De Europese Commissie is blij met de inzet van EU-lidstaten om de rechtsstaat te beschermen. Toch zijn er ook zorgen, met name over de staat van de rechtsstaat in Hongarije, Spanje en Servië, meldt de Commissie in een jaarlijks rapport.
"Ik was eerder dit jaar in Hongarije en zag daar met eigen ogen wat het betekent om de rechtsstaat te herstellen", zei Eurocommissaris Michael McGrath (Democratie en Rechtsstaat) vrijdag tijdens de presentatie van het jaarlijkse EU-rechtsstaatsrapport in Straatsburg. "Dat was een overwinning voor het volk."
McGrath verwijst naar de verkiezingswinst van Péter Magyar in Hongarije, ten koste van oud-premier Viktor Orbán. Magyar voerde een succesvolle verkiezingscampagne door hard in te beuken op de wijdverspreide corruptie in de regering-Orbán, die daarover regelmatige in de clinch lag met Brussel.
Toch is Hongarije juist een van de landen waarover binnen de Europese Commissie nog veel zorgen bestaan met betrekking tot de rechtsstaat. Het rapport erkent dat de nieuwe regering van Magyar sinds zijn aantreden begin mei weliswaar flinke stappen heeft gezet, maar stelt dat er nog een lange weg te gaan is.
Met name op het gebied van transparantie bij het toewijzen van rechtszaken aan lokale rechtbanken, de achterblijvende salarissen voor rechters en rechtbankpersoneel en mediaonafhankelijkheid zijn er nog stappen te zetten.
Het is voor de zevende keer dat het rapport over de staat van de rechtsstaat van de 27 EU-landen en de Europese instituties verschijnt. Europadeskundige Ton van den Brink (Universiteit Utrecht) vindt het rapport dit jaar positief ingestoken. Minder uitgebreid is het lijstje van zaken die minder gaan.
Ook Europadeskundige Henri de Waele (Radboud Universiteit) vindt het rapport bij vlagen flauwtjes. "In Roemenië zijn bijvoorbeeld serieuze problemen met rechters die op het hoogste niveau weigeren zich aan het EU-recht te houden", zegt hij. Datzelfde geldt voor de mate van corruptie in dat land en Bulgarije. Daarover wordt in het rapport amper gerept.
Daarnaast vindt De Waele dat de Commissie weinig kritisch is op de instituties zelf. Binnen de EU zelf komt ook corruptie en belangenverstrengeling voor, maar daar maakt het rapport weinig woorden aan vuil.
Nederland komt in het rapport goed voor de dag. De rechtspraak wordt geprezen om de investeringen die het kabinet doet en de onafhankelijkheid van de rechters. De Waele had verwacht dat er wel kritische noten gekraakt zouden worden over de toegang tot het recht en de slechte situatie van de sociale advocatuur, maar die zaken komen niet aan bod in het rapport.
Van oudsher zijn er vooral voormalige Sovjetlanden die met corruptie worstelen. Juist in die landen - Hongarije, Bulgarije en Roemenië - zijn positieve ontwikkelingen te melden, zei Eurocommissaris McGrath op de persconferentie. Toch zijn in die landen ook nog de grootste stappen te zetten, laat het rapport zien.
In het rapport staat dat lidstaten in totaal 47 procent van de aanbevelingen van vorig jaar hebben overgenomen. Dat is een stuk minder dan de afgelopen jaren (zo'n twee derde in 2025 en 2024). Volgens McGrath is dat niet zorgwekkend. Het is pas de zevende keer dat het rapport verschijnt, dus bij eerdere edities waren er nog veel meer stappen te zetten, zei hij.
De Commissie wil de naleving van EU-regels voor de rechtsstaat de komende jaren directer gaan koppelen aan subsidies die lidstaten vanuit Brussel krijgen. Zo wil de Commissie inspanningen van lidstaten om de rechtsstaat te beschermen financieel stimuleren.
Een ander zorgenkindje van de Europese Unie is Spanje, waar premier Pedro Sánchez en zijn sociaaldemocratische partij PSOE in zwaar weer verkeren vanwege een aantal corruptiezaken in zijn directe omgeving. Verschillende politieke bondgenoten, vertrouwelingen en familieleden van de premier worden onderzocht voor vermeend machtsmisbruik en corruptie.
Het rapport van de Europese Commissie erkent dat Spanje stappen zet om de strijd met corruptie aan te gaan. Maar de praktische uitwerking van veel van die plannen blijft achterwege, schrijft POLITICO. Ook de Spaanse hervorming van lobbyregels verloopt nog traag, stelt het rapport.
Ook hier vindt De Waele dat het rapport zich vrij diplomatiek uitlaat. "Dat komt vrij krachteloos over en maakt zodoende vast niet heel veel indruk."
Sinds een aantal jaar monitort de Commissie ook de staat van de rechtsstaat in kandidaat-lidstaten. Met name Servië springt wat dat betreft in het oog. Brussel heeft duidelijk grote zorgen over de staat van de Servische rechtsstaat, een belangrijke voorwaarde om tot de EU toe te treden.
De politieke druk op de rechterlijke macht en justitie is in Servië "aanzienlijk toegenomen", constateert de Commissie. Ook worden maatschappelijke organisaties "steeds meer onder druk gezet, aangevallen en geïntimideerd, ook door hooggeplaatste functionarissen".
Meldingen van buitensporig geweld door de politie tegen demonstranten hebben niet tot veroordelingen geleid, stelt de Commissie. Ook wordt corruptie nauwelijks aangepakt.
Servië is sinds 2012 kandidaat-lid van de EU, maar onderhandelingen met het Balkanland verlopen moeizaam. Het Europees Parlement oordeelde vorige week nog dat onderhandelingen pas weer verder kunnen gaan als Belgrado het openbaar bestuur hervormt en de democratie herstelt.
Source: Nu.nl algemeen