Home

Gigantische AI-fabriek in Rotterdam moet Europese honger naar rekenkracht stillen

Om de technologische afhankelijkheid van Amerikaanse techreuzen te verminderen, wil een Nederlandse ondernemer een ‘AI-gigafabriek’ neerzetten in de Rotterdamse haven. Maar kun je zo’n groot project wel aan de vrije markt overlaten?

Laurens Verhagen en Niels Waarlo volgen voor de Volkskrant de ontwikkelingen op het terrein van AI.

In een hoek van de Rotterdamse Europoort, ingeklemd tussen opslagsilo’s, een ertsoverslag en een energiecentrale van Eneco, is een braakliggend stuk grond overgelaten aan de samenscholende meeuwen. Dik 10 hectare ligt hier te wachten op een bestemming. Datacenterondernemer Han de Groot (54) heeft wel een idee. Hij ziet hier de perfecte locatie voor een ‘AI-gigafabriek’.

Daarmee doelt hij op een handvol datacenters bij elkaar, elk tot de nok gevuld met rekken computerchips gespecialiseerd in AI-berekeningen. Bedrijven, universiteiten en andere organisaties moeten hier rekenkracht kunnen huren voor het draaien van AI-modellen, zoals ze ook digitale opslagruimte huren bij reguliere datacenters. Nu gebeurt dit vooral in de Verenigde Staten. De Groot wil van Rotterdam het Europese hart voor AI-berekeningen maken.

Groen licht heeft hij nog niet, maar het is een serieus project. Zo haalde zijn plan het invloedrijke adviesrapport van oud-ASML-topman Peter Wennink, die meent dat een AI-gigafabriek ‘de digitale soevereiniteit en economische weerbaarheid van Nederland en de EU’ versterkt. Energiebedrijf Eneco is aangesloten als zakenpartner.

Nu de rol van AI toeneemt, groeit ook de vraag naar rekenkracht. De Tweede Kamer wil een plan om te zorgen dat Nederland zelf voldoende in huis heeft, bleek vorige maand uit twee moties die met een overweldigende meerderheid zijn aangenomen. Eentje, ingediend door D66 en VVD, vraagt of de overheid de bouw van nieuwe AI-datacenters, ‘waaronder een AI-gigafabriek in Nederland’, kan stimuleren door zelf klant te worden.

De ander, ingediend door Pro, vraagt de regering om een strategie voor rekenkracht, inclusief scenario’s voor wat dit kost aan geld en ruimte. ‘Rekenkracht is het nieuwe goud, we zouden gek zijn als Nederland om daar geen plan voor te bedenken’, reageert Barbara Kathmann (Pro), indiener van de motie.

Veel minder consensus is er over de vraag hoe het bijbouwen van AI-infrastructuur er concreet uit moet zien, en of een ‘AI-gigafabriek’ erbij past. Een groot discussiepunt: kun je de verdeling van rekenkracht overlaten aan de markt, of moet de overheid de regie pakken?

Jongensdroom

De Groot, wiens vermogen door Quote op 240 miljoen euro wordt geschat, is een echte ondernemer. Als student, in de begindagen van het internet, richtte hij het succesvolle onlinemarktonderzoeksbureau MetrixLab op. Hij huurde toen opslagruimte bij datacenters, waardoor zijn ‘jongensdroom’ ontstond om er ooit zelf een te ontwerpen en bouwen.

Dat is gelukt. Met Switch Datacenters was hij sinds 2019 al betrokken bij de bouw van zes datacenters, waarvan vijf in Nederland. Het vorig jaar door hem opgerichte bedrijf Volt Datacenters richt zich op AI-infrastructuur: in oktober moet het eerste, kleinere AI-datacenter waar het bedrijf bij betrokken is in Amsterdam opengaan. De vele malen grotere gigafabriek moet de kroon op het werk worden.

Datacenters zijn impopulair bij omwonenden, vreten elektriciteit en leggen een zware last op het op veel plekken al overbelaste stroomnet. Vandaar ook de keuze voor één grote faciliteit op het lege stuk grond in het industriële havengebied, zegt De Groot.

Het probleem met netcongestie en overlast voor omwonenden is groter als je een aantal kleinere datacenters over het land verspreidt, redeneert de ondernemer. Door de rekenkracht te concentreren op één locatie waar de kabels van windmolens toch al aan land komen, hoeft de stroom niet op transport en wordt het stroomnet nauwelijks extra belast, zegt hij. ‘Je moet de datacenters naar de stroom brengen en niet andersom. We zitten daar niemand in de weg en iedereen kan gewoon zijn auto blijven opladen.’

Het complex is in principe welkom, zegt Havenbedrijf Rotterdam, beheerder van het havengebied. Wel bestudeert het nog de precieze impact op het energiesysteem.

Uiteindelijk moet de faciliteit 800 megawatt aan vermogen krijgen, vergelijkbaar met de stroomvraag van meer dan een miljoen huishoudens. Dat is ook op wereldschaal groot, al plannen Amerikaanse AI-bedrijven al datacenters die nog een aantal keer meer stroom nodig hebben.

Rekenkracht

Eneco is betrokken bij twee nieuwe windparken nabij Rotterdam en boert er goed bij als het een groot deel van die windstroom gegarandeerd kwijt kan aan een gigantisch rekencentrum. Omdat de industrie tot dusverre trager elektrificeert dan gehoopt ‘is de AI-gigafabriek een welkome afnemer van deze groene stroom’, aldus een woordvoerder van het energiebedrijf. Alleen als het niet waait en de zon wel schijnt, kan het stroomnet een paar momenten per jaar overbelast raken omdat de elektriciteit dan ergens anders vandaan moet komen, zegt de woordvoerder. Er wordt gekeken of een grote batterij dan uitkomst biedt.

Die grote schaal is nodig, volgens De Groot, omdat bedrijven volgens hem staan te springen om rekenkracht. Hij wijst op het recente nieuws dat de Amerikaanse techreus Google door een gebrek aan capaciteit niet de rekenkracht kon leveren waarop een andere Amerikaanse reus, Meta, had gerekend.

Ook bij Europese bedrijven en organisaties als universiteiten bemerkt hij grote interesse in zijn project. ‘Ik heb die vraag de afgelopen anderhalf jaar enorm zien groeien, bijvoorbeeld van financiële dienstverleners die op grote schaal AI zijn gaan gebruiken.’

De term ‘AI-fabriek’ is gepopulariseerd door het Amerikaanse chipbedrijf Nvidia – die ook chips aan De Groot levert – en overgenomen door de Europese Commissie, het hoogste uitvoeringsorgaan van de EU. In heel Europa leven zorgen om de technologische afhankelijkheid van Amerikaanse techreuzen die ook de AI-markt domineren. Om de eigen AI-industrie te stimuleren wil de Commissie de bouw van eigen datacenters versnellen.

Een onderdeel van dit beleid zijn publiek-private samenwerkingen waarbij zowel bedrijven als lidstaten en de EU geld inleggen voor de bouw van ‘AI-fabrieken’. Ook in Groningen komt zo’n gespecialiseerd datacenter te staan, goed voor 500 tot 1.000 gpu’s (AI-rekenchips). Dat is klein grut vergeleken met de gigafabrieken, die minimaal 100 duizend gpu’s bevatten en dus zeker honderd keer groter zijn. De Commissie wil vijf van zulke gigafabrieken neerzetten, eveneens deels door de overheid gefinancierd.

Sceptische geluiden

Maar publieke investeringen zitten er in Rotterdam niet in. Het Nederlandse kabinet heeft geen geld over voor een gigafabriek. Maar als zich private investeerders melden die er met eigen geld een willen neerzetten, wil het kabinet dat ‘in lijn met het rapport-Wennink’ aanmoedigen.

Toch is er ook scepsis over zo’n puur privaat gefinancierde rekenfaciliteit. Neem Cees Snoek, hoogleraar computerwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam.

Snoek meent dat Nederland een gebrek aan AI-rekenkracht heeft, waardoor bedrijven, defensie, de zorg en de wetenschap beperkt zijn in het ontwikkelen en toepassen van AI-modellen. De kleinere Nederlandse AI-fabriek in Groningen, waarvan hij in de raad van toezicht zit, acht hij onvoldoende. ‘Zie rekenkracht als een moderne variant van de strategische gasreserve: een noodvoorraad waar je altijd beroep op kunt doen.’

Maar hij vindt het zonde als de bouw van die rekenkracht grotendeels aan ondernemers wordt overgelaten. ‘Als je als overheid mee-investeert, heb je er ook wat over te zeggen. Je kan dan een gegarandeerd gedeelte van de rekenkracht reserveren voor de wetenschap.’

Leevi Saari, die AI-beleid onderzoekt aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden is aan de Amerikaanse denktank AI Now Institute, kan er wel inkomen dat Europa meer rekenkracht nodig heeft om technologisch op eigen benen te staan. ‘Maar op dit moment heerst het idee dat als je maar rekencapaciteit neerzet, er vanzelf Europese AI-bedrijvigheid ontstaat. Zo simpel is dat niet.’

Hij wijst op de kosten van de bouw en onderhoud van een groot AI-datacenter; tussen de 15- en 22,5 miljard euro, in geval van Rotterdam. En dan lopen de peperdure AI-chips na een paar jaar al achter op de nieuwste generaties, waardoor ze vervangen moeten worden.

Investeerders willen zekerheid dat ze al dat geld terugverdienen. En dus, voorziet Saari, zal de druk enorm zijn om capaciteit vooral te verhuren aan Amerikaanse techreuzen als Google, Microsoft en Amazon. ‘Zij hebben die rekenkracht nodig, zij hebben de beschikking over veel kapitaal en zijn bereid langetermijncontracten af te sluiten.’

Zo kan de Europese rekencapaciteit vooral Amerikaanse techbedrijven ten goede komen, terwijl Europa afhankelijk blijft van hun modellen en toepassingen, zegt Saari. ‘Dit is misschien een fantastische financiële propositie, maar met soevereiniteit heeft het weinig te maken.’

Belang voor Nederland

De Groot windt er geen doekjes om: ook Amerikaanse big tech zal, zeker de eerste jaren, inderdaad nodig zijn om het project financierbaar te maken. Dat levert ook al enige invloed op, denkt hij. ‘Momenteel bevindt driekwart van de rekencapaciteit zich in de VS, slechts zo’n 5 procent in Europa. Op een gegeven moment lopen zij ook tegen hun limieten aan en dan is het fijn dat ze in ieder geval deels van ons afhankelijk zijn.’

In een door Eneco betaald onderzoek concludeert denktank The Hague Center of Strategic Studies (HCSS) dat een AI-gigafabriek van strategisch belang kan zijn, mits er een minimale hoeveelheid rekenkracht wordt gereserveerd voor Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen. Hoewel De Groot wel van plan is om zeker een tiende van zijn capaciteit te verhuren aan defensie en publieke instellingen, ziet hij harde quota niet zitten.

‘Met zulke beperkingen wordt het voor investeerders mogelijk minder interessant’, zegt hij. En dan, zo vreest hij, komt er geen private financiering beschikbaar en vergooit Nederland zijn kans om een Europese koploper in AI te worden; toch een ambitie uit het regeerakkoord. ‘Klanten die ik nu in beeld heb voor het huren van rekenkracht, zullen naar Frankrijk, Italië of elders uitwijken.’

De rasondernemer ziet bovenal een economische kans – niet alleen voor hemzelf, ook voor Nederland. Volgens De Groot is er nauwelijks een hogere omzet per vierkante meter te genereren dan met AI-rekenkracht. ‘We hebben het veel over soevereiniteit, maar weinig over ons verdienvermogen. Met een gigafabriek kun je miljarden omzet naar Nederland halen, en dus miljoenen aan extra belastingen voor de schatkist.’

Hij voorziet een toekomst waarin AI-agents steeds meer taken op zich nemen, waardoor de vraag naar rekenkracht volgens hem ‘exponentieel’ toeneemt. Soms maakt hij zich wel zorgen over de gevolgen voor de samenleving, zegt hij desgevraagd. Als het zou kunnen, lijkt het wereldwijd indrukken van een ‘pauzeknop’ hem verstandig.

Doel: binnen vier jaar

Is hij dan niet bang dat hij zelf medeverantwoordelijk wordt voor alle potentiële negatieve consequenties van AI? Goede vraag, vindt hij, maar: ‘Mijn rol is om deze infrastructuur voor Nederland en voor Europa te realiseren. Een AI-modelbouwer moet vervolgens nadenken over de gevolgen van het gebruik van AI.’

Het valt nog wel te bezien hoeveel enthousiasme er politiek gezien is. Zelfs Tweede Kamerlid Ruud Verkuijlen van de VVD, die ‘in beginsel’ voor volledige private AI-gigafabrieken zegt te zijn, toont reserves. ‘Het is goed om breed te blijven kijken naar wat mogelijk is: of het in Nederland kan, of dat het mogelijk is om aan te sluiten bij een AI-gigafabriek in een ander Europees land.’

Pro-Kamerlid Kathmann is ‘niet vies’ van grote AI-datacenters onder voorwaarde van ‘keiharde eisen’ aan waterverbruik, energieverbruik en warmtelozing. Maar zij wil wel dat de overheid direct betrokken is. ‘Namens de bevolking moeten we in de bestuurdersstoel zitten om de baas te worden over de vlucht die AI gaat nemen.’

Voordat ze kan bepalen of Nederland een AI-gigafabriek moet krijgen en of de haven van Rotterdam geschikt is, wil ze eerst een nationale AI-visie zien. ‘Welke rekenkracht is er nodig om de strategische positie van Nederland te versterken? Dat plan is er nu helemaal niet.’

De Groot wil niet langer wachten. Samen met Eneco praat hij met betrokken overheidsinstanties en potentiële investeerders. De bouw kost zeker twee jaar, verwacht hij, maar alles hangt af van de vergunningverlening. Hij is positief gestemd. ‘Ik denk dat hij er over drie, vier jaar staat.’

Alles over tech vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next