Maggie O’Farrell wilde al heel lang een roman schrijven over migratie, maar door het krankzinnige succes van Hamnet, boek én verfilming, bleef het bij een idee. Nu is er Land: ‘Europeanen moeten beseffen dat hun voorouders in een ver verleden misschien wel een stuk land en een taal deelden.’
Toen schrijfster Maggie O’Farrell besloot dat het tijd was om terug te keren op aarde, pakte ze een blauw opschrijfboekje tevoorschijn en begon aantekeningen te maken voor een nieuwe roman. De eerste drie woorden in dat opschrijfboekje: ‘roman over migratie’.
Waarom? Omdat migratie een essentieel onderdeel vormt van de Europese geschiedenis, zegt O’Farrell jaren later. ‘Sterker nog: de hele Europese geschiedenis is één grote aaneenschakeling van kolonisten die mensen wegjagen en daaropvolgende diaspora’s.’
ZOMERSERIE: SCHRIJVER IN EUROPA
Wat bindt Europese schrijvers? Is er sprake van een Europese cultuur? En hoe zie je die terug in de literatuur? Een wekelijkse interviewserie met zes prominente schrijvers uit Zwitserland, Italië, Noorwegen, Ierland, Polen en Nederland.
Een roman over migratie is, met andere woorden, een belangrijke roman die de Ierse Maggie O’Farrell (1972) daarom al veel langer wilde schrijven. Maar toch kwam het er lange tijd niet van, wat uiteindelijk alles te maken had met die tijd die ze niet op aarde doorbracht, maar elders. Specifieker: in Hollywood.
‘Pfff’, zucht O’Farrell hoorbaar uit als het over die tijd gaat, want ‘wat er rond Hamnet is gebeurd, had ik echt nooit verwacht’. Dat boek, over de zoon van William Shakespeare die op 11-jarige leeftijd overlijdt aan de pest en zodoende de inspiratie vormt voor Shakespeares toneelstuk Hamlet, werd namelijk niet zomaar een succes. Het werd een absurd succes dat al haar wildste fantasieën overtrof, plus nog een beetje extra.
O’Farrell neemt een slok van haar thee, want ze is nu eenmaal iemand die, ook al is het volop lente, tijdens een video-interview in beeld verschijnt met een dikke wollen trui en een dampende kop thee, die ze met twee handen omklemt zodra ze eruit drinkt. De recensies waren, ten eerste, overdonderend, zegt ze.
Daarna kwamen de prijzen, zoals de Women’s Prize for Fiction en de National Book Critics Circle Award. Vervolgens namen de verkopen toe, kwamen er vertalingen, toen nog meer vertalingen – de teller staat inmiddels op veertig. Ondertussen zette Bill Gates het boek op zijn lijstje met favoriete boeken aller tijden, riep boekhandel Waterstones Hamnet uit tot boek van het jaar 2020, en vooral: vroeg regisseur en Oscar-winnaar Chloé Zhao (Nomadland) O’Farrell mee te schrijven aan een filmscript voor Hamnet.
Daarna volgden de rode lopers van de Oscars, de Golden Globes en de Bafta’s. Er waren interviews in tv-studio’s die een geheel nieuw lezerspubliek aanboorden, waardoor de teller van verkochte boeken inmiddels boven de 2 miljoen staat. En zelfs toen hield het niet op, want ook van haar andere romans werden inmiddels filmrechten verkocht, waaronder die van haar tiende roman, het vorige maand uitgekomen Land. Die eerdergenoemde roman over migratie.
Land speelt zich ongeveer tien jaar na het einde van de Grote Hongersnood (1845-1852) af. Bij deze voor Ierland traumatische gebeurtenis mislukte meerdere jaren op rij ongeveer 90 procent van de aardappeloogst vanwege een schimmel. Het gevolg: ongeveer een miljoen hongerdoden en vele miljoenen migranten richting de Verenigde Staten, Canada en Australië.
In de nasleep van die hongersnood pikt een groep Engelse cartografen Tomás op uit een Iers weeshuis om hen te helpen het zwaar gehavende Ierland – een land dat sinds de hongersnood is bezaaid met vervallen landerijen, compleet verlaten dorpen en massagraven – opnieuw in kaart te brengen en zo de toekomstige belastinginning te vergemakkelijken.
Jarenlang doet hij dat naar eer en geweten, tot hij op een dag, staande bij een eeuwenoude poel op een schiereiland in het westen van Ierland, besluit dat het genoeg is. Van het ene op het andere moment weigert hij nog langer kaarten te maken die bedoeld zijn om de Engelse overheersers te faciliteren. Voortaan wil hij alleen nog kaarten tekenen waarop de namen van dorpen en steden in zijn eigen landstaal staan weergegeven, zonder huizen en landerijen van Engelse lords, zonder grenzen die getrokken zijn door buitenlandse machthebbers.
Wat volgt is een episch en dik boek dat via flashbacks langs eeuwen Ierse geschiedenis raast, van de druïdes en wolfshonden uit de prehistorie tot de latere invasies van de Vikingen, de ijzeren greep van de katholieke kerk en vervolgens die van de Engelse kolonisten.
Het is een familiesaga waarin O’Farrell de fabel en fantasie die horen bij de oude Keltische mythologie – mythen waarin het land, de bomen en de natuur personages zijn – vermengt met de historische werkelijkheid. Want net zoals je van een specifiek stuk land talloze verschillende kaarten kunt tekenen, zo kun je ook een eindeloze hoeveelheid geschiedenissen vertellen over datzelfde gebied, allemaal even waar, allemaal even gebrekkig.
Hoe kwam u van ‘roman over migratie’ tot dit specifieke verhaal?
‘Ik ben al jaren gefascineerd door mijn Ierse betovergrootvader, die als cartograaf werkte voor de Britse Ordnance Survey. Dat is een overheidsorgaan dat nog altijd bestaat en ooit is opgericht met de bedoeling alle kaarten in de koloniën te standaardiseren, zodat de belastingheffing beter georganiseerd kon worden. In Ierland, de eerste Britse kolonie, begonnen ze daar in 1822 mee en het idee was binnen zeven jaar klaar te zijn. Uiteindelijk duurde dat veel langer, mede omdat ze in het begin weigerden Ieren aan te nemen en daardoor niet konden communiceren met de lokale bevolking.
‘Ik kende zijn verhaal al jaren – veel van mijn familieleden zijn later ook cartograaf of geograaf geworden; bij mijn ouders thuis hing bijvoorbeeld een handgetekende kaart die door zijn zoon was gemaakt – maar pas toen ik erachter kwam dat hij aan zijn carrière was begonnen vlak na het einde van de Grote Hongersnood, wist ik dat dit boek erin zat.’
Rare vraag misschien, maar waarom vond u het leven van een kaartenmaker zo interessant? Had u geen familieleden met spannendere beroepen?
‘Nee! Cartografie is juist een fascinerende mix van wetenschap, van wiskunde, algebra, taalkunde, geschiedenis en folklore. Cartografen zijn echte renaissancemensen. Bovendien is het in kaart brengen van een gebied een diepgeworteld menselijk instinct. Wij brachten onze omgeving al in kaart ver voordat we konden schrijven.
‘De oudst bekende kaart is er bijvoorbeeld eentje die al in de ijzertijd is getekend op de muur van een grot in wat nu de Italiaanse Alpen zijn. En ook later speelden kaarten een essentiële rol in de geschiedenis. Het eerste wat de Romeinen deden als ze een nieuw gebied innamen, was het tekenen van een kaart. Ze gaven de steden nieuwe namen, schreven die op en zeiden daarmee: dit gebied is nu van ons. Cartografie is een vorm van kolonisatie. Het tekenen van een kaart is als het planten van een vlag.’
Op uw sociale media schreef u dat er in dit boek een aantal van uw levenslange interesses samenkomt, waaronder de verstrengeling tussen kolonialisme en migratie. Kunt u dat uitleggen?
‘Beide zijn onderdeel van ons aller geschiedenis, toch? Kijk alleen al naar Europa. In de 17de eeuw vertrokken mensen op grote schaal. In de 19de eeuw vertrokken mensen op grote schaal. Tussen de twee wereldoorlogen opnieuw.
‘Migratie is niet alleen onderdeel van ons verhaal, het vormt het weefsel van dat verhaal. En voor Ierland geldt dat in extremis. Wist je dat niet Guinness het grootste exportproduct van Ierland is, maar mensen? Je kunt daarom geen historische roman over Ierland schrijven zonder ook over kolonialisme en migratie te spreken. Maar ik vermoed dat dat in Nederland precies hetzelfde is.’
Sterker nog: uw boek, dat in essentie gaat over een arme boerenfamilie die door honger wordt geteisterd en daarom deels migreert, had ook over het historische Polen kunnen gaan, of over Zuid-Italië of het hedendaagse Soedan.
‘Dat is precies de reden dat ik nergens in het boek specificeer waar het verhaal zich afspeelt. Nergens noem ik de woorden ‘Ierland’, ‘Iers’, ‘Groot-Brittannië’ of ‘Brits’. Het gaat uiteraard wel over Ierland, dat is geen geheim, maar door al te specifieke geografische vermeldingen te vermijden, hoopte ik dat er iets universeels uit het verhaal zou spreken.’
Wilt u mensen door uw boek op een andere manier laten nadenken over migratie richting Europa?
‘Dat was niet mijn voornaamste doel – ik wilde gewoon een goed boek schrijven over mijn betovergrootvader. Maar het is wel degelijk mijn meest politieke boek tot nu toe. Migratie is, hoe je het ook wendt of keert, een van de belangrijkste onderwerpen in de Europese politiek. Dat is zo in Groot-Brittannië, het is zo in Ierland en ongetwijfeld is het ook zo in Nederland.
‘In heel Europa zijn politici op zoek naar een werkbaar beleid en in heel Europa wordt de migrantenkwestie gebruikt om de scheidslijn tussen rechts en links te versterken. Dat is raar, want migratie is nu eenmaal iets onvermijdelijk, iets wat we onmogelijk kunnen stoppen en bovendien: waarom zou je dat überhaupt willen? Met dit boek wil ik laten zien dat landschappen weliswaar een bepaalde eeuwigheid hebben, maar dat het menselijk leven erop juist iets vluchtigs en beweeglijks heeft. Dat is altijd al zo geweest en zal altijd zo blijven.
‘Wat ik trouwens altijd zeer opmerkelijk vind in de discussie over migratie is dat een groot deel van de Europeanen erover spreekt alsof het allemaal iets nieuws is; alsof honger, oorlog en natuurrampen niet ook hun eigen voorvaderen hebben getroffen. In mijn roman is honger door een misoogst de grootste reden voor de bewoners om te migreren. En precies die reden zal migranten in de toekomst nog veel vaker treffen, omdat het klimaat verandert, met allerlei misoogsten en dus honger tot gevolg. Ik denk dat het daarom goed is dat mensen in ieder geval lezen over de Grote Hongersnood in Ierland. Misschien verzacht dat hun oordeel over de huidige migratiegolven.’
In Hamnet was niet William Shakespeare uw hoofdpersonage, maar juist zijn vrouw en kinderen. In Het huwelijksportret koos u niet voor Cosimo de’ Medici, maar voor zijn dochter. Ditmaal schrijft u niet over de politici die de loop van de Grote Hongersnood bepaalden, maar juist over een arm boerengezin zonder macht. Waarom kiest u steeds voor alternatieve geschiedenissen?
‘Dat is het verschil tussen non-fictie en fictie: omdat ik niet afhankelijk ben van bronnen, kan ik juist de gaten in de geschiedschrijving opzoeken. De verhalen van Shakespeare en Cosimo de’ Medici zijn inmiddels wel verteld, maar die van hun vrouwen en kinderen veel minder. Overigens is het ook gewoon hoe mijn verbeelding werkt. Als ik iets over Shakespeare lees, fantaseer ik vooral over hoe het moet zijn geweest voor zijn vrouw. Dat zijn nu eenmaal de gedachten die mij prikkelen.
‘Bij dit boek gebeurde precies hetzelfde: toen ik onderzoek deed naar mijn betovergrootvader, bleek ik minder geïnteresseerd in de politiek achter de Grote Hongersnood, maar des te meer in de levens van de mensen die overleefden. Wat gebeurde er met hen? Hoe groeiden hun kinderen op? Waarom besloten ze te blijven, of juist te emigreren naar Canada? Hoe lukte het ze te overleven?’
U bent zelf geboren in Ierland, opgegroeid in Wales, woont inmiddels in Schotland, schrijft boeken over onder meer de Italiaanse geschiedenis. Ziet u zichzelf als een Europese schrijver?
‘Absoluut. Mijn paspoort is Iers, dus daarop staat dat ik Europees ben. Ik heb weliswaar het grootste deel van mijn leven in Groot-Brittannië gewoond, en zoals je hoort is mijn accent ook behoorlijk Brits, maar mijn Ierse achtergrond is mij zeer dierbaar, ook vanwege het Europese aspect.
‘Dat gevoel is sinds de Brexit overigens veel sterker geworden. Ik voelde me daarvoor al Europees, maar sindsdien is het echt iets waarop ik trots ben. Ik heb na de Brexit-stemming ook meteen Ierse paspoorten aangevraagd voor mijn drie kinderen. Ik wilde hoe dan ook dat zij als individuen onderdeel zouden zijn van Europa.’
Dus dat was niet alleen een keuze uit praktische overwegingen, maar echt omdat u het belangrijk vindt dat uw kinderen Europees zijn? Kunt u mij dat sentiment uitleggen?
‘Ik denk dat het verstandig zou zijn wanneer de verschillende Europeanen zichzelf zouden zien als onderdeel van één groot organisme. Al ons DNA is namelijk zo verstrengeld geraakt door de eeuwen, net als onze talen trouwens. Stel dat jij nu iets tegen mij in het Nederlands zegt… zeg maar wat.
Ik moet iets in het Nederlands zeggen?
‘Ja.’
Oké. Doordat dit interview een paar dagen eerder moest plaatsvinden, had ik geen tijd om ook nog uw roman Het huwelijksportret te lezen. Het compliment dat ik u dus aan het begin gaf, was pure bluf.
‘Ja, ik hoor in die zinnen flarden van het Duits en zelfs van het Engels terug. En ongetwijfeld geldt andersom precies hetzelfde. Volgens mij is het heel belangrijk dat Europeanen zich realiseren dat hun voorouders in een ver verleden misschien wel een stuk land en een taal deelden, en dat het daarom ridicuul is om de grenzen die we op dit moment in de geschiedenis hebben getekend als hoogste goed, of bijkans heilig te beschouwen. Europeanen moeten zichzelf niet langer zien als inwoner van slechts één enkel land of zelfs één enkele stad, aangezien onze identiteit bestaat uit veel meer dan dat. Het bestaat uit veel meer dan het resultaat van een reeks ooit door anderen getrokken grenzen en gemetselde muren.’
Leest u veel Europese literatuur?
‘Helaas wordt lang niet alles wat op het continent verschijnt in het Engels vertaald. De klassiekers wel, maar relatief weinig contemporaine schrijvers. Dat is voor mij een probleem, want ik lees helaas geen andere talen. Maar dat gezegd hebbende: ik heb van kinds af aan een zwak voor Scandinavische boeken. Toen ik jong was, las ik alle Moemin-boeken van Tove Jansson, een Finse kinderboekenschrijfster die haar boeken ook zelf illustreerde. Die verhalen gingen over een familie trollen die leken op nijlpaarden; je ziet die Moemin-figuren nog steeds overal afgebeeld in Finland.’
Wie is uw favoriete Europese schrijver?
‘Er zijn veel Ierse schrijvers van wie ik enorm geniet, maar als ik mij beperk tot het continent dan zeg ik toch: Elena Ferrante. Zij is verbluffend. Ik weet uiteraard dat er veel discussie en debat is over wie ze precies is, en of ze een man of een vrouw is of misschien zelfs uit twee personen bestaat, maar eerlijk gezegd vind ik dat verreweg het oninteressantste aan haar. Als ze haar privacy wil, dan mag ze die privacy van mij houden.
‘Wat ik veel belangrijker vind zijn haar romans, en dan vooral De geniale vriendin en de andere drie Napolitaanse romans. Die zijn ongeëvenaard. Dat je in staat bent een hele wereld weer te geven – alle gevoelens en problemen, alle intriges en moeilijkheden die er kunnen spelen in een mensenleven – en dat allemaal via één flatgebouw in Napels, via twee vriendinnen die opgroeien en hun levens leiden; ik vind dat een verbazingwekkende, unieke prestatie. Ik lees ze geregeld terug.’
In hoeverre verwoordt de Europese literatuur volgens u de Europese cultuur?
‘Ik denk dat die twee enorm met elkaar verweven zijn. Daarom is het ook zo belangrijk dat mensen veel boeken lezen, want boeken kunnen je een fascinerende inkijk geven in een bepaalde landscultuur. Of, in het geval van Ferrante, in een bepaalde buurt. Je kunt Europa bereizen dankzij haar literatuur, je kunt de Europese geschiedenis tot je nemen via haar literatuur. En belangrijker nog: door die veelzijdigheid is literatuur een ideale vijand van vooroordelen en bekrompenheid. Boeken stellen je open voor andere levens, andere perspectieven en andere geloofsovertuigingen. En zeg nou zelf: dat is toch precies wat we momenteel nodig hebben in Europa?’
Maggie O’Farrell: Land. Uit het Engels vertaald door Lidwien Biekmann en Karina van Santen. Nijgh & Van Ditmar; 448 pagina’s; € 26,99.
CV Maggie O’Farrell
1972 Geboren in het Noord-Ierse Coleraine. Als ze 2 jaar oud is, verhuist haar familie eerst naar Wales en later naar Schotland. Vrijwel al haar zomervakanties brengt ze door in Ierland.
1990 Gaat Engels studeren in Cambridge. Na haar studie besluit ze de journalistiek in te gaan; ze wordt kunstjournalist voor de Britse krant The Independent.
2000 Debuteert met de roman Voorbij de liefde, waarmee ze een jaar later de Betty Trask Award wint, de eerste van inmiddels twaalf literaire prijzen en nominaties.
2018 Na zeven romans (en twee kinderboeken) verschijnt haar eerste non-fictiewerk: de memoir Ik ben ik ben ik ben, waarin ze haar zeventien bijna-doodervaringen beschrijft, waaronder de levensbedreigende ziekte meningitis die haar op haar 8ste trof.
2020 Hamnet verschijnt, haar grote internationale doorbraak, over de overleden zoon van William Shakespeare. Van het boek, in veertig talen vertaald, worden wereldwijd 2 miljoen exemplaren verkocht. Na een toneelbewerking in 2023 volgt in 2025 ook een Hollywood-verfilming.
2026 Haar tiende roman Land verschijnt, over het leven van haar Ierse betovergrootvader en zijn familie.
O’Farrell woont samen met haar man, schrijver William Sutcliffe, en hun drie dochters in Edinburgh.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant