Het aantal startersleningen is vorig jaar met 15 procent gestegen ten opzichte van 2024. Zo'n lening maakt het voor veel jonge mensen mogelijk hun eerste stappen op de woningmarkt te zetten. "Al leidt het automatisch tot hogere prijzen."
Meer mensen dan ooit maakten in 2025 gebruik van de starterslening. In totaal kochten 8.132 starters hun eerste woning met de regeling, een stijging van 15 procent ten opzichte van 2024. Het is het grootste aantal sinds de introductie van de regeling, meldt het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn).
Van de 120.000 starters die in 2025 een woning kochten maakte 7 procent gebruik van een starterslening. Met de lening kunnen starters het verschil financieren tussen de maximale hypotheek die ze kunnen krijgen en de aankoopprijs van hun huis.
De toegenomen vraag naar startersleningen is te verklaren: er kwamen veel meer koopwoningen beschikbaar in het starterssegment. Door deze zogeheten uitpondgolf hadden starters meer keuze en kans om daadwerkelijk een woning te kopen. Zonder aanvullende financiering was dat waarschijnlijk niet gelukt, zegt Tamara Evers van de SVn.
Omdat het vaak om kleine en betaalbare appartementen gaat, ligt een verband voor de hand. Ook Hans Koster, hoogleraar urban economics and real estate aan de Vrije Universiteit Amsterdam, noemt de uitpondgolf daarom als verklaring. "Het was een uitzonderlijk jaar waarin 75.000 starters een woning kochten en ongeveer een op de zes verkochte woningen een uitgeponde huurwoning was."
Koster benadrukt wel dat het woningtekort blijft. "Het gaat uitsluitend om een herverdeling van de voorraad, het is geen netto uitbreiding." Op dit moment biedt de SVn in 328 gemeenten een starterslening aan. Of jouw gemeente erbij zit check je hier.
Hypotheekexpert Oscar Noorlag ziet dat startersleningen aan de ene kant individuele starters kunnen helpen om de stap naar de woningmarkt te zetten. Tegelijkertijd is duidelijk dat alles wat de overheid doet om zaken te stimuleren automatisch leidt tot hogere prijzen. "In gemeenten die zo'n starterslening invoeren, liggen de prijzen hoger dan in vergelijkbare gemeenten die dat niet doen."
Dat is niet gek, vindt Koster. Geef je meerdere kopers hetzelfde financiële voordeel, dan hebben ze met z'n allen meer te bieden en leidt dat tot hogere huizenprijzen. En het huizenaanbod groeit niet mee, waardoor schaarste ontstaat en de prijzen nog verder oplopen. "Structurele betaalbaarheid komt uiteindelijk van bouwen op de juiste plek en in de juiste dichtheid", zegt Koster.
Noorlag maakt een vergelijking met de overdrachtsbelasting die in 2021 werd ingevoerd. Die is standaard 2 procent, maar werd toen voor starters bijgesteld naar 0 procent. "Toen die maatregel werd ingevoerd, stegen de huizenprijzen. Dus eigenlijk had alleen de verkoper er iets aan. De starter niet." Hetzelfde ziet hij bij de startersleningen gebeuren. "Misschien dat een individuele starter ervan kan profiteren, maar voor alle starters bij elkaar pakt het minder goed uit."
Let bovendien op de verdeling: starters legden in 2025 gemiddeld zo'n 45.000 euro eigen geld in. De uitpondgolf liet het huuraanbod in de vrije sector met circa 38 procent dalen en de huren met bijna 10 procent stijgen. "De 'winst' voor koopstarters gaat dus in ieder geval deels ten koste van huurders en starters zonder buffer", zegt Koster.
Noorlag ziet het aanvragen van een starterslening niet direct als problematisch, zolang je maar beseft dat het om een dubbele lening gaat. "Over het algemeen zien we dat starters degenen zijn die het meeste geld uitgeven aan woonlasten. Maar dat geldt net zo hard voor starters die niet de koopwoningmarkt kunnen betreden en op de vrije huur zijn aangewezen."
Heel veel mensen kunnen met een starterslening hun eerste stap op de huizenmarkt te zetten, maar de lening zorgt ook voor hogere hypotheeklasten. Daarnaast is er het risico van dalende huizenprijzen: daalt je woning in waarde, dan blijf je zitten met een restschuld. "Meer financiering betekent ook meer kwetsbaarheid voor een restschuld bij een prijsdaling", zegt Koster. "Dat speelt extra bij kleinere uitpondwoningen die soms aan de top van de markt worden gekocht."
Source: Nu.nl economisch