Het Europese emissiehandelssysteem voor grote vervuilers gaat op de schop. In ruil voor meer tijd om te verduurzamen, wil de Commissie concrete investeringen zien. Voor vliegtuigen en schepen worden de teugels aangetrokken.
is economieredacteur van de Volkskrant.
1 | Hoe werkt het emissiehandelssysteem?
Het Emissions Trading System (ETS) is het kroonjuweel van het Europese klimaatbeleid. Het principe erachter is simpel: voor elke ton CO2 die een bedrijf uitstoot, moet het een emissierecht hebben.
De EU deelt 43 procent van de rechten gratis uit, en veilt de rest. De rechten zijn onderling verhandelbaar. Het totaal aantal rechten is beperkt en neemt elk jaar af. Hierdoor krijgt uitstoot een prijs, en worden bedrijven gestimuleerd te investeren in verduurzaming.
Het ETS geldt voor energie- en warmtecentrales, de industrie en een deel van de lucht- en scheepvaart. In totaal vallen 4.000 tot 5.000 industriële installaties onder het systeem, goed voor 40 procent van de totale uitstoot van de EU.
Sinds de invoering in 2005 is de uitstoot in sectoren onder het ETS gehalveerd. ‘Geen enkel ander beleidsinstrument heeft bijgedragen aan emissiereductie op de schaal van ETS’, aldus Eurocommissaris Wopke Hoekstra vrijdag.
2 | Waarom wordt het hervormd?
Binnen het huidige ETS neemt het aantal rechten vanaf 2028 jaarlijks met 4,4 procent af. Dat zou betekenen dat de rechten in 2039 op zijn, en alle sectoren die onder ETS vallen dus klimaatneutraal moeten zijn. Dat is volgens die sectoren niet haalbaar. Het komt ook niet overeen met het klimaatdoel van de EU voor 2040: 90 procent minder uitstoot.
De blokkade van de Straat van Hormuz geeft de hervorming extra urgentie. Zeker in zuidelijke en oostelijke lidstaten, die nog relatief afhankelijk zijn van fossiele energie, worden bedrijven onder het ETS hard geraakt door de hogere energieprijzen.
De langetermijnoplossing is overstappen op hernieuwbare energie. Maar de getroffen lidstaten willen op de korte termijn de pijn verzachten door het ETS te versoepelen. Daardoor zouden bedrijven minder geld kwijt zijn aan het kopen van emissierechten.
3 | Wat zijn de belangrijkste voorstellen van de Commissie?
Het tempo waarin het uitstootplafond daalt gaat omlaag: naar 3,7 procent vanaf 2031 en 1,7 procent vanaf 2036. Dat betekent dat er nog tot ruim in de jaren veertig rechten beschikbaar zullen zijn – een precies jaartal wilde de Commissie vrijdag niet noemen. Ook de verwachte emissiereductie in 2040 bleef onduidelijk, al benadrukte Hoekstra dat de plannen ‘volledig in lijn’ met het eigen klimaatdoel zijn.
Om te compenseren voor het lagere tempo, wil de Commissie internationale koolstofkredieten inkopen. Bedrijven die zelf broeikasgassen uit de lucht halen, kunnen daarmee ook krediet opbouwen.
Daarnaast gaan de gratis rechten op de schop. Momenteel worden die zonder voorwaarden uitgedeeld aan bedrijven in sectoren die lastig te verduurzamen zijn, of die veel concurrentie ondervinden van buiten de EU. Volgens critici leidde dat tot laksheid bij bedrijven in die sectoren. Hoekstra gaf toe dat sommige bedrijven de rechten verkopen en de opbrengsten buiten Europa investeren.
Sinds dit jaar worden die bedrijven bovendien beschermd door een grensheffing voor koolstofintensieve producten als staal, aluminium, kunstmest en cement. De gratis rechten zouden daarom worden afgebouwd.
Zo ver gaat de Commissie niet. Wel worden die aan voorwaarden verbonden: 80 procent wordt toegekend nadat een bedrijf verduurzamingsplannen presenteert. De overige 20 procent komt pas vrij nadat die plannen zijn uitgevoerd. ‘Gratis rechten betekent geen gratis geld’, aldus Hoekstra.
Om de directe pijn van hogere energieprijzen in sectoren als chemie en raffinaderijen te verzachten, wil de Commissie daar vanaf dit jaar al meer gratis rechten uitdelen. Voor de warmte- en brandstofsectoren wordt het afbouwtempo van de gratis rechten verlaagd.
In de afgelopen decennia waren er doorgaans meer rechten dan nodig. Die zijn in een stabiliteitsreserve beland waarmee de Commissie de CO2-prijs reguleert. De regel is nu dat die rechten na een tijd worden doorgestreept. De Commissie wil die termijn verlengen, om een verwacht tekort aan rechten de komende jaren te verzachten.
4 | Wat gebeurt er met de opbrengsten?
Sinds 2005 heeft het veilen van rechten 270 miljard euro opgebracht. Zo’n 80 procent gaat naar lidstaten, maar die zetten momenteel slechts 5 procent daarvan in voor verduurzaming. De rest wordt ingezet om bedrijven te compenseren, of voor heel andere doeleinden.
De Commissie wil vastleggen dat lidstaten voortaan minimaal de helft investeren in ETS-sectoren. Die verplichting is, samen met de voorwaardelijke gratis rechten, volgens Hoekstra ‘een totale gamechanger’ voor investeringen in verduurzaming.
5 | Hoe zit het met de lucht- en scheepvaart?
Momenteel vallen alleen vluchten die binnen de EU opstijgen en landen onder het ETS. Vakantielanden als Griekenland vonden dat zij daar hinder van ondervonden, omdat het vluchten naar niet-EU-landen als Turkije relatief goedkoper maakte.
De Commissie wil dat vluchten uit de EU met een bestemming tot 5.000 kilometer van het geografische middelpunt van de EU ook onder ETS komen. De VS valt daar bijvoorbeeld net buiten. Ook alle opstijgende en landende privéjets komen onder ETS. In ruil daarvoor zal de EU het gebruik van biokerosine stimuleren.
Ook in de scheepvaartsector wil de Commissie ETS-opbrengsten inzetten om duurzamere vormen van aandrijving te stimuleren. Dat varieert van biobrandstoffen tot elektromotoren en windaandrijving. Ook wordt het ETS uitgebreid naar kleinere schepen.
Een laatste sector die onder ETS komt te vallen is de afvalverbranding. Die wordt vanaf 2031 stapsgewijs aan het systeem toegevoegd. Doel hiervan is afvalrecycling aantrekkelijker te maken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant