Home

Hoe leer je atleten wie ze zijn zonder hun sport?

De verpletterende eenzaamheid en wanhoop die Sven Roes – afgaande op zijn eigen verklaring – gevoeld moet hebben toen hij in het vliegtuig stapte, op weg naar… weg. Gewoon weg. Weg van zijn leven, weg van zijn schaatscarrière, weg van de mensen van wie hij dacht dat hij ze teleurstelde.

Hoe hij daar in zijn stoel moet hebben gezeten bij het opstijgen, Nederland werd kleiner en kleiner onder hem. Hoe meer ik me dat voorstel, hoe groter mijn behoefte van de daken te schreeuwen, naar hem, naar iedereen: het maakt niet uit wat je presteert. Dat is totaal onbelangrijk zelfs. Je mag er zijn, gewoon om wie je bent. Als broer, als zoon, als vriend.

Maar hoe kun je weten wie je bent als dat altijd heeft samengehangen met wat je presteert? Niemand kan er wat aan doen dat het vanzelf zo gaat als je opgroeit als topsporter in de dop: alles draait om je sport. Vanwege je talent, je waanzinnige intrinsieke motivatie, vanwege de mensen om je heen, de begeleiding, het applaus en de bewondering, en je ouders die alles voor je willen doen omdat je zo van je sport geniet. Iedereen bedoelt het goed als je geprezen wordt om wat je presteert. Maar wie je bent zonder die sport, dat leer je niet.

Ik weet niet wat Roes wilde gaan doen in het buitenland, ik weet zelfs niet of hij echt een plan had, maar ik moet denken aan ‘Het regent zonnestralen’ van Acda en De Munnik, dat nummer over Herman die ook zijn leven ontvlucht – om iemand anders te gaan zijn. Hield-ie vroeger al zijn meningen en al zijn dromen stil, nu is-ie niks niet niemand nergens meer, kan dus gaan waar hij maar wil. En daarom regent het nu zonnestralen.

Voor Roes geldt het omgekeerde. Hij wilde juist zijn dromen ontvluchten, de dromen van deelname aan de Olympische Spelen, van gouden medailles, of op z’n minst van shorttracken zonder blessures en pijn. Zijn dromen waren nachtmerries geworden, omdat ze – hoe hij ook probeerde, worstelde en vocht – maar niet uitkwamen.

Als je sport je leven is, en als je dan zo vaak en zo lang stilstaat terwijl iedereen verder gaat – heel veel verder, in het Nederlandse shorttrack – dan ben je zelf steeds minder waard. Dat is niet waar natuurlijk, maar zo voelt het voor jezelf. Iedereen wint titels, en jij wordt kleiner en kleiner, tot je niet meer bestaat.

Hoe leer je atleten dat ze er ook mogen zijn als mens? Ik peins er al zo lang over, omdat het niet alleen het verhaal van Roes is. Er zijn talloze topsporters die zichzelf vroeg of laat kwijtraken, niet weten wie ze zijn zonder hun sport, of het gevoel hebben er alleen toe te doen als ze de beste zijn.

Roes is, godzijdank voor iedereen, teruggekeerd van weg. Uit zijn eigen woorden blijkt dat hij nu, wrang genoeg juist door zijn vlucht, weet dat iedereen van hem houdt om wie hij is. Dat hij er ook mag zijn als hij niks presteert. Dat dat er zelfs geen reet toe doet.

En ik blijf maar peinzen. Hoe leer je atleten die van kinds af aan gewend zijn dat prestaties en waardering hand in hand gaan, dat ze er ook mogen zijn als mens? Ik weet het antwoord niet. Maar je zou toch wensen dat er geen wanhoopsdaden voor nodig zijn.

Sport

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next