Deze week kondigde onze Nationale Spoorwegen aan dat ze reizigers willen verbieden om nog langer een tas op de stoel naast hen te leggen. Het is een uiterst vreemd besluit. Met de beste wil van de wereld kan ik niet bedenken waarom het asociaal is om een tas op een stoel te leggen, zolang die geen plek bezet houdt waar mensen zouden willen zitten.
Waarom dan toch een algemeen verbod? Omdat mensen – volgens de woordvoerder van NS én volgens de directeur van reizigersorganisatie Rover – elkaar niet meer durven aan te spreken. Dat is de verontrustende maatschappelijke ontwikkeling die hierachter schuilgaat.
We hebben een samenleving ingericht met zelfscankassa’s, aanmeldzuilen, chatrobots, ‘praat niet met de chauffeur’ – zelfs de therapeut wordt ingewisseld voor AI. Alles om de directe confrontatie met een ander warm lichaam te voorkomen. En nu zijn mensen bang geworden voor elkaar. Daar komen dit soort absurde regels vandaan. Het is een maatschappij die steeds verder wordt ingericht op basis van sociale angst.
Ik heb het gevoel dat ongemerkt de online leefwereld de norm is geworden en het belichaamde leven ons steeds vaker bevreemdend voorkomt. Sluipenderwijs is online etiquette de offline wereld gaan dicteren. Ligt het aan mij of zijn gesprekken krampachtiger aan het worden? Zeker in interactie met andere vrouwen lijkt het soms alsof we ons offline verzet proberen te plegen tegen de online aandachtseconomie. In de échte wereld zijn we ons daardoor hyperbewust van hoeveel ruimte we innemen. We laten gesprekken minder vaak kabbelen en sturen ze juist vaker bewust. „Maar, hoe is het met jou? Je werk? De kinderen?” – zodat de beperkte aandacht en tijd die we hebben eerlijk verdeeld wordt.
We waren al gewend aan tien jaar overdreven online reacties met hartjes, duimpjes en confetti. Nu komt daar een AI-gesprekspartner bij die immer begripvol, bevestigend, empathisch reageert. ‘Wat een goede vraag’, ‘wat een geweldig idee’, ‘wat vreselijk dat jou dit overkomt’. De offline reacties zijn dan ronduit teleurstellend.
Vergeef me alsjeblieft mijn speculatie maar het voelt soms alsof de offline wereld langzaam maar zeker verschraalt. Als het Great Barrier Reef steeds kleurlozer wordt. Preuts en prikkelarm. Grijze stille auto’s met grijze stille mensen er in. Op weg naar grijze meubelboulevards om grijze interieurs aan te schaffen.
Wordt er nog wel geleefd? Gezoend? Gefeest? Alles wat we weten over een nieuwe generatie wijst op hetzelfde: dat die steeds verder uit onze belichaamde wereld verdwijnen. Ze halen later (of niet) hun rijbewijs, ze beginnen later of niet met seks. Ze drinken en roken minder. Ze gaan minder dansen, minder naar de kroeg. Ze durven niet meer te bellen. En in de trein sluiten ze zich af om maar niet die angstdroom te hoeven beleven om iemand te moeten aanspreken of door iemand aangesproken te worden.
De NS schiet te hulp en creëert een ‘nieuw normaal’ om ons sociale onvermogen te accommoderen. Eerst met stiltecoupés, nu met nog meer krampachtige leefregels zodat mensen elkaar nog meer kunnen vermijden. En daarbij valideren ze, zoals een goede AI-gesprekspartner dat kan, tussen neus en lippen ook nog eens de sociale angst van de reiziger. Het is begrijpelijk dat men bang is. Want zo stelt de woordvoerder van de NS: „Mensen hebben net iets kortere lontjes gekregen.”
En ook dat lijkt me maar ten dele gegrond in de realiteit, maar vooral een projectie van het online leven. Het aantal geweldsdelicten nam sterk af tussen 2010 en 2024. Hebben we steeds kortere lontjes? Of zijn we vooral bang voor elkaars korte lontjes? Ik denk het laatste. Ik denk dat we collectief slechter zijn geworden in offline ruziemaken, en die sociale basisvaardigheid van conflict in hoog tempo aan het verleren zijn. En dat is ook niet vreemd. Wie durft er nog ruzie te maken in de echte wereld als die ruzies online steevast uitmonden in scheldpartijen en bedreigingen?
Mijn voorspelling: dit gaat alleen maar verder uit de hand lopen. We zijn bange mensen geworden. Volledig natuurlijk gedrag, een tas op een stoel, wordt ongewenst verklaard. Nu kunnen we nog negatiever zijn over de fysieke ruimte, en elkaars gedrag daarin. Nu gaan we elkaar nog krampachtiger tegemoettreden. Nog meer op onze tenen lopen, bang om elkaar te schofferen. Bang om überhaupt in een fysiek lichaam te moeten bestaan met andere fysieke lichamen op deze aardkloot.