Home

In het echte leven dragen ze misschien een masker. Op dit festival doen de deelnemers hun masker af, én op

Wat zoeken en vinden mensen op een fantasyfestival? Schrijver Nadia de Vries verwondert zich op festival Runeheim. ‘Fantasyfestivals zijn populair bij mensen die zich een buitenbeentje voelen. Deze mensen zijn het gewend om in het alledaagse leven een figuurlijk masker te dragen.’

Wat zoeken en vinden mensen op een fantasyfestival? Schrijver Nadia de Vries verwondert zich op festival Runeheim. ‘Fantasyfestivals zijn populair bij mensen die zich een buitenbeentje voelen. Deze mensen zijn het gewend om in het alledaagse leven een figuurlijk masker te dragen.’

Het is een onkarakteristiek hete dag voor mei, maar dat maakt de monnik niets uit. Ongeacht de bijna 30 graden draagt ze een lange kap en evenzo lange mouwen. De monnik neemt plaats op het gras, even lijkt het alsof ze gewoon pauze neemt, maar al gauw wordt duidelijk dat de hitte haar duizelig heeft gemaakt: haar ogen draaien weg. Een vrijwilliger schiet te hulp, er wordt een glas water ingeschonken.

Iedere medewerker van het festival heeft een plastic hoorn aan de riem hangen, als een knipoog naar de vikingtijden. Via deze hoorn wordt het water aan de monnik aangeboden, ze zet hem dankbaar aan haar lippen. Gaat het weer? In een nabijgelegen tent, voorzien van airco, kan de monnik nog even afkoelen. Daarna gaat het sprookje weer verder. De monnik keert terug naar het terrein waar de andere festivalgangers, eveneens verkleed, op hun eigen manier een concessie doen aan de werkelijkheid.

Ik bevind me op Runeheim, een fantasyfestival in Appeltern dat dit jaar voor de eerste keer wordt georganiseerd. Het thema – elk fantasyfestival heeft er een – is geïnspireerd op de Noordse mythologie en, zoals de naam al doet vermoeden, spelen runen een prominente rol in de beeldtaal van het festival. Anders dan zogenaamde comic cons, waar bezoekers zich als hun favoriete game- of cartoonpersonage kleden (maar regelmatig ook gewoon in hun alledaagse kloffie verschijnen), draait het fantasyfestival geheel om zelfverzonnen personages, met vaak ook een geheel zelfgemaakt kostuum.

Vergeet de massaal geproduceerde pakken van AliExpress: in het gemiddelde gewaad dat je hier tegenkomt is wekenlang noeste arbeid gestoken. Bovendien vertegenwoordigt elk kostuum de persoonlijke fantasiewereld van degene die het draagt, diens eigen esthetische voorkeuren en associaties. Daarmee leer je iedere fantasybezoeker op basis van hun kostuum meteen een beetje kennen: zie het als de overtreffende trap van een bandshirt.

Totale immersie

Hoewel ik al sinds mijn 16de naar muziekfestivals ga, was het van een fantasyfestival nog niet eerder gekomen. Ik denk dat dat te maken heeft met bepaalde vooroordelen die ik had. Er kleeft een wat nerderig stereotype aan het fantasy-genre, eentje waartegen ik als cynische puber niet bestand was, en ergens in mijn tienerjaren moet ik het hele concept fantasy hebben verworpen als ‘niet voor mij’ en het daarbij hebben gelaten.

Maar als ik eerlijk ben, zat mijn grootste bezwaar tegen fantasy in de totale immersie die het lijkt te vereisen. Waar andere ‘nerdenhobby’s’, zoals gamen, in de veilige beschutting van het eigen huis kunnen worden beoefend, vraagt het spelen van een fantasypersonage om publiekelijke overgave. Mijn vrienden en ik konden vroeger smakelijk lachen om larp’ers, oftewel live action role players, die in volledig riddertenue het bos in trokken om een veldslag na te spelen. Daar zat uiteraard iets lafs in, omdat diezelfde vrienden, evenals ik, maar wat graag de ridder uithingen in spellen als World of Warcraft en RuneScape.

Wij hadden ook het verlangen om een personage te spelen en in die rol allerlei grootse avonturen te beleven. Het verschil tussen ons en de larp’ers was alleen dat wij daarvoor niet de voordeur uit wilden, laat staan dat we een ingewikkeld kostuum wilden maken. Noem het lui, maar ik denk dat we vooral te zelfbewust waren om onszelf te durven verliezen in een spel. Zonde, eigenlijk.

Made with pain, sold with love

Op Runeheim geef ik me nu alsnog over aan die immersie. Mijn gids van de dag is Inge Zandvliet, een van de organisatoren en eigenaar van de accessoirewinkel Black Velvet. Zelf is Inge fervent kostuumontwerper en meestal verschijnt zij ook in vol ornaat op deze festivals: op haar telefoon laat ze me foto’s zien van haarzelf en haar man in prachtige kostuums met zelfgemaakte headpieces. Vandaag loopt ze echter rond als organisator en draagt ze gewoon een shirt met het woord ‘crew’ erop. Ik ontmoet haar op de festivalmarkt waar ze met Black Velvet een kraam heeft. Onder haar handgemaakte waren bevinden zich hoeden, tassen en diverse kronen, versierd met bloemen, veren en glimmende stenen. Made with pain, sold with love, staat op een van de gothic bordjes die de kraam sieren. Een wat intense leus voor een accessoirezaak wellicht, maar ik zal gauw leren dat plezier en ongemak vaak hand in hand gaan in de fantasywereld.

Een groep jonge vrouwen struint gretig tussen de kronen en tassen, ondertussen vertelt Inge dat het de vorige avond flink stormde in Appeltern. Wat sfeervol, ben ik geneigd te zeggen, maar voor Inge was het vooral onrustig: in de nacht zijn een aantal kramen onder water gelopen en in de uren voor de festivalopening moest haar team de schade zien te herstellen. Hoewel de situatie is opgelost, heeft de hectiek haar sporen achtergelaten.

Creativiteit

Inge heeft duidelijk een leiderschapsrol op het festival en de vrijwilligers weten haar te vinden met allerlei logistieke vragen. Mijn eigen vragen voor haar zijn filosofischer van aard, ik ben benieuwd wat Inge drijft om aan de fantasywereld deel te nemen. Wat is volgens haar de aantrekkingskracht van fantasy? En wat beweegt al deze mensen om een personage te spelen?

‘In mijn outfits kan ik mijn creativiteit kwijt’, zegt Inge. ‘In het dagelijks leven wordt je daarin beperkt, maar op een fantasyfestival kun je je helemaal uitleven. Ik maakte eerst alleen kostuums voor mezelf. Steeds vaker kreeg ik de vraag of ik ook kostuums voor anderen wilde maken, en dat is uitgegroeid naar mijn bedrijf Black Velvet.’ Menig hardcorefantasyliefhebber probeert voor ieder festival een nieuwe look te bedenken. Voor Inge is dat ook het streven: slechts bij hoge uitzondering herhaalt ze een kostuum. Sinds een aantal jaar beleeft ze de fantasyscene niet alleen met haar man, maar ook met hun drie kinderen. De oudste, hun dochter, draagt vandaag een van Inges creaties (een lange, witte jurk met een gouden headpiece erboven) en doet zelfs mee aan de kostuumwedstrijd later op de dag – al is het voor spek en bonen, want er is geen ruimte voor nepotisme op Runeheim.

Bij een van de nabijgelegen kramen staat een bezoeker die Inges visie op festivalkostuums deelt. Nanchi Francisca draagt een lang roze gewaad, een grote bloemenkroon en een staf met een doodskop erop. Door haar romantische en macabere voorkomen doet ze me denken aan een goedaardige priesteres uit de onderwereld. ‘De hoofdattractie van fantasyfestivals is voor mij de vrijheid van expressie,’ zegt Nanchi resoluut. ‘En de mogelijkheid om je fantasie lekker te laten vloeien. Ik bezoek meerdere fantasyfestivals per jaar en voor elke festivaldag trek ik weer een ander kostuum aan. Daar kan ik mijn creativiteit in kwijt. Fantasy is voor mij de mooiste hobby die er bestaat.’

Narrenkostuum

De jurk van Nanchi is theatraal, maar past goed bij het vroege zomerweer. Dat gaat minder op voor de man die ik even verderop zie uitpuffen in de schaduw: hij draagt een indrukwekkend narrenkostuum. Zijn jokermasker bedekt bijna zijn hele gezicht, hij draagt een kraag die zijn hals omsluit en in zijn rechterhand houdt hij een grote staf vast. Ergens is deze man zo anoniem als mijn vrienden en ik vroeger waren wanneer we een online game speelden. Het essentiële verschil, uiteraard, is dat hij ook werkelijk als zijn personage in de wereld durft te treden. En zoals de man in het narrenkostuum zijn er wel meer extreem uitgedoste bezoekers. Mensen dragen helmen met hoorns erop, maliënkolders en harnassen, alsook pruiken, lange extensions en schmink. Ja, ze zijn zodanig zichtbaar dat ze paradoxaal genoeg haast weer onzichtbaar worden.

Voor wie, vraag ik aan Inge, is deze paradox aantrekkelijk?

Inge kiest haar woorden zorgvuldig, maar ze hoeft niet lang over haar antwoord na te denken. ‘Fantasyfestivals zijn populair bij mensen die zich om wat voor reden dan ook een buitenbeentje voelen’, zegt ze. ‘Deze mensen zijn het gewend om in het alledaagse leven een figuurlijk masker te dragen. Het spelen van een personage is daarmee iets natuurlijks voor hen. Juist doordat dat spel op een fantasyfestival tot in het extreme wordt doorgetrokken, wordt het dragen van een masker hier een gelegenheid om los te laten. In die zin is het spelen van een personage een vorm van ontspanning.’

Loyaal aan je idee

Ik kijk nogmaals naar de man in het narrenkostuum. De zon heeft inmiddels haar hoogtepunt bereikt en ik kan me haast niet voorstellen dat hij er nu, onder al die lagen stof, ontspannen bij zit. Als ik zelf een bedekkend kostuum gepland had, bedenk ik me, had ik bij deze weersvoorspelling allang het hazenpad gekozen en was ik als zeemeermin gegaan. Maar zo werkt het niet in de fantasygemeenschap, vertelt kostuumreparateur Died van der Leeuw. Met zijn bedrijf Cosplay Repair staat Died vandaag op Runeheim om eventuele onderhoudsdiensten aan bezoekers te verlenen.

Op een festivaldag wil er weleens een kostuumonderdeel kapotgaan – veelal schoenen. Juist omdat er met een kostuum zoveel planning en materiële kosten gemoeid zijn, is het de kunst om loyaal te blijven aan je oorspronkelijke idee, ook wanneer het weer niet overeenkomt met het ideale klimaat voor je personage. Daarin zit tevens de sport van het fantasyfestival: de liefhebber ondergaat het ongemak van hun kostuum met trots.

Ook op koude, regenachtige dagen ziet Died bezoekers die zich zo goed als naakt over het festivalterrein bewegen omdat hun personage dat van hen vraagt. ‘Een verkoudheid van een week heb je daar best voor over’, zegt hij. De Vikingen met blote bast die mij voorbijlopen zijn dus niet opportuun geweest met hun kostuumkeuze: als Runeheim een weekend later had plaatsgevonden, hadden deze mannen gewoon halfnaakt door de regen gemoeten.

We passeren de zogenaamde belevingstuinen, een rustiger deel van het festival waar kleinschalige activiteiten worden georganiseerd, zoals sieradenworkshops en bodypaintings. De painter Alexander Holwerda is net bezig een groene draak op een model aan te brengen. Op een paar pluizige opzetoortjes na is het model volledig naakt, maar daar doet niemand ongemakkelijk over. Wanneer ik het model begroet houdt ze haar hoofd schuin, als een nieuwsgierig vosje, en buigt ze even naar voren alsof ze me wil besnuffelen.

In de fantasywereld behelst het spelen van een personage veel meer dan alleen een kostuum. Het gaat ook over het aanmeten van een bepaald gedrag of spraakpatroon. Sommige bezoekers, zoals het bodypaintmodel, spelen een personage dat geen mensentaal spreekt, of spreken uitsluitend in de derde persoon: vooral orcs blijken vatbaar voor dit laatste. Het bedenken van dergelijke karaktereigenschappen is, net als het ontwerpen van een kostuum, een essentieel onderdeel van het vormgeven van een personage. Daar zit ook een groot deel van de lol in. Die lol blijkt, mijn eerdere schroom ten spijt, zeer aanstekelijk. Naarmate de dag vordert kan ik me steeds beter voorstellen dat mensen met liefde een moeilijk kostuum aantrekken voor een plek waar ze zoveel enthousiasme en acceptatie treffen.

Extreemrechts

De idyllische sfeer op Runeheim staat in groot contrast met een andere wereld waar runen tegenwoordig een opleving maken. De afgelopen jaren is de Noordse mythologie, waaronder die van de runen, gecoöpteerd door extreemrechtse bewegingen, die onder het mom van odinisme – een moderne heropleving van de Noordse volksmythologie – een wit-suprematistisch gedachtegoed willen promoten. Vanwege de inclusieve sfeer is het evident dat dergelijke ideeën niet ten grondslag liggen aan Runeheim, maar toch, als festival dat op diezelfde Noordse mythologie leunt, moet je je toch enigszins tot die politieke ontwikkelingen verhouden. Hoe staat de organisatie daarin?

‘We hebben er wel vragen over gekregen’, zegt Inge. ‘Maar ons festival heeft niets met een uitgesproken rechts gedachtegoed te maken. Wij hebben belangstelling voor de verhalen binnen de Noordse mythologie en de fantasieruimte die dat voor onze bezoekers schept. Een van onze organisatoren is zelf runemeester (iemand die vanuit spiritueel oogpunt runes interpreteert, vergelijkbaar met een tarotlezer, red.).’ De vijf podia op Runeheim zijn vernoemd naar runen – Tiwaz, Ingwaz, Berkana, Uruz en Anzus – en redelijk wat bezoekers hebben aan het Noordse thema gehoor gegeven in hun kostuumkeuze. Geen van hen maakt een agressieve indruk. Integendeel, Runeheim is mijn eerste festival waar ik nergens een meute brallende mannen tegenkom.

Paddenstoelen en hertengeweien

Na verloop van tijd ontwaar ik enkele trends in de kostuums op Runeheim. Zo zie ik veel jonge vrouwen met een paddenstoelenmuts op. Ook zijn er opvallend veel bezoekers die een hertengewei dragen. Klopt het dat de fantasywereld ook modebeelden kent? ‘Ontwikkelingen in de popcultuur hebben een grote weerslag op de fantasywereld’, zegt Inge. ‘Het plezier van de gemeenschap zit ’m echt in het bedenken van een eigen personage. Maar natuurlijk zie je dat de popcultuur invloed heeft op het soort personages waar bezoekers naar neigen. In de tijd dat de Harry Potter-films in de bioscopen draaiden, zag je wat meer mensen die zichzelf presenteerden als tovenaarsleerling. Tegenwoordig zie je meer invloeden vanuit cottage core, een esthetische trend die een aantal jaar geleden op sociale media is ontstaan. Deze is geïnspireerd door sprookjesbossen en het agrarische leven. Vandaar de paddenstoelen en geweien die je nu in veel kostuums terugziet.’

Christie-Anne Truijen is een van de bezoekers die zich door de paddenstoel heeft laten inspireren. Ze draagt een grote, gehaakte hoed met een vliegenzwampatroon, zelfgemaakt, uiteraard: er zit meer dan vijftig uur werk in. Ook voor haar is creativiteit de grootste beweegreden om naar een fantasyfestival te gaan. Truijen draagt een tas met zogenaamde trinkets: kleine hebbedingetjes die met andere festivalbezoekers kunnen worden geruild. Het uitwisselen van trinkets, zo ontdek ik, is een standaardactiviteit op fantasyfestivals – op Runeheim is er zelfs een speciale tent gewijd aan trinket trading – en is bedoeld om het gemeenschapsgevoel onder bezoekers te versterken. De trinkets fungeren tevens als een tastbare herinnering aan een festivalbezoek. Net als de kostuums van de bezoekers zijn hun meegebrachte trinkets een weerspiegeling van hun eigen creativiteit en esthetische smaak. Truijen heeft, passend bij haar look, een verzameling minuscule paddenstoelenpoppetjes meegebracht.

