In Gent zijn ze trots op de avant-gardeinstallatie Wirtschaftswerte (1980) van Joseph Beuys. Maar na 46 jaar vergaan de levensmiddelen in de stellage. Het stelt restauratoren voor unieke dilemma’s. Wat doe je bijvoorbeeld met door insecten aangetast cacaopoeder?
is kunstverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over kunstpolitiek en subsidiebeleid.
Wat doe je als conservator wanneer de houdbaarheidsdatum van een kunstwerk is verstreken? Niet omdat er iets anders in de mode is, maar omdat de boel letterlijk bederft. Het museum voor eigentijdse kunst Smak in het Belgische Gent buigt zich over die vraag voor een topstuk uit zijn collectie: de installatie Wirtschaftswerte van de Duitse kunstenaar Joseph Beuys.
De magiër van de naoorlogse avant-garde vulde in 1980 een stellingkast met meer dan vijfhonderd levensmiddelen en andere producten voor dagelijks gebruik. Bloem, margarine, gerstevlokken, slaapmiddelen, batterijen, zakjes instantpuddingmix, koffie, hazenpaté in een weckpot. Het ziet eruit als een kruidenierswinkel.
Maar: een blik sardientjes is jaren geleden al ontploft tijdens een uitleen aan St.-Petersburg. Insecten beten zich een weg door papieren verpakkingen. De rubberen ring van de weckpot is volkomen vergaan.
Met een informatieve tentoonstelling maakt Smak deze zomer museumbezoekers deelgenoot van de dilemma’s die normaal binnen de muren van het restauratieatelier blijven. Het levensgrote werk is voor het eerst sinds 2019 weer te zien. De aanvullende expositie Wirtschaftswerte: een conservatiegeschiedenis bewijst dat restauratoren zich al lang niet meer alleen buigen over slijtage aan eeuwenoude schilderijen van Rubens en Rembrandt. Wel zijn de vragen bij nieuwere kunst anders.
‘Bij oude schilderijen en beelden is er meteen de indruk van dit is the real art’, zegt restaurator Carla Viana. ‘De pakjes met voedingswaren zijn bij wijze van spreken dezelfde als je zelf in de supermarkt in de winkelkar gooit’, zegt haar collega Claudia Kramer. Samen werken ze in het restauratieatelier van Smak. Het bestaat sinds 1998, toen het besef doordrong dat ook 20ste-eeuwse kunst speciaal onderhoud en beheer nodig had.
De installatie Wirtschaftswerte bestaat uit readymades: spullen die niet door de kunstenaar zijn gemaakt, maar al bestonden. Beuys kwam 46 jaar geleden naar Gent met vier metalen kisten vol levensmiddelen en andere spullen uit Oost-Duitsland, die hij de jaren ervoor had verzameld. Ook bracht hij de metalen stellingkast mee en een groot blok gips dat al sinds 1960 in zijn atelier in Düsseldorf stond.
Voor het herstel van een olieverfschilderij of een bronzen beeld zijn in de loop van de jaren routines ontwikkeld, maar voor deze ‘non-conformistische materialen’ moet je van geval tot geval bekijken wat er nodig is. ‘Pas als je weet wat de betekenis van een pak bloem voor het werk is, kun je inschatten hoe je het moet conserveren’, zegt Kramer.
Met Wirtschaftswerte (‘economische waarden’) wilde Beuys tot nadenken aanzetten over de betrekkelijkheid van economische en politieke stelsels. De levensmiddelen uit het communistische Oost-Duitsland interesseerden hem niet alleen omdat de grafische vormgeving hem aansprak, zegt Kramer, ook omdat de winkelprijs zo anders was dan in het kapitalistische West-Duitsland. Op alle pakjes schreef hij met de hand een nieuwe prijs: ‘1 Wirtschaftswert’. Want waarom zou eigenlijk niet alles overal hetzelfde kosten?
Na de eerste opstelling in Gent heeft de in 1986 overleden Beuys Wirtschaftswerte nog een keer zelf ingericht: op een tentoonstelling in Düsseldorf in 1984. Toen was de eerste slijtage al te zien, en zag hij hoe het museum bederf met noodingrepen had opgevangen. Margarinedoosjes waren bijvoorbeeld opgevuld met blokjes hout en bolletjes piepschuim. Wat van zijn opmerkingen is overgeleverd, geeft de restauratoren van nu nog richting bij hun beslissingen, zegt Kramer.
Zo maakte Beuys duidelijk dat de verlopen producten de look-and-feel van het origineel moesten houden, zegt Viana. Een kilo bloem op de plank kon niet met watten of zoiets worden opgevuld, omdat het pak dan veel lichter was.
Toch was vanaf de eerste opstelling duidelijk dat het natuurlijk verval van de dingen voor Beuys deel uitmaakt van de installatie. Het blok gips was bij aankomst aan de hoeken beschadigd, en dat loste hij op door afgebrokkelde randen met boter af te smeren – een typisch materiaal voor het oeuvre van Beuys, die met gebruik van vetten het belang van energie, warmte en verandering voor het leven wilde symboliseren.
Zijn opdracht is om voor iedere opstelling 4 kilo boter te gebruiken en het overschot in een schaal in de stellingkast te zetten. ‘We hebben gezocht naar boter met een hoog smeltpunt, omdat het nu zomer is’, zegt Viana. Ze heeft de hoeken uiteindelijk strak gestuukt met Solo-margarine. ‘Het laat zien dat Beuys ook zichtbaar wil maken dat alles altijd in beweging is.’
De moeilijke vraag is dan: welk verval past bij het werk, en welk verval moet worden hersteld? Het vergaan van de rubberen ring van de weckpot vinden ze in overleg met kunsthistorici ‘intentioneel verval’ en laten ze gebeuren. Maar een zakje cacaopoeder dat is aangetast door insecten, hebben ze eruit gehaald als een ‘total loss’. Zo’n besluit nemen ze nadat ze een beslisboom zijn afgegaan die conservatoren speciaal voor Wirtschaftswerte hebben opgesteld.
Nog geen tien producten hebben ze op die manier afgeschreven. Wel blijven ze in het depot bewaard, in luchtdichte zakjes. Enkele daarvan zijn nu in Gent te zien. Het leidt tot een nieuw onderscheid: een gehandhaafd pak meel op de stelling is een kunstvoorwerp, en een afgekeurd pak meel in een vitrine een cultuurhistorisch voorwerp. In de geest van Beuys roept de tentoonstelling zo de vraag op of die nog steeds evenveel waard zijn.
Wirtschaftswerte: een conservatiegeschiedenis is t/m 13/9 te zien in Smak in Gent. Van 8 t/m 11/9 is in Gent ook het 31ste vakcongres voor restauratoren van het International Institute for Conservation of Historic and Art Works.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant