Verenigd Koninkrijk Lunchen is op de Britse werkvloer „een kort en eenzaam gebeuren”. In de kleine kantines speciaal voor taxichauffeurs doet een traditioneel ontbijt van bacon, ei en worstjes het altijd goed.
De lunch in het Wellington Place Cabmen’s Shelter in St John’s Wood, Londo. Rechts: taxichauffeur Tony Coleman.
Rond half één ’s middags stapt taxichauffeur Aziz Mehmet (56) bij één van zijn vaste lunchplekken naar binnen. „Wat heb je vandaag? Lasagne?” Nee, de lasagne, geserveerd met friet en een salade, is al op. Gerookte ham, gebakken eieren en friet doen dan? „Ik eet geen varkensvlees.”
Het wordt jacket potato, een grote gepofte aardappel in de schil, opengesneden, gevuld met tonijnsalade en geraspte kaas erover. Mehmet: „En een kop thee erbij zou heerlijk zijn.” Zonder erom te vragen, krijgt hij melk in zijn thee geschonken.
Bij dit groene huisje, een soort minikantine aan de kant van de weg in de Britse hoofdstad Londen, mogen alleen taxichauffeurs naar binnen. Met een beetje goede wil en wat indikken passen er acht, misschien negen man in. De houten bankjes plakken een beetje. Ze doen ook dienst als bergruimte. Klap de deksel open en er liggen blikjes cola zero onder. Aan de koelkast hangen magneten, souvenirtjes uit Cornwall en Rome.
Dit is een Cabmen’s Shelter, de eerste van Londen, waarvoor de grondslag in 1875 werd gelegd. Het idee voor zulke schuilplaatsen kwam van George Armstrong, hoofdredacteur van dagblad The Globe, toen hij in slecht weer geen taxi kon vinden – in die tijd waren dat nog koetsen met paarden. De koetsiers hadden beschutting gezocht in de pub en waren te beschonken om nog de weg op te gaan. In de shelters mag nog steeds geen alcohol gedronken worden, maar verder is het menu zo Brits als het maar zijn kan: sandwiches, hamburgers, jacket potatoes en pasta.
Lunchen op het werk is een functionele aangelegenheid in het Verenigd Koninkrijk. De Britse werklunch heeft een slechte reputatie, blijkt uit onderzoek van de universiteit van Bristol. „Het is meestal een kort, eenzaam gebeuren, met gering culinair aanzien”, schreef onderzoekster Jennifer Whillans in 2024. Engelsen staan niet bekend om hun hoogstaande keuken en de lunch tijdens een werkdag is daar geen uitzondering op. Whillans trekt de „vrij sombere conclusie” dat het plezier van een maaltijd ondergeschikt is gemaakt aan de eigenlijke bezigheid van de dag: „Werk.”
Toch vindt Sarah Webster (43) haar baan in deze shelter geweldig. Samen met haar man Dean Webster (42) beheert ze die sinds mei vorig jaar. Cabbies zijn ouderwetse types, zegt ze, en ze stelt haar menu af op hun wensen. „Ze houden van een traditioneel ontbijt met ei, bacon en worstjes. Ze hebben weinig tijd, dus het moet iets zijn dat snel klaar is en goed vult.”
In coronatijd besloot Webster dat ze iets heel anders wilde dan de middelbare school waar ze werkte. Haar schoonmoeder stelde voor dat ze zich voor een shelter zou inschrijven; zelf runt ze er eentje in de wijk rond Victoria Station. Van de ongeveer zestig shelters die in de Victoriaanse tijds gebouwd werden, zijn er dertien over, allemaal beschermd erfgoed. In het contract met het overkoepelende fonds voor de shelters staat dat Webster de prijzen voor de chauffeurs zo laag mogelijk moet houden. Ze heeft ook een afhaalloket voor het gewone publiek. „Maar verschillende prijzen hanteren is geen doen. Dus we hebben redelijke prijzen voor iedereen.” Een no fuss koffie kost 2 pond, ongeveer 2,30 euro. Een koopje in Londen.
Aan de taxichauffeurs moest Webster even wennen. „Ze zitten vol geintjes, plagen is hun taal. Eerst wist ik niet of ik ze serieus moest nemen, nu doe ik een beetje grappig terug.” Ze krijgt kerstcadeautjes van ze, en kaartjes. Op een plankje achter de deur, boven een grote percolator met heet water, staan de eigen mokken van haar vaste klanten. Die komen langs en schenken zichzelf thee in, of instant chocolademelk.
Tony Coleman (59) komt hier zo’n beetje elke dag. Hij heeft zijn portie gammon, gerookte ham, bijna weggewerkt. Zijn vader was taxichauffeur, 48 jaar lang. Coleman rijdt zelf ook alweer zo’n 35 jaar. „Maar zo oud zie ik er niet uit, hè.” Hij maakt werkdagen van ongeveer twaalf uur. Om zeven uur ’s ochtends stapt hij thuis in de taxi en opent zijn applicaties; hij gebruikt drie apps waarmee klanten de karakteristieke zwarte taxi kunnen bestellen.
Met Aziz Mehmet speculeert hij wat over de nieuwe taxi’s. De huidige, een hybride model, worden niet meer gemaakt. Coleman: „Er moet binnenkort een nieuw model uitkomen, maar niemand weet het precies. Misschien helemaal elektrisch.” Mehmet: „Ik heb thuis niet eens een oprit waar ik hem kan opladen. En dat geldt voor zoveel mensen in Londen, de infrastructuur is er nog niet klaar voor.” Coleman: „Hybride is wel handig als je een lange rit moet maken.”
Hoe dan ook wordt hun business er niet makkelijker op, zeggen ze allebei. Het aantal zwarte taxi’s daalt in Londen, van ongeveer 23.000 tien jaar geleden tot bijna 14.000 vorig jaar. Natuurlijk is er concurrentie van vervoerbedrijf Uber. En de kosten van de zwarte taxi’s zijn de afgelopen jaren sterk gestegen. Dan is er nog het beruchte examen waarbij chauffeurs van black cabs heel Londen uit hun hoofd moeten kennen. Mehmet: „De examinator vraagt je de route van punt A naar B. Je moet alles weten, elke straatnaam, de kruisingen, waar je wel of niet naar links of rechts mag afslaan.” Het is prestigieus, de test heet The Knowledge, maar zoiets schrikt ook af.
Na drie kwartier pauze is de taxi van Mehmet voor 99 procent opgeladen aan één van de laadpalen naast de shelter. Voor zijn lunch rekent hij 8,50 pond af, bijna 10 euro. Het menu is hier top, vindt hij. „Anders kom ik niet terug.” Verderop in de straat zit een openbaar toilet, dat is ook een belangrijk pluspunt. „Ben naar de wc geweest, heb wat gegeten. Klaar om terug de weg op te gaan.”
Dean Webster beheert samen met zijn vrouw Sarah Webster sinds mei een Cabmen’s shelter in Londen.