Terwijl de zon op haar felst is en het pijnlijk duidelijk wordt wie zich wel en niet met zonnebrand heeft ingesmeerd, speelt de Nederlandse paganfolkband Cesair op het hoofdpodium. De sfeer is uitgelaten. Vikingen, elfenkoninginnen, ridders en paddenstoelenmeisjes hebben zich op het gras verzameld en dansen wild. Maar er wordt hier niet zomaar met de kont geschud: al deze mensen dansen in de rol van hun personage. Dat betekent dat er gezwaaid en gedraaid wordt en dat armen sierlijk door de lucht bewegen, mensen leggen hun handen op elkaars middel, er ontstaat een uitzinnige choreografie zoals ik die eerder alleen in films zag. Ik kijk naar alle mooie mensen, hun blije gezichten en hun blote voeten en ik begrijp het volkomen, ook ik word betoverd, waarom zou je je in godsnaam niet laten verleiden door zoiets dat zo vrolijk en vrij is als dit?

Personage: Kage, een tribal Viking-personage dat hij al achttien jaar speelt.

‘Kage is mijn larp-personage. Hij is een echte beschermer. Ik zie hem als de belichaming van een van mijn eigenschappen: ik kom altijd op voor de mensen die ik belangrijk vind.’

Personage: Dark and Sweet Princess

‘Een dark princess gaat helemaal in het zwart, maar dat was voor mij te donker. Ik heb een eigen draai aan mijn kostuum gegeven door een zoete tint toe te voegen. Dit kostuum vertegenwoordigt de verschillende kanten die ik als mens heb, en ook dat ik zelf de keuzes maak in hoe ik die kanten laat zien.’

Personage: Samurai

‘Ik heb dit kostuum gekozen omdat ik gek ben op de Japanse kunst en cultuur. Het bodypantser heb ik online gekocht, de rest van het kostuum heb ik zelf gemaakt.’

Personage: Noordse krijger

‘Ik dacht bij mezelf dat ik nooit echt creatief was, maar met een paar ideeën, het juiste materiaal en wat tijd liet ik mezelf daarvan het tegendeel zien. Mijn personage weerspiegelt dat. Hij komt diep uit de bossen en heeft met zijn eigen smeedkunsten zijn uitrusting gemaakt.’

Ben Haverkamp, 68, Maasland

Personage: Schotse viking

‘Mijn vrouw en ik kijken graag series over vikingen. Ze zijn stoer en bovendien nergens bang voor, dat spreekt ons zeer aan. We hebben de Schotse invloeden toegevoegd omdat we Schotland een prachtig land vinden. Het staat op onze bucketlist om er nog eens naartoe te gaan.’

Christie-Anne Truijen, 31, Herten (Roermond)

Personage: Paddenstoel

‘De paddenstoelenhoed heb ik zelf gemaakt, de jurk komt van Eye of Awareness. Ik hou ervan om met verschillende stukken een comfortabel kostuum te creëren.'

Gudrun Heinen (53) en Wilhelmus Sherpa (64), Den Haag

Personage: Pagan-sjamanen

‘Onze headpieces zijn gemaakt door een maker in Berlijn. We hebben in principe de vaardigheden om zelf een kostuum te maken, maar vinden het erg leuk om het werk van andere creatievelingen te steunen. We zien het als draagbare kunst.’

Nancy André, 40, Veenendaal

Personage: Boselfje

‘Ik heb altijd al van sprookjes gehouden. Op fantasyfestivals, die ik al sinds 2007 bezoek, heb je de vrijheid om te fantaseren dat je zelf een magisch wezen bent. Ik varieer graag met outfits, maar voel me het prettigst bij een sierlijk en vrouwelijk kostuum.’

Dit is een artikel uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next