Home

Bij de herdenking van de Slag bij Grunwald tonen de Polen zich opmerkelijk eensgezind. ‘Dit geeft me rillingen van trots’

Historische veldslag De herdenking van de Slag bij Grunwald begon in 1998 en is inmiddels uitgegroeid tot de grootste historische veldslag die in Polen – en misschien wel Europa – wordt nagespeeld. „We versloegen het sterkste leger van die tijd. Daarna werd Polen een grootmacht.”

Strijdende ridders tijdens de meerdaagse herdenking van de Slag bij Grunwald

Door de smalle spleet van zijn helm ziet ridder Patryk Zielichowski (34) zijn tegenstander nauwelijks. Soepel wegrennen of bukken gaat bijna niet in een stalen harnas van 22 kilo, laat staan in de Poolse zomerhitte. „Door al het zweet komt er vanzelf een paar kilo bij”, zegt Zielichowski lachend.

Dan gaat hij de arena in.

Zwaard slaat op zwaard. Een houten schild en het harnas vangen de klappen op. Die komen zo hard aan dat het staal soms vervormt. Een slag op de helm doet minder pijn dan het lawaai dat erop volgt; de helm verandert in een klankkast die het geluid rechtstreeks je oren in stuurt. „Je moet wel een sterke nek hebben”, zegt Zielichowski. „Als je de klap niet goed opvangt, kan dat grote gevolgen hebben.”

Dat blijkt deze donderdagochtend op de velden van Grunwald, in het noorden van Polen. Hier wordt jaarlijks de Slag bij Grunwald uit 1410 herdacht (ook wel bekend als de Slag bij Tannenberg), toen het Pools-Litouwse leger de Teutoonse Orde (Duitse Orde) een verpletterende nederlaag toebracht. Op het toernooiveld verdraait de ridder met de langste baard zijn knie. Een ander breekt een vinger, maar haalt zijn schouders op: „Als ik hem niet beweeg, doet het geen pijn.” Een derde ridder stapt uit de competitie met een hersenschudding. En Zielichowski zelf zit onder de blauwe plekken.

De harnassen zijn echt, de ridders zijn getraind en de gevechten gaan er hard aan toe. „Het enige verschil met de Middeleeuwen is dat we met botte zwaarden vechten”, zegt Zielichowski terwijl hij zijn helm afzet. Zijn gezicht is vuurrood, het zweet druipt van zijn voorhoofd. „Met scherpe zwaarden was het makkelijker om iemand te onthoofden.”

Patryk Zielichowski (midden) bereidt zich voor op een middeleeuws toernooi terwijl hij een harnas van 22 kilo draagt.

Ridders rusten uit in een middeleeuws kampement tijdens de jaarlijkse heropvoering van de Slag bij Grunwald.

Een gouden tijdperk

De herdenking van de Slag bij Grunwald, die vijf dagen duurt, begon in 1998 en is inmiddels uitgegroeid tot de grootste historische veldslag die in Polen – en misschien wel Europa – wordt nagespeeld. Sinds woensdag zijn er riddertoernooien, middeleeuwse markten en oude kampementen.

Op zaterdag volgt het hoogtepunt. Dan stormen ongeveer 1.200 deelnemers te paard en te voet het slagveld op. Tienduizenden bezoekers kijken toe hoe de overwinning van het Pools-Litouwse leger opnieuw wordt bevochten, terwijl de afloop al meer dan zeshonderd jaar bekend is.

Toch blijft de aantrekkingskracht onverminderd groot. Vrijwel iedere Pool kent de slag. Schilder Jan Matejko vereeuwigde de historische gebeurtenis op een monumentaal doek dat in Polen qua grootte en betekenis vergelijkbaar is met de Nachtwacht. De historische roman Krzyżacy (1900) van Nobelprijswinnaar Henryk Sienkiewicz is verplichte kost op school. En de verfilming uit 1960 geldt nog altijd als een nationale klassieker.

Waarom blijft juist deze veldslag zoveel losmaken?

Een antwoord klinkt tijdens een officiële likeurenproeverij – een vast onderdeel van de week waarbij door een ‘vakjury’ 42 zelfgestookte likeuren worden geproefd – als de koningin opeens verschijnt.

Althans, Beata Roma Lubinska-Mycek speelt de koningin van Polen ten tijde van de Slag bij Grunwald. En dat neemt ze serieus: aan haar kroon werkte ze een jaar samen met haar goudsmid, voor elke gelegenheid draagt ze een andere jurk en iedereen begroet haar plechtig. Ze wijst om zich heen. „Iedereen heeft hier een rol”, zegt ze. „Ik ben de koningin, daar staat mijn lakei.”

Voor haar draait Grunwald om meer dan slechts een historische veldslag. „Grunwald is de grootste overwinning uit de Poolse geschiedenis. Op deze velden versloegen we de Teutoonse Ridders, die ons jarenlang hadden onderdrukt.”

Deelnemers proeven 42 zelfgestookte likeuren tijdens de traditionele proeverij.

Een bediende zorgt voor verkoeling bij Beata Roma Lubinska-Mycek, die de koningin van Polen speelt.

Die overwinning markeert voor Polen het begin van een gouden tijdperk. Na de overwinning op de onverslaanbaar geachte Teutoonse Orde, groeide het Pools-Litouwse Gemenebest uit tot een van de grootste staten van Europa. Van de Oostzee tot aan de Zwarte Zee, voorbij Kyiv, Litouwen en tot wat nu Moldavië is. Eeuwenlang was het een van de Europese grootmachten. En was het zijn tijd ver vooruit: katholieken, protestanten, joden en moslims leefden vredig samen.

Anders dan veel Europese koninkrijken kende het geen absolute monarchie. De koning werd gekozen, de adel stemde mee en de macht van de vorst werd vergaand beperkt. Besluiten in het toenmalig parlement, de Landdag, moesten unaniem worden genomen: elke edelman beschikte over een liberum veto waardoor één tegenstem genoeg was om het hele besluit van tafel te gooien. Het was een soort democratie avant la lettre, maar dan alleen voor de adel. Maar het veto leidde ook tot bestuurlijke verlamming. De uitdrukking „Poolse landdag” – oeverloos vergaderen – vindt daar haar oorsprong.

In 1791 kreeg het Pools-Litouwse Gemenebest bovendien de eerste geschreven grondwet van Europa: de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht werden gescheiden, het veto afgeschaft en boeren en burgers kregen meer rechten. Maar dat leidde tot een opstand onder de conservatieve adel en de buurlanden. Al snel vielen Rusland, Pruisen en Oostenrijk het rijk aan en verdeelden het land met z’n drieën. Vanaf de achttiende eeuw tot na de Eerste Wereldoorlog verdween Polen 123 jaar lang volledig van de kaart.

Sterker nog, van Polen bleef weinig over: de Pruisen versmolten de Poolse kroonjuwelen, de Oostenrijkers veranderden de paleizen in barakken en de Russen stalen alles wat los en vast zat. Ook later kwam de Poolse identiteit onder druk te staan, eerst tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog en vervolgens onder het communistische bewind, waarin Moskou de toon zette.

Juist daarom is de Slag bij Grunwald zo’n krachtig nationaal symbool: een zeldzaam moment waarop Polen niet werd verdeeld of bezet, maar zelf als overwinnaar uit de strijd kwam.

Een figurant tijdens de herdenking van de Slag bij Grunwald.

Toeschouwers volgen een middeleeuws toernooi.

Een ochtendmis, gehouden in het Latijn.

De deelnemers proberen zo precies mogelijk de gebruiken en routines uit die tijd na te bootsen.

Het evenement duurt meerdere dagen en omvat naast riddertoernooien ook middeleeuwse markten.

De jaarlijkse herdenking van de Slag bij Grunwald (1410) – ook bekend als de Slag bij Tannenberg.

Monument ter nagedachtenis aan de Slag bij Grunwald.

Apolitiek

Toch proberen de deelnemers de herdenking buiten de hedendaagse politiek te houden. Want over politiek praten is beladen in het gepolariseerde Polen, waar de Tweede Wereldoorlog, het communistische verleden en de banden met Oekraïne tot splijtzwammen zorgen in de samenleving. De rechterflank, onder aanvoering van het nationaal-conservatieve PiS, ziet Polen als slachtoffer van de geschiedenis – alles wat afwijkt van dat verhaal leidt tot ongekende woede.

„Politiek is in Polen overal”, zegt ridder Roman Krawiec (26), terwijl hij zijn harnas van ruim dertig kilo uittrekt. „Maar hier proberen we apolitiek te blijven.” Dat lukt niet altijd. Op zaterdag worden politici langs de kant van het strijdveld steevast in het zonnetje gezet. „Daar vinden veel deelnemers wel iets van. Dan wordt Grunwald gebruikt voor politieke doeleinden, over onze ruggen.”

Voor Krawiec draait het vooral om geschiedenis. Een week lang leeft hij zoals een middeleeuwse ridder: slapen in tenten, koken boven open vuur, ’s avonds rondlopen met fakkels. „We zijn geschiedenisfanaten.”

Roman Krawiec na afloop van een middeleeuws toernooi. Hij speelde een ridder van de Teutoonse Orde.

Ook schildwacht Adrian Patyk (34) ziet de aantrekkingskracht vooral in het historische verhaal. „We versloegen het sterkste leger van die tijd. Daarna werd Polen een grootmacht.” Sterker nog, het waren simpele Poolse boeren die tijdens de veldslag de Teutoonse leider van zijn paard trokken en hem doodden. Althans, zo gaat de legende vertelt mede-schildwacht Karol Ebertowski (28).

Maar dat het Poolse leger net zo goed bestond uit Litouwers, Tsjechen, Lipka-Tataren (een Turkse etnische groep) en vooral heel veel huurlingen laten de meeste deelnemers even buiten beschouwing. „Het was in ieder geval op Pools grondgebied”, zegt Patyk. En dat maakt hem toch echt wel trots. „Als ik zaterdag het slagveld op storm, de Teutonen versla en daarna het gejuich hoor van het publiek, geeft me dat toch wel rillingen van trots.”

Opvallend is dat vrijwel niemand die trots wil verbinden aan hedendaags nationalisme. Over de Tweede Wereldoorlog, het communistische verleden en de huidige politiek lopen de meningen in Polen vaak scherp uiteen. Over Grunwald niet.

„Dit is misschien wel de enige historische gebeurtenis waar alle Polen het over eens zijn”, zegt Patyk.

Ondertussen maakt de lange en zware ridder Krawiec, met een harnas van ruim dertig kilo, zich klaar voor zijn verlies aankomende zaterdag. Hij speelt mee aan de kant van de Teutonen. „Dit jaar gaan we de strijd misschien wel winnen en de geschiedenis herschrijven”, lacht hij. „En als de Teutonen weer verliezen, proberen we het volgend jaar gewoon weer.”

Een vrouw zorgt met een waaier voor verkoeling bij een ridder.

De herdenking van de Slag bij Grunwald is uitgegroeid tot de grootste historische veldslagreconstructie van Polen.

Oost-Europa

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next