Smeltend asfalt, oproepen om etappes te verkorten, renners die flauwvallen. Het gebeurde allemaal al eens eerder, in een bijna vergeten Tour de France – die van 1947, de eerste na de oorlog.
is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
‘De geroutineerde Albert van Schendel steeg van zijn fietsje en vertelde nooit meer aan een Tour de France te zullen deelnemen.’ ‘De Tour de France is geen wielerevenement meer bij deze tropische hitte, het is een zweetkuur.’ ‘Geen wonder dat Vooren er op een gegeven moment genoeg van kreeg, een café indook en er niet meer uitkwam.’
Lang voor de tijd van gekoelde vesten, koude rijstpudding en uitgekiende hittetrainingen in de sauna was er al eens een tour die destijds werd beschreven als de heetste aller tijden. Dat was de tour van 1947, een jaar waarin er in ons land alleen al liefst vier hittegolven waren. Ga dan maar eens fietsen, in een ‘hitte die de lichamen verschrompelde en uitmergelde’, zoals een wedstrijdverslag destijds verwoordde.
Het Franse klimaat was in die tijd zo’n 2 graden koeler dan vandaag. Het hitterecord dat in 1947 sneuvelde – 41 graden – staat intussen op 43,3 graden. Dat neemt niet weg dat het ook in een koeler klimaat ’s zomers soms bloedheet kon zijn. De Tour de France werd een ‘lijdenstocht’, schreven de dagbladen destijds.
Vooraf leek er weinig aan de hand. De Nederlandse ploeg, van zes man sterk, verscheen ‘in blakende welstand’ aan de start. Het was de eerste tour die een stukje België meepakte: lekker over vlak terrein. Pas in de Pyreneeën zou het afzien beginnen, zei de Rotterdamse renner André de Korver voorafgaand aan de tour in een interview. Al na drie dagen zou hij afstappen, als eerste Nederlander.
Want de eerste etappes, over onbeschut, vlak terrein, waren al direct een helletocht. Al in de tweede etappe gaven er van de honderd renners tien op. Bij etappe drie, ‘een moordende rit door een Saharavlakte’ volgens regionale kranten, liep het aantal uitvallers op tot veertig.
Dat zorgde voor tobberige commentaren. ‘Wordt de 34ste Ronde van Frankrijk een debacle? De kans is groot’, aldus een krantenverslag. ‘Tenzij… ja, tenzij de organisatie ingrijpt. Bij deze bakovenhitte kan men eenvoudig niet rijden.’
Bij de Nederlandse equipe hakte de hitte er stevig in. De Korver stapte af, ploeggenoot Albert van Schendel was ‘opeens totaal ontmoedigd door de hitte’ en volgde zijn voorbeeld. Een dag later, bij de vierde etappe, gaf Arie Vooren op, niet zozeer omdat hij de kroeg in wilde, maar omdat hij werd bevangen door de hitte.
Een tijdlang zakte de hitte iets weg, om drie weken later in alle hevigheid terug te keren. Van de renners waren er nog 55 over, en van de zes Nederlanders was Jef ‘Sjefke’ Jansen de enige volhouder, halverwege het klassement. Al zat ook hij er soms volkomen doorheen: ‘Mijn benen voelden als loodblokken en op een gegeven moment was ik bang ze niet meer rond te kunnen krijgen’, klaagde hij in Bordeaux.
In de geselende hitte op de vlakke etappes in Zuid-Frankrijk werd de tour vooral saai, met nu weer ‘een monotone rit’, dan weer een etappe met ‘weinig strijdlust’. ‘De renners voelen niet veel voor topprestaties’, constateerde een verslaggever. Uiteindelijk werd de tour op de valreep gewonnen door Jean Robic, een Franse renner die tot op dat moment nog niet in het geel had gereden.
Een voorbode voor wat nog komen gaat? Eerder dit jaar publiceerden Franse sportwetenschappers een tot nadenken stemmende ontdekking: afgelopen tijd heeft de Tour de France vooral veel geluk gehad. De onderzoekers turfden wanneer het de afgelopen vijftig jaar in juli extreem heet is geweest langs zes vaste etappes, en ontdekten dat die hittepieken tot dusver toevallig nog niet hebben plaatsgevonden op het precieze moment dat de Tour langskwam. ‘Gelukkig voor de renners, organisatoren en toeschouwers is de Tour de France tot nu toe gespaard gebleven van de ergste hitte’, aldus de onderzoekers.
Maar doordat de aarde opwarmt, komen er steeds meer riskante hittemomenten, en ook meer plekken waar het alsnog gevaarlijk heet kan worden, constateren de wetenschappers. Zo wordt het risico op extreme toestanden zoals in 2026, én in 1947, toch echt steeds groter.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant