnternationaliseerd in de afgelopen tien jaar. Bij grote bedrijven, maar ook in het midden- en kleinbedrijf. Er is veel meer openheid naar de buitenwereld dan voorheen.’

Alabrune: ‘En in het bijzonder naar Nederland. Jullie zijn de tweede bestemming voor Franse investeringen in het buitenland, na de Verenigde Staten. Dat was in 2023 goed voor ongeveer 193 duizend banen. Andersom is Nederland de tweede buitenlandse investeerder in Frankrijk; dat staat voor 242 duizend banen.’

Versteeg: ‘Dat geldt ook voor de handel. Nederland exporteert voor 50- tot 60 miljard euro naar Frankrijk. Ik ben ervan overtuigd dat er nog enorm potentieel is voor groei, ook vanwege de internationale context. We leven niet meer in een stabiele wereld met voorspelbare juridische kaders. De Europese markten worden veel belangrijker, en dat zien we tussen onze landen. Dat heeft ook te maken met de coronacrisis, de twee energiecrises die we hebben gehad, de handelscrises.’

Waartoe heeft die toenadering concreet geleid?

Alabrune: ‘De samenwerking op defensiegebied is wat mij betreft het treffendste voorbeeld. De Nederlandse keuze om onderzeeërs aan te kopen bij de Franse Naval Group is spectaculair (het Franse defensiebedrijf bouwt vier nieuwe onderzeeboten voor Nederland, een belangrijke order ter waarde van 4- tot 6 miljard euro, red.). Dat heeft de toon gezet voor meer samenwerking tussen de Nederlandse en Franse marine en het bedrijfsleven.’

Versteeg: ‘Er worden nu zelfs regelmatig Nederlandse officieren gedetacheerd bij de Franse militaire staf om mogelijke gezamenlijke operaties voor te bereiden. Nederland is ook betrokken in de operationele planning van de Coalition of the Willing, die is gevormd onder leiding van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk om Oekraïne te steunen tijdens en na een mogelijk vredesproces met Rusland, en de door diezelfde landen geleide missie voor de Straat van Hormuz.’

Alabrune: ‘Er is echt vertrouwen opgebouwd. Dat zie je ook terug op het gebied van inlichtingen; daar is Nederland in veel gevallen onze belangrijkste partner geworden.’

Nederland is van oudsher meer Atlantisch georiënteerd dan Frankrijk en leunt voor defensie nog sterk op de VS, getuige onder meer het gebruik van de F-35. Is de aankoop van Franse onderzeeërs meer dan een politiek gebaar aan Parijs?

Alabrune: ‘De historische banden tussen Nederland en de VS zijn heel sterk, zeker wat betreft bewapening. Maar je ziet de mentaliteit in Nederland hierover veranderen. In Frankrijk en Nederland is er een duidelijk gedeeld besef dat we samen aan onze toekomst moeten bouwen, aan strategische autonomie voor Europa.’

Het was de Franse president Emmanuel Macron die de visie van een soeverein en autonoom Europa openbaarde in zijn inmiddels befaamde speech aan de Sorbonne-universiteit in Parijs in 2017. Destijds werd het betoog, dat hij kort na zijn aantreden hield, ietwat smalend ontvangen in andere Europese hoofdsteden; typisch Franse grootheidswaan. Inmiddels gonst ‘strategische autonomie’ als buzzword door de Europese hoofdsteden. De ideologische strijd is gewonnen, kan Macron inmiddels tevreden vaststellen.

Alabrune: ‘Het pleidooi voor strategische autonomie werd in Nederland niet altijd goed begrepen, maar tegenwoordig zitten we op het gebied van Europese strategische autonomie helemaal op één lijn.’

‘Onze uitgangsposities waren nogal verschillend’, zegt Versteeg. ‘Frankrijk voelde zich in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog in de steek gelaten door de Verenigde Staten, omdat ze zich pas in de oorlog mengden toen het continent al grotendeels onder de voet was gelopen. Toen heeft De Gaulle gezegd: dit gaat ons nooit meer gebeuren. Oud-diplomaat Gérard Araud heeft dat mooi beschreven in zijn boek Nous étions seuls. In Nederland is er juist een sterk besef dat onze Atlantische bondgenoten – de Amerikanen, de Britten en de Canadezen – ons hebben bevrijd. Dat was juist het startpunt van verdere samenwerking.

‘Maar in de onzekere wereld van vandaag is duidelijk geworden dat we niet te afhankelijk moeten zijn van één partner. De Navo blijft de hoeksteen van onze veiligheid, en daar moeten we meer verantwoordelijkheid nemen. Tegelijkertijd zoeken we naar andere samenwerkingen.’

Hoe delicaat de balans is om minder afhankelijk worden van de Verenigde Staten zonder die relatie publiekelijk af te vallen, blijkt uit hoe beide ambassadeurs hun woorden kiezen. Als diplomaten beschouwen ze niet alleen de betrekkingen, hun woorden hebben daarop zelf ook invloed. Hoe zorgvuldig dat spel werkt, wordt extra duidelijk wanneer het over de VS gaat.

De onderzeeërs zijn in Frankrijk aangekocht, maar de bewapening blijft van Amerikaanse makelij.

Versteeg: ‘Niet alles. Defensie heeft net een contract getekend voor Franse torpedo’s, een deel van de bewapening is Frans. Ons gezamenlijke belang is een geloofwaardige afschrikking en sterke defensie. Op korte termijn hebben we daarvoor nog bepaalde wapensystemen uit de Verenigde Staten nodig. Op de lange termijn moeten we minder afhankelijk worden van wapenleveranties door derde landen, en de eigen Europese defensie-industrie versterken.’

Alabrune: ‘Hoe dan ook is er een bondgenootschap met de Verenigde Staten. Noch Frankrijk noch de VS wil daarvan afstand doen. Dit jaar vieren we 250 jaar Amerikaanse onafhankelijkheid. Laten we niet vergeten dat in Europa twee landen die onafhankelijkheid hebben gesteund: Frankrijk en de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën, die destijds in oorlog waren met het Verenigd Koninkrijk. Nederland en Frankrijk zijn beide Atlantisch georiënteerde landen met historische banden met de Verenigde Staten.’

In Frankrijk wordt de opstelling van Mark Rutte als Navo-baas zeer kritisch bekeken. De opvatting dat hij te inschikkelijk is tegenover de VS wordt breed gedeeld. Denk aan hoe hij Trump ‘daddy’ noemde; dat wordt in Frankrijk moeilijk begrepen. Is dat een cultureel verschil of zegt het iets fundamentelers over hoe met de Verenigde Staten om te gaan?

Alabrune: ‘In zijn huidige functie bij de Navo is het niet zijn taak om Nederland te vertegenwoordigen.’

Maar het is moeilijk zijn nationaliteit te vergeten na zo’n lang premierschap.

Versteeg: ‘We proberen allemaal twee dingen tegelijkertijd te doen: enerzijds werken aan de grotere verantwoordelijkheid die Europa zelf moet nemen, en anderzijds ervoor zorgen dat het historische partnerschap met de Verenigde Staten tot op zekere hoogte blijft bestaan. Macron heeft daarvan ook veel werk gemaakt, ook net weer bij de G7-top in Évian (aansluitend werd Trump in Versailles uitgenodigd, red.), en dat is in ons gezamenlijk belang.’

Alabrune: ‘En dat is niet tegenstrijdig met tegelijkertijd zelf onze eigen veiligheid beter proberen te waarborgen.’

U bent beiden in 2022 begonnen als ambassadeur. Wat heeft u leren waarderen aan elkaars cultuur?

Alabrune: ‘Bij aankomst werd ik nog gewaarschuwd dat Nederlanders heel direct zijn. Dat bleek waar te zijn, maar dat vond ik juist prettig. Ondanks cultuurverschillen is de communicatie erg efficiënt gebleken.’

Versteeg: ‘Tegenover mijn collega Alabrune voel ik me verbaal vaak een olifant in de porseleinkast. Bij ons zijn meningen belangrijk, daarna pas komt de redenering. Hier doen feiten, details en wetteksten ertoe. In gesprek met een Franse ambtenaar besloot ik daarom eens een wet te citeren van 2 februari 1953. ‘Nee, meneer de ambassadeur, dat was 3 februari’, werd ik gecorrigeerd. Bij ons zou je die referentie nooit maken, noch de ander corrigeren op zo’n detail.’

Alabrune: ‘Wat ik ook heb geleerd is dat Nederlanders net zo gevoelig zijn als Fransen, ook al hebben wij de reputatie meer Latijns te zijn. Het is een sentimenteel volk dat je moet leren kennen.’

Bedoelt u dat Nederlanders minder koud blijken te zijn dan gedacht?

Alabrune: ‘Ja, en door culturele verschillen hadden we in het verleden soms moeite elkaar te begrijpen.’

Versteeg: ‘Daar wil ik aan toevoegen dat Frankrijk ook een land is van ingenieurs, die zijn gewend om feitelijk en direct te communiceren.’

Alabrune: ‘Dat verklaart misschien ook dat steeds meer Fransen in Nederland werken, ook op belangrijke posten. De CEO van ASML is Frans, net als die van ABN Amro en AkzoNobel. En toegegeven, Fransen spreken steeds vaker Engels, dat helpt.’

Als de Volkskrant een paar dagen na het interview met ambassadeur Versteeg telefonisch terugblikt op het gesprek, wil hij graag nog iets anders kwijt over wat Frankrijk zo fascinerend maakt:

‘Wat ik ook heel bijzonder vind: Frankrijk heeft nog steeds een sterke ‘convening power’. Of het nu gaat om het beveiligen van de Straat van Hormuz, de Coalition of the Willing of het Paris Peace Forum: als er grote vraagstukken spelen, organiseren ze een top waar heel de wereld naartoe komt en gebeurt er echt iets. Daar ligt de visie aan ten grondslag dat je handelingsvrijheid moet behouden, partnerschappen moet uitbreiden en moet kijken naar de nieuwe krachten die zich in de wereld ontwikkelen. Gecombineerd met het feit dat iedereen gewoon graag naar Parijs komt. Dan wordt er op het Élysée gegeten – dat is ook slim gebruikmaken van het historisch erfgoed.

‘Zonder al dat werk aan die Coalition of the Willing was de Europese stem nog een stuk minder gehoord in de Oekraïne-discussies. Je hebt er een diner in Versailles voor nodig, maar Macron slaagt er toch in om Trump even naar Parijs te krijgen.’

Trump zult u er waarschijnlijk niet heel blij mee maken, maar u viel ook op omdat u veganistisch eten serveert op de residentie. Dat zal in de diplomatieke wereld – zeker in Parijs – als best radicaal zijn opgevat.

‘Als mensen ernaar vroegen, vertelde ik waarom dat was. Daar kregen we voornamelijk leuke reacties op; mensen zijn natuurlijk ook beleefd. Ik vind niet dat iedereen veganistisch moet gaan eten. Het is een keuze van mijn vrouw en mij om onze ecologische voetafdruk te verkleinen. In Spanje hoorden we van de veganistische stroming ‘als het geen oogjes heeft, eet ik het’. Wij komen uit Zeeland, houden van mosselen en oesters. Dat past binnen die definitie. Arnaud, de kok van de ambassade, had in eerste instantie bedankt voor de eer. Dan kan ik mijn kwaliteit niet waarmaken, zei hij. Een paar maanden later wilde hij toch de uitdaging aangaan. Nu werkt hij aan een veganistisch kookboek.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next