Klimaatbeleid Vrijdag presenteerde de Europese Commissie de langverwachte herziening van ETS, het systeem waarin bedrijven betalen voor hun CO2-uitstoot. Waar de een noodzakelijke bijsturing ter bescherming van de Europese industrie waarneemt, is het voor de ander een „lelijke afzwakking” van klimaatbeleid.
Een buizenfabriek in Duitsland. Het emisshiehandelssysteem wordt toegepast in energie-intensieve sectoren.
Een „investeringsmotor” voor de Europese economie, een „enorme impuls” voor onafhankelijkheid en decarbonisatie. Wie Wopke Hoekstra, Eurocommissaris van Klimaat, vrijdag de nieuwe plannen voor het emissiehandelssysteem (ETS) hoort presenteren, ziet de consultant in hem aan het woord.
Toch stuiten de langverwachte aanpassingen aan het systeem waarin bedrijven sinds 2005 hun rechten op CO2-uitstoot kunnen verhandelen, op kritiek. Op een moment dat weersextremen aan de orde van de dag zijn, versoepelt de Commissie haar klimaatbeleid, bepleiten groene voorlopers. De vermindering van de hoeveelheid uitstootrechten zou te veel zijn afgezwakt.
Maar een nieuwe klimaatbenadering in deze geopolitiek turbulente tijden is volgens ingewijden onvermijdelijk. Velen zien in de ETS-versoepelingen de bescherming die de Europese industrie hard nodig heeft. „Tien jaar geleden rekenden we nog buiten de ‘China-factor’ om”, schetst een topambtenaar uit de Commissie de huidige politieke werkelijkheid, waarbij Beijing de concurrentiepositie van Europa onder druk zet.
Even technisch. Waar gaat het precies om? Een groot deel van de discussie gaat over de zogeheten emissierechten: vergunningen die bedrijven het recht geven om een bepaalde hoeveelheid vervuilende gassen uit te stoten. Eén EU-ETS (Europees emissierecht) staat gelijk aan het recht om een ton CO2 uit te stoten. De prijs van die rechten is onderhevig aan marktschommelingen. Momenteel kost het ongeveer 80 euro om een ton uit te stoten. Bedrijven kunnen handelen in hun emissierechten. Als een bedrijf zijn uitstoot weet te verminderen, kan het emissiecertificaten verkopen aan bedrijven die meer uitstoten dan hun ETS-rechten toelaten.
ETS wordt gezien als de drijver van het Europese klimaatbeleid – dat streeft naar een daling van 90 procent in 2040 in de uitstoot van broeikasgassen ten opzichte van 1990 – doordat het aantal rechten dat in de markt is, langzaam wordt afgebouwd. Dat gebeurt met een zogeheten ‘lineaire reductiefactor’ (LRF). Tot 2030 wordt de hoeveelheid emissierechten jaarlijks verminderd met 4,4 procent.
Bedrijven worden zo verplicht om te verduurzamen – of fors te betalen voor hun uitstoot. In de ruim twintig jaar dat ETS in gebruik is, heeft het voor een uitstootreductie van zo’n 50 procent gezorgd in de sectoren waar het wordt toegepast (zoals energie-intensieve industrieën waaronder raffinaderijen, scheepsvaart en commerciële luchtvaart), aldus Hoekstra.
In de nieuwe Commissieplannen wordt de reductiefactor verlaagd naar 3,7 procent in de periode 2031-2035 en naar 1,7 procent per jaar tot 2040. Omdat de emissiereductie in Europa volgens de Commissie „uitdagender zal worden” (vanuit de gedachte dat het laaghangende fruit al is geplukt), én om bedrijven „ademruimte” te bieden, wordt het voor bedrijven binnen ETS mogelijk om in de periode van 2036-2040 internationale koolstofkredieten mee te laten wegen. Het gaat daarbij om 2 procent aan carbon credits waarbij wordt geïnvesteerd in decarbonisatieprojecten in het buitenland.
Een „lelijke afzwakking” van de Europese klimaatambitie, stelt Pro-Europarlementariër Mohammed Chahim. „We weten uit het verleden dat deze kredieten fraudegevoelig zijn, van slechte kwaliteit en niet leiden tot echte emissiereductie. We benadelen zo onze Europese koplopers in de industrie, bedrijven die al fors hebben geïnvesteerd in vergroening, keihard.”
Ook worden er volgens Chahim te veel „onzekerheden ingebouwd” bij de herziening van ETS. Niet alleen op het vlak van de lineaire reductiefactor en internationale kredieten, maar ook door aanpassingen van de ‘benchmarks’. Via dat principe wordt de uitstoot van de 10 procent ‘schoonste’ bedrijven per sector als maatstaf genomen voor hoeveel CO2 bedrijven nog gratis mogen uitstoten. Oftewel: hoe groener die bedrijven, hoe minder vrije emissierechten andere bedrijven in de sector krijgen.
In het nieuwe scenario wordt het uitstootcriterium verruimd. Indirecte vervuiling wordt dan meegerekend (bijvoorbeeld van energie die wordt gebruikt bij de productie van goederen). Er is dan dus meer uitstoot die onder de benchmark valt. Daardoor worden er meer vrije uitstootrechten beschikbaar gesteld en mogen bedrijven dus méér vrij uitstoten. Het gaat daarbij volgens de huidige berekeningen om een tegemoetkoming van 6 miljard euro in de periode 2026-2030 – gelijk aan zo’n 80 miljoen ETS-rechten, uitgaande van een gemiddelde stukprijs van circa 75 euro.
De „kosteloze toewijzing” zal ook na 2030 worden voortgezet, maar zal steeds meer worden gekoppeld aan investeringen in het „koolstofvrij maken van de Europese economie”, aldus de Commissie. Bijdragen van de industrie moeten zo terugvloeien naar de industrie, die zo langzaam schoner wordt, is de hoop.
Martin Birk Rasmussen, hoofd emissiehandel en koolstofverwijdering bij de Deense groene denktank Concito, noemt het Commissievoorstel „een boeket van bloemen met grote doornen”. Hij legt uit: „Bloemen, omdat de Europese Commissie probeert het systeem om te vormen tot een krachtigere investeringsmotor. Grote doornen, omdat de aanzienlijke toename van het aantal emissierechten op de markt het vermogen van het systeem om onze klimaatdoelstellingen te halen kan overbelasten. Dat kan de investeringszekerheid ondermijnen.”
De Europese Commissie wil middels een nieuwe Industrial Decarbonisation Bank 100 miljard euro aan financiering beschikbaar stellen voor het behalen van haar klimaatdoelen en het innovatiever maken van de industrie, via de zogeheten ETS investment booster. Die moet vooral de groene pioniers van de industrie tegemoetkomen. Het Europese moderniseringsfonds zal daarnaast lidstaten met een lager bruto binnenlands product helpen bij een ‘industriële transformatie’.
Voorstanders én critici roemen de versterking van het ETS voor de lucht- en zeevaartsector en de uitbreiding van het systeem naar de afvalverbrandingssector. Vooral het luchtvaartdossier zorgde deze week voor „grote polarisatie”, aldus een topambtenaar van de Commissie. Luchtvaartmaatschappijen betalen momenteel alleen voor hun uitstoot bij vluchten binnen de EU.
De Commissie heeft besloten dat de uitstoot van alle vluchten van en naar bestemmingen die binnen een straal van 5.000 kilometer van het ‘Europese midden’ liggen, wordt belast. Vluchten van en naar de VS en China blijven dus voorlopig uit beeld. Ook eigenaren van privéjets zullen gaan betalen voor hun uitstoot.