Home

De dochter van mijn vriendin Anjelah laat zien dat alles mogelijk is in de VS

Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijks leven? Vandaag: uit angst voor bendegeweld vluchtte een vriendin van Maral Noshad Sharifi met haar dochtertjes naar New York. Nu krijgt een van hen haar diploma, ondanks alle tegenslag.

is correspondent Verenigde Staten van de Volkskrant. Ze woont in New York.

Ik sta in de badkamer van mijn vriendin Anjelah, die maanden geleden nog in een daklozenopvang woonde. Nu heeft ze een eigen appartement, diep in de New Yorkse wijk Queens. ‘Een getto met een facelift’, noemt ze het complex. Haar dochter, nepwimpers en gestifte lippen, zit met gesloten ogen op een kruk voor de spiegel. Aan de deur van haar slaapkamer hangt een blauwe jurk vol glimmende elementen. Ze gooit een zakje met stenen diamantjes leeg in de palm van mijn hand.

‘Is dit je eerste prom send-off?’, vraagt Anjelah mij verbaasd, terwijl ik het optutten aanschouw.

Nog altijd word ik als correspondent in de Verenigde Staten verrast door nieuwe culturele gebruiken. De prom send-off, zo leer ik, is het moment waarop families hun tienerkinderen klaarmaken voor prom, het befaamde Amerikaanse eindexamenfeest dat dient als een soort tijdmachine voor scholieren: ze gaan er als kinderen heen en keren als volwassenen terug. Voor vertrek helpen familie en vrienden thuis met aankleden, opmaken en het aanzwengelen van de tranenfabriek.

Segregatie

Met een pincet pikt Anjelah de diamantjes uit mijn hand en lijmt ze secuur boven de oogleden van haar dochter. Hoewel ze weinig middelen heeft, laat Anjelah iemand langskomen om foto’s te maken en heeft ze voor haar dochter een auto met chauffeur besteld voor het feest.

‘Voor zwarte mensen is de prom heel belangrijk’, zegt ze. Sommige ouders geven er duizenden dollars aan uit. ‘Tijdens de segregatie mochten zwarte mensen niet naar de proms van de kinderen op de witte scholen. Nu gaan we los.’

Vrienden met kinderen op de basisschool en middelbare school had ik al. Anjelah is binnenkort mijn eerste vriendin met een dochter op de universiteit. Vanuit de daklozenopvang, waar de familie een half jaar woonde nadat Anjelah haar baan en huis had verloren, meldde haar dochter zich aan voor de universiteit. In een uithoek van de staat New York gaat ze criminologie studeren, omdat ze wil ‘begrijpen waarom mensen andere mensen doden’.

100 jaar cel

Als haar telefoon gaat in de badkamer, neemt de tiener niet op. Het is haar vader, die belt vanuit een gevangenis in Indiana. ‘Ik bel hem later wel terug’, zegt ze. ‘Ik ben nu te druk.’

Hij was slechts een jaar ouder dan zij nu is, toen hij een gevangenisstraf van meer dan 100 jaar kreeg voor moord. Toen ik Anjelah ontmoette, jaren geleden, vertelde ze mij dat ze in die tijd wist dat haar tienervriendje in een bende zat, maar niet dat hij zo veel geweld gebruikte. Tot ze op een dag in de supermarkt stond met hun babydochter in haar armen en iemand van de rivaliserende bende een pistool op haar hoofd plaatste. Anjelah pakte haar spullen en vluchtte naar New York, waar ze in haar eentje twee meisjes grootbracht.

Geslaagd

Twee weken later zie ik moeder en dochter weer, in de gymzaal van een high school in Queens. Als de naam van Anjelahs dochter door de luidsprekers klinkt, schreeuw ik mijn longen uit mijn lijf, ook namens de mensen die er niet bij kunnen zijn. Maar Anjelah kan even geen geluid maken. Vol ongeloof kijkt ze naar haar dochter – op alle manieren misschien wel de knapste van alle leerlingen – die met een afstudeerhoed over de rode loper flaneert, met een diploma in haar hand. Voor een paar seconden lijkt de VS het land waar alles mogelijk is.

You did it, momma’, zeg ik tegen Anjelah en geef haar kusjes op haar betraande wang. ‘Al je harde werk heeft zich uitbetaald.’ Maar Anjelah staart nog steeds voor zich uit, met haar handen voor haar mond. ‘Mijn meisje’, kan ze alleen maar zeggen. ‘Dat is mijn meisje.’

Source: Volkskrant

Previous

Next