is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Het is met het WK voetbal als destijds met corona: na een tijdje lijkt het alsof het er altijd is geweest. Er zijn geen andere onderwerpen meer, alles draait om die ene aandoening. Je kunt je niet meer voorstellen dat er ooit een tijd is geweest waarin we het zonder WK voetbal moesten stellen. Elke dag de verhalen in de krant, barman Sjoerd van Ramshorst en Noorwegen-Senegal op tv. Eerst denk je nog: beetje veel allemaal, maar dan raak je eraan gewend en niet veel later ben je verslaafd en betrap je jezelf erop dat je met de buurman bloedserieus Ecuador-Curaçao staat te analyseren – voor wie? Voor niemand, maar je kunt niet anders.
De laatste dag voor de eerste wedstrijd van het WK, 10 juni 2026 A.D., speelde zich af in een andere tijd, toen je je nog niet kon voorstellen dat zoiets triviaals alles zou gaan overnemen. De Volkskrant had zich zelfs voorgenomen terughoudend over het WK te berichten omdat het toernooi grotendeels in een dubieuze bananenrepubliek zou worden gespeeld.
Over onze columns. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen idee wat dat precies betekende, maar in elk geval zou het WK van de voorpagina worden geweerd. Gelukkig schakelde Marokko Oranje uit en lag het ingewikkeld met de sluitingstijden, anders had het WK zich tegen alle beloftes in alsnog naar een prominente plek gewrongen.
Het is historisch na te gaan wanneer we van het padje raakten: in 1974. Destijds hoefden we ons geen terughoudendheid voor te nemen, alle Nederlandse media, inclusief de televisie, waren per definitie terughoudend over het WK. Tot het Nederlands elftal zich opeens een weg naar de finale bleek te banen en er lichte koorts ontstond.
Daarna ging het van kwaad tot erger en nu, in 2026, walst de WK-marketingmachine alles plat. Wat hielp was dat Gianni Infantino het aantal deelnemers opschroefde naar 48: dat garandeerde een gevoel van eindeloosheid, van een onuitputtelijke hoeveelheid wedstrijden met bijbehorende volksliederen, analyses en hydration breaks. Een modderstroom van voetbal die alles en iedereen meesleurde.
Infantino heeft de smaak te pakken: hij gaat onderzoeken of een WK met 62 landen tot de mogelijkheden behoort: duizend keer die Social Deals-reclame met Beau, Gert van ’t Hof als testbeeld en Wim Kieft die acht weken lang moet volhouden dat hij het allemaal heel erg leuk vindt.
De affaire-Balogun, ergens rond de eeuwwisseling, wie herinnert het zich nog? Wie weet nog dat de president van het organiserende land de telefoon pakte en Infantino opdracht gaf de schorsing van de spits van de VS onmiddellijk in te trekken? En dat het allemaal een scheet in een netje bleek toen de Belgen met 4-1 wonnen (en daarmee hun WK-deelname in één keer rechtvaardigden) en een Trump-dansje deden in de kleedkamer. Waardoor nog even de angst ontstond dat het Rode Gevaar van chagrijn de Navo-top in Ankara in het honderd zou laten lopen of België zou gaan bombarderen – het is allemaal alweer jeugdsentiment.
Persoonlijk deed ik op 7 juli een poging tot afkicken, nadat arbiter Letexier in de achtste finales Argentinië aan de zege op Egypte had geholpen. Corruptie is altijd een goed argument om te stoppen met kijken en ik was trouwens ook het dweperige gezever over Messi meer dan zat. De poging strandde al na één dag, waardoor ik mezelf even later tegen mijn matig geïnteresseerde geliefde dweperig hoorde zeveren over de wijze waarop Messi Engeland slachtte.
Het WK-voetbal is een drug, het moet worden verboden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant