WK voetbal
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
In tamelijk hoog tempo werden de afgelopen weken, voorafgaand aan dit finaleweekend, 102 wedstrijden gespeeld op het WK voetbal in de Verenigde Staten, Canada en Mexico. Hartverwarmend voetbal soms, vooral in de groepsfase, vaak geëtaleerd door jonge, kleine, voetbalgekke landen die het toernooi opluisterden met een aanstekelijke mengelmoes van bravoure en passie. Door heroïsche prestaties kregen tot nu toe volstrekt anonieme semiprofs plotseling een miljoenenpubliek, zoals de dappere debutanten uit Kaapverdië, van wie de twee finalisten, Spanje en Argentinië, niet in reguliere speeltijd wisten te winnen.
‘Voetbal zoals het ooit bedoeld was’, mogen nostalgische kijkers graag zeggen in reactie op het vaak verguisde Modern Football – de door en door geprofessionaliseerde en gecommercialiseerde top van de sport. Alleen al de enorme diversiteit maakte het grootste eindtoernooi tot nu toe, voor het eerst met 48 landen, tot een ontzagwekkende internationale sportbeleving.
Dat wil niet zeggen dat de miljarden kijkers louter werden getrakteerd op een zorgeloze, swingende voetbalzomer. Misstanden waar vooraf voor werd gevreesd werden op meerdere momenten pijnlijk zichtbaar tijdens het WK, veelal geïnstigeerd door de hoofdorganisatoren van het toernooi, FIFA, en het belangrijkste gastland, de Verenigde Staten: hoge toegangsprijzen, de schandelijke behandeling van de Iraanse selectie, de uitbanning van een Somalische topscheidsrechter, de invoering van verplichte – commerciële – drinkpauzes en zondag, midden in de finale, een lange halftime show, vormen slechts een greep uit de lelijke kanten van het WK.
Dat de FIFA, een naar corruptie riekende organisatie die vooral geïnteresseerd lijkt in zelfverrijking, commerciële overwegingen vooropstelt zonder zich te bekommeren om historische of morele argumenten, is niets nieuws, getuige de WK-toewijzingen aan het Rusland van dictator Vladimir Poetin (2018), aan Qatar (2022) en Saoedi-Arabië (2034), allemaal landen die geen boodschap hebben aan, bijvoorbeeld, de mensenrechten.
De huidige voorzitter, Gianni Infantino, schudt graag de handen van autocratische leiders, zoals president Donald Trump – die hij vorig jaar nog honing om de mond meende te moeten smeren met een potsierlijke vredesprijs. Juist deze president stortte de VS begin dit jaar in een oorlog tegen één van de genodigde WK-landen, Iran.
Tot nu toe betroffen de dubieuze stappen van de FIFA vooral zaken rónd het voetbal en de toewijzing van de eindtoernooien. Pijnlijk, kwalijk en tenenkrommend, maar de wedstrijden zélf bleven buiten schot. Ook tijdens het WK van 2026 waren er bedenkelijke arbitrale beslissingen, en soms vielen ze uit in het voordeel van ‘grote landen’ of hun sterspelers, zoals het Argentinië van Lionel Messi. Maar sport blijft sport, zulke dingen gebeuren, opzet valt niet te bewijzen.
Toch overschreed de FIFA deze zomer een nieuwe grens: de intrekking van de rode kaart van de Amerikaanse aanvaller Folarin Balogun, voor de knockoutwedstrijd van het gastland tegen België. Na een telefoontje van president Trump met Infantino besloot de disciplinaire commissie van de FIFA de schorsing van Balogun te schrappen.
Hier werd niet gegoocheld met een bidbook of vermeende toeschouwersaantallen bij een groepswedstrijd, hier werden FIFA-regels omgebogen en een voor het gastland cruciale wedstrijd rechtstreeks beïnvloed. Zelfs de Europese voetbalfederatie UEFA schreef in een verklaring dat hier de integriteit van het spel te grabbel was gegooid.
FIFA leek hier mee te gaan in de corrupte manier waarop Trump Amerikaanse instituties en bedrijven naar zijn hand zet. De Amerikaanse president is daar zo aan gewend geraakt dat hij niet eens de moeite nam zijn lobby bij Infantino te verbloemen, integendeel: hij koketteerde ermee. Dat België het beladen duel afgetekend won was sportieve gerechtigheid, maar het incident zal blijven kleven aan het imago van de FIFA – en dat is funest voor de geloofwaardigheid van de sport.
De kans lijkt klein dat de zaak consequenties zal hebben voor Infantino. Nationale voetbalbonden, waaronder de KNVB, hebben doorgaans niet de moed zich uit te spreken tegen de FIFA; sommige bestuurders doen dat niet uit angst om buitenspel te worden gezet, anderen in de hoop zelf ooit een graantje mee te pikken.
Nog voordat de finale is gespeeld, lijkt Infantino alweer bezig met zijn volgende zet. De FIFA-voorzitter wil uitzoeken of er in de toekomst niet 48, maar 64 landen kunnen deelnemen aan het eindtoernooi. Dat zou het WK voor de fans nóg kleurrijker maken dan het de afgelopen weken al was, voor Infantino is het ook een kans om nog meer landen aan zich te binden bij zijn volgende verkiezing. En die is in 2027, als de Zwitser opgaat voor zijn derde termijn.
Internationale voetbalpolitiek is zelden mooi of transparant, en dat was ook in Noord-Amerika voelbaar in al zijn facetten. Toch is het te hopen dat het WK óók zal worden herinnerd om het mondiale feest dat het de afgelopen weken was, met oogstrelend voetbal van uitzonderlijke talenten uit Spanje, Argentinië, Curaçao en al die andere deelnemende landen. Op naar 2030, als Spanje, Portugal en Marokko de wereld verwelkomen